De voorsocratici (11): Parmenides, Heraclitus en Boeddha

Een Boeddha uit de laat-hellenistische site Fayaz Tepe (Nationaal Museum van Oezbekistan, Tasjkent)
26 februari 2021

[In deze serie behandelen we de belangrijkste voorsocratische filosofen. Deze eerste Griekse filosofen worden ook wel ‘de natuurfilosofen’ genoemd, en leefden in de vijfde en vierde eeuw voor onze jaartelling. Het eerste deel is hier.]

Reductionisme en materialisme

Tot in de negentiende eeuw was men er nog van overtuigd dat de filosofie pas ten tijde van Socrates tot wasdom was gekomen, maar tegenwoordig worden de natuurfilosofen beschouwd als degenen die het werkelijke fundament legden voor het westerse denken.

En daar valt veel voor te zeggen. Al bij de natuurfilosofen komen we de eerste ontwikkelingstheorieën tegen, waarin het ontstaan van het heelal, de aarde en zijn levende wezens op een andere manier wordt verklaard dan met behulp van mythologie. Daarbij zien we voor ons doodnormale zaken als empirisme en reductionisme ontstaan.

Daarnaast introduceren de natuurfilosofen het idee van een onveranderlijk Zijn achter de verschijnselen. Xenophanes liet in het midden wat dit dan was, en noemde het voor het gemak maar ‘God’. Voor Pythagoras waren de getallen het onveranderlijke Zijn achter de verschijnselen. Voor Heraclitus was de natuurwet of logos de hogere waarheid.

Een belangrijke botsing in die periode, waarvan de echo’s in de filosofie nog lang hebben nagedreund, is die tussen Parmenides en Heraclitus. Zij lijken in veel opzichten lijnrecht tegenover elkaar te staan. Parmenides zegt immers dat beweging en verandering illusies zijn, terwijl Heraclitus juist zegt dat verandering hét kenmerk is van de werkelijkheid: alles stroomt. Meer verschil is toch niet denkbaar?

Toch zijn er twee belangrijke overeenkomsten tussen de twee kemphanen. Ten eerste gaan Heraclitus en Parmenides er beiden vanuit dat de wereld geen begin en geen einde heeft. De wereld heeft altijd bestaan. Ten tweede zijn zowel Parmenides als Heraclitus metafysische denkers. Zij nemen beiden aan dat er een onveranderlijke waarheid achter de veranderlijke verschijnselen zit. Bij Heraclitus is dit de logos, bij Parmenides het Zijn. Het grote verschil daartussen is dat Parmenides’ onveranderlijke waarheid transcendent is: het staat buiten de waarneming.

In andere woorden: het Zijn van Parmenides is niet rechtstreeks afleidbaar uit zichtbare eigenschappen. Logos is dat wel: we kunnen bijvoorbeeld zien dat objecten altijd omlaag vallen. Dit is een natuurwet, en daaruit heeft men het bestaan van zwaartekracht afgeleid. Het Zijn van Parmenides concludeert hij puur met zijn denken: het is niet door de verschijnselen zichtbaar.

De filosofen direct na Parmenides hebben zich in allerlei bochten gewurmd om onveranderlijke ‘vaste’ deeltjes te vinden achter de veranderlijke verschijnselen. Het is belangrijk om op te merken dat deze materialistische zienswijze de meest dominante in het westerse denken is geworden, en eigenlijk nog steeds is. De westerse mens denkt reductionistisch en materialistisch.

De fysica van Boeddha

We maken nu even een uitstapje naar het oosten.

Vlak na de tijd van Heraclitus en Parmenides leefde in India de geboren prins Siddhartha Gautama, die in zijn leven de naam ‘Boeddha’ aannam: ‘hij die ontwaakt is’.

De levensloop en ethiek van de Boeddha zal ik later pas behandelen. Hier hebben we het slechts over de kijk van Boeddha op de ‘natuurkundige’ wereld, zodat we hem kunnen vergelijken met de Grieken die hiervoor aan bod kwamen. Het boeddhisme heeft namelijk een aardige theorie over de fysica en het is interessant om die te vergelijken met de theorieën van Parmenides en Heraclitus.

Volgens het boeddhisme is de wereld van de verschijnselen te omschrijven als bestaande uit een oneindig aantal kleine elementen, die geen duur hebben: alles ontstaat en verdwijnt meteen. Het bestaan is een voortdurend ontstaan en vergaan van deze vergankelijke elementen, een continuüm van vergankelijkheid. Een duurzaam en blijvend Zijn is er volgens Boeddha niet.

De oorzaak van deze keten van vergankelijkheden is volgens Boeddha het verlangen, waar onvrede uit geboren wordt. Volgens het boeddhisme komt het hele bestaan voort uit dit sentiment. Verlangen leidt tot handelingen en gebeurtenissen. Volgens Boeddha heeft iedere handeling een gevolg, het karma (of om heel precies te zijn: karma vipaka. Waarbij karma duidt op de intentionele handelingen en vipaka op de gevolgen ervan). Ieder verlangen veroorzaakt zo weer nieuw verlangen. En zo draait alles maar door en door.

Wie verlangt, verkeert in Samsara: de oorzaak- en gevolgwereld zoals wij die ervaren, een wereld waarin alles vergankelijk is, en waarin niets bestendig is.

Boeddha en de Grieken

De kennisleer van Boeddha doet wellicht nog het meest aan die van Heraclitus denken. Heraclitus beweerde immers dat alles stroomt.

En zoals Heraclitus een abstracte scheppende kracht aanneemt als oorzaak van alles – de strijd – kiest ook Boeddha voor een algemene kracht die alles in stand houdt: verlangen.

De visie van Boeddha lijkt haaks te staan op de visie van Parmenides. Die laatste stelde immers dat dingen onmogelijk zomaar kunnen verschijnen, verdwijnen of veranderen, en dat er achter de schijnbaar veranderlijke wereld een hogere waarheid moet liggen, namelijk een onveranderlijk Zijn.

Volgens Boeddha ligt achter deze wereld geen onbeweeglijk Zijn. Sterker nog, volgens Boeddha hebben de dingen helemaal geen afzonderlijk wezenlijk ‘zijn’. Alles bestaat alleen maar bij de gratie van al het andere. De verschijnselen zelf zijn zo vluchtig dat ze geen duur hebben, en omdat ze alleen maar kunnen bestaan in samenhang, hebben ze ook geen eigen wezen. Volgens Boeddha is de wereld van de verschijnselen slechts een sluier van illusies, of in boeddhistische termen ‘maya’.

Zie je hoezeer dit verschilt met wat Parmenides zegt, die juist op zoek gaat naar een wezenlijk Zijn, de essentie van alles wat er is?

En toch kent ook de Boeddha een hogere waarheid. Het is mogelijk je af te wenden van de maya. En wie dat lukt, bevindt zich niet meer in samsara, de wereld van verlangens. Hij heeft geen verlangen meer, maar vindt berusting, en kan werkelijk houden van de wereld zoals deze is.

Zo iemand ergert zich niet meer aan de harde muziek van de buurman. Ook hoeft hij niet langer de nieuwste telefoon te hebben en hij hoeft zelfs niet meer anders te gaan zitten als hij even pijn ervaart. Hij ziet in dat alles met elkaar samenhangt, het heden en het verleden en de toekomst, en dat het één niet zonder al het andere kan bestaan.

Hierdoor komt hij tot het volle besef dat waar alle verschijnselen puur vergankelijk zijn, de hele wereld dat niet is, integendeel. En omdat alles in de wereld is, is bezien vanuit de hogere waarheid in feite niets vergankelijk. Deze staat van zijn omschrijft het boeddhisme als het nirwana.

Hoe groot de verschillen tussen Boeddha, Heraclitus en Parmenides ook zijn, wat al deze filosofen uiteindelijk bindt, is dat ze zich niet neerlegden bij de schijn van alledag, maar probeerden meer te weten te komen over de werkelijkheid achter de verschijnselen. Bij Parmenides is dat een Zijn, bij Heraclitus is dat een oerwet, en bij Boeddha is dat het bewustzijn in nirwana.

Het geloof in reïncarnatie

De fysica van Boeddha hangt nauw samen met het geloof in reïncarnatie, een geloof dat hij uit de Indiase filosofie overneemt zonder er vragen bij te stellen. Het is voor Indiase denkers een vanzelfsprekendheid. Alles wat verdwijnt, verschijnt vervolgens weer in iets anders. De ziel is volgens Boeddha onsterfelijk. Na de dood van het lichaam reïncarneert hij. Zolang de ziel blijft verlangen, krijgt hij geen rust.

De hedendaagse westerse mens is natuurlijk wel bekend met het concept ‘reïncarnatie’, maar er zijn uiteindelijk weinig mensen die er klakkeloos vanuit gaan dat er daadwerkelijk zoiets bestaat. Wij westerlingen geloven doorgaans in een eenmalig leven, misschien gevolgd door een hiernamaals. Het idee dat alles telkens in andere vormen terugkeert is niet heel wijdverbreid.

Het komische is: daar waar een westerse geest vaak worstelt met de eindigheid van het bestaan, krijgt de boeddhist zijn portie stress juist door angst dat de hele maalstroom nou nooit een keer stopt. De filosofie van Boeddha lijkt niet gericht op een eeuwig leven, maar juist op het tegengestelde, op het aan de rem trekken van dat hele gebeuren. Grappig, nietwaar?

Het geloof in reïncarnatie heeft echter wel zijn invloed gehad op het westerse denken zoals dat zich eerst ontwikkelde in Griekenland, en van daaruit indirect ook op ons denken anno nu. We zagen al eerder dat dit geloof in het oude Griekenland wel degelijk voorkwam, hoewel het niet mainstream was.

Veel filosofen namen dit uitgangspunt daarvan over. We zagen bijvoorbeeld hoe dit geloof in reïncarnatie centraal stond in de sekte van Pythagoras. Ook Empedocles hing dit geloof aan. En later zullen we zien dat ook Plato, volgens velen de belangrijkste filosoof van de oudheid, ervan uitging dat de menselijke ziel telkens wordt herboren in een nieuw lichaam.

De meeste natuurfilosofen gedroegen zich daarbij als oosterse goeroes, waaromheen sektes ontstonden die vele volgelingen aantrokken. Zij onderwierpen zich aan meditatie en claimden niet zelden kennis van een hiernamaals als richtlijn voor hun handelen. Wat dat betreft staat de filosofie van de westerse oudheid minder ver af van oosterse filosofie dan de moderne westerse filosofie dat doet.

[Morgen meer. Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek De wereld vóór God, waarin de filosofische stromingen van de oudheid, van China tot Rome, voor de leek zeer laagdrempelig maar toch vrij uitgebreid wordt uitgelegd. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
De voorsocratici (8): Anaxagoras en Parmenides

[In deze serie behandelen we de belangrijkste voorsocratische filosofen. Deze eerste Griekse filosofen worden ook wel 'de natuurfilosofen' genoemd, en Read more

De voorsocratici (6): Parmenides

[In deze serie behandelen we de belangrijkste voorsocratische filosofen. Deze eerste Griekse filosofen worden ook wel 'de natuurfilosofen' genoemd, en Read more

De voorsocratici (2): Pythagoras

[In deze serie behandelen we de belangrijkste voorsocratische filosofen. Deze eerste Griekse filosofen worden ook wel 'de natuurfilosofen' genoemd, en Read more

De voorsocratici (1): Xenophanes

[In deze serie behandelen we de belangrijkste voorsocratische filosofen. Deze eerste Griekse filosofen worden ook wel 'de natuurfilosofen' genoemd, en Read more