De voorsocratici (12): Slotwoord

Thales (Nationaal Museum, Beiroet)
27 februari 2021

[In deze serie behandelen we de belangrijkste voorsocratische filosofen. Deze eerste Griekse filosofen worden ook wel ‘de natuurfilosofen’ genoemd, en leefden in de vijfde en vierde eeuw voor onze jaartelling. Het eerste deel is hier.]

In het licht van de moderne wetenschap …

De materialistische visie, waarin we uitgaan van een wereld die is opgebouwd uit vaste elementen, is voor de hedendaagse westerse mens heel normaal. We leren erover bij natuurkunde, en deze visie is dan ook diep geworteld in onze cultuur. Wij beleven de wereld als opgebouwd uit vaste substantie, opgebouwd uit moleculen, atomen en elektronen.

Maar hoe vanzelfsprekend het denken in vaste substanties voor ons ook mag lijken, voor veel klassieke filosofen was het dat niet. We zullen zien dat in de oudheid genoeg filosofen leefden die liever naar Heraclitus verwezen dan naar Parmenides. In de filosofie van Heraclitus spelen vaste substanties geen rol, en zijn geestelijke concepten net zo reëel als tastbare zaken. Ook in de latere westerse filosofie zijn veel niet-materialistische filosofen opgestaan.

Behalve dat de materialistische visie dus vaak filosofisch wordt aangevochten, komt deze overtuiging definitief op losse schroeven te staan door ontwikkelingen in de moderne wetenschap. Die heeft niet alleen verfijningen van materialistische modellen opgeleverd, maar ze kwam op den duur ook met theorieën over de fysica die de bodem onder het filosofisch materialisme lijken weg te slaan: deeltjes worden steeds kleiner, en gedragen zich steeds onlogischer. Op microniveau en op macroniveau zien we in de moderne natuurkunde theorieën waarin massa opgaat in energie en vice versa.

Dit zijn zaken waar Parmenides, met zijn geloof in onveranderlijkheid en essenties, waarschijnlijk nooit rekening mee had kunnen houden. Puntje voor Heraclitus? Wellicht.

Maar … in de quantummechanica treffen we ook elementen aan die zich met een fundamentele onvoorspelbaarheid lijken te gedragen, in plaats van volgens strikte oorzaak-gevolgrelaties of natuurwetten. Wellicht dat Heraclitus met zijn geloof in een allesoverheersende natuurkracht, hier weer compleet sprakeloos van zou hebben gestaan.

Wat ik maar wil zeggen: alles ligt nog open.

Positie

De filosofen die we tot nu toe in niet-geheel-historische volgorde tegenkwamen, leefden allemaal in de periode van ongeveer 600 tot 450 jaar voor onze jaartelling (uitgezonderd Democritus, die wat later leefde). Dit tijdperk, dat samenvalt met het laatste deel van de Griekse archaïsche periode, wordt beschouwd als het eerste hoofdstuk van de geschiedenis van de westerse filosofie.

Van de oorspronkelijke geschriften van al deze filosofen is bijna niets bewaard gebleven. Wat we van ze weten komt uit fragmenten die geschiedschrijvers en latere filosofen in hun geschriften hebben overgenomen en becommentarieerd. Met name Aristoteles heeft over ze geschreven, en we kennen deze filosofen dan ook voornamelijk via hem. Aristoteles gaan we later uiteraard nog uitgebreid behandelen.

De belangrijkste inhoudelijke overeenkomst van al deze filosofen is dat ze zich, voor zover we weten, vooral met natuurverschijnselen bezighielden. Daarom worden ze ook wel ‘de natuurfilosofen’ genoemd.

Een andere term die wel wordt gebruikt, is ‘presocratici’. Maar het lastige is dat daarmee soms ook de Atheense filosofen ten tijde van Socrates onder heten te vallen. Deze filosofen, die we normaal aanduiden als ‘sofisten’, vormen echter wel een heel aparte categorie. Die behandelen we dan ook in het hoofdstuk hierna.

Opvallend is dat eigenlijk alle filosofen die we tot nu toe behandelden niet in Griekenland zelf leefden, maar in de Griekse koloniën: aan de noord- en westkust van Turkije, in het zuiden van de Italiaanse laars en op Sicilië.

Het was waarschijnlijk niet voor niets dat de filosofie in die perifere gebieden is ontstaan: de vrijheden die de filosofen zich in hun denken permitteerden ten opzichte van de goden werd ze in het Griekse moederland veel minder gegund dan in de verder afgelegen gebieden.

Maar we zijn stilaan in een nieuw tijdperk aanbeland. Ongeveer vijfhonderd jaar voor onze jaartelling eindigt de archaïsche periode en begint de periode die wij de klassieke periode van de oudheid noemen. In deze periode wordt Athene door politieke oorzaken hét culturele en filosofische middelpunt van Griekenland, en beleeft de Griekse filosofie de top van haar bloei. Op naar Athene dus.

[Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek De wereld vóór God, waarin de filosofische stromingen van de oudheid, van China tot Rome, voor de leek zeer laagdrempelig maar toch vrij uitgebreid wordt uitgelegd. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
Aristoteles 5: Deductie en inductie

[Aristoteles staat bekend als de wetenschapper-filosoof. De invloed van zijn filosofie in de oudheid is enorm, op de eigen peripathetische Read more

Aristoteles 3: Oordelen

[Aristoteles staat bekend als de wetenschapper-filosoof. De invloed van zijn filosofie in de oudheid is enorm, op de eigen peripathetische Read more

Plato 13: Dualisme

[Een korte serie over Plato: Plato wordt als filosoof vooral gekend om zijn leer van de 'vormen', de naar hem Read more

Plato 12: de liefde van Alcibiades

[Een korte serie over Plato: Plato wordt als filosoof vooral gekend om zijn leer van de 'vormen', de naar hem Read more


Categoriën: Griekenland