De vooringenomen waarneming

(Nee, hij luistert niet naar een podcast.)
12 november 2020

Drie weken geleden is in Krommenie het onderzoek hernomen naar een al sinds de jaren zestig bekende vindplaats, waar mogelijk een Romeinse wachttoren heeft gestaan. Mocht dat zo blijken te zijn, zo lezen we, dan moeten de geschiedenisboeken worden aangepast, want dit zou ten noorden van de Romeinse rijksgrens zijn geweest. Twee politieke partijen en Zaanstad hebben zich al voorgenomen de stadswijk in kwestie een Romeins tintje te geven. Of dat gebeurt, is aan de politici, maar het herschrijven van de geschiedenisboeken is aan wetenschappers en ik kan u alvast verklappen dat die toch wel wat meer nodig zullen hebben dan een wachttoren voordat ze hun beeld van Romeins Noord-Holland bijstellen. De wachttoren die in 2014 bij Almere is ontdekt, heeft hen ook niet doen besluiten de geschiedenisboeken aan te passen. Het zijn overdreven claims als die in Krommenie die maken dat veel wat hoger opgeleide mensen de archeologie niet langer helemaal serieus kunnen nemen.

En dat is jammer, want soms is er wel degelijk nieuws. Echt nieuws. Een vondst die wel kan leiden tot het het herschrijven van een pagina in de geschiedenisboeken, is het kleine potje dat in Lent is gevonden in een afvalkuil uit de IJzertijd en dat afgelopen donderdag plotseling in het nieuws was. Het opmerkelijke aan het zesentwintig eeuwen oude “potje van Lent” is dat er tekens in staan gegrift. Misschien, zo meent archeoloog Peter van den Broeke, zijn de tekens “aangebracht door iemand die interessant wilde doen en deed of hij kon schrijven, iemand die in zuidelijke streken was geweest of er vandaan kwam, het schrift in zijn hoofd had en het probeerde na te bootsen”. Dat betekent dus dat het allereerste begin van de schriftcultuur – laten we zeggen de fase die we kennen van kleuters die letters natekenen – een eeuw of zes eerder moet worden geplaatst dan we dachten. Tijd voor nieuwe geschiedenisboeken dus.

potje_van_lent
Het potje van Lent

En toch aarzel ik. Scroll even terug en kijk eens naar het eerste plaatje bij dit artikel, helemaal bovenaan. Beken maar eerlijk dat u hebt gedacht dat de man stond te telefoneren, tot u zich realiseerde dat het een gravure is uit de negentiende eeuw. Het is de Franse egyptoloog Gaston Maspero (1846-1916), die zich in de piramide van Unas in Saqqara achter het oor staat te krabben over enkele piramideteksten. En in 1881 waren er, zoals u weet, geen mobiele telefoons. Mijn punt is: onze uitleg van de waarneming is geconditioneerd door wat we gewoonlijk zien.

De tekens op het Potje van Lent (© Peter van den Broeke)

Zoiets kán spelen bij de interpretatie van het Potje van Lent. Wij zijn zó gewend aan letters en andere tekens, dat we ze ook herkennen in een abstracte decoratie. Een bevriende archeoloog herinnerde me er dit weekend aan dat een oudheidkundige uit het begin van de twintigste eeuw er heel anders naar zou hebben gekeken: in die tijd waren astronomische verklaringen in de oudheidkundige mode en zou men de hieronder als respectievelijk 2 en 7, 3 en 4 en 5 genummerde tekens hebben uitgelegd als een volle, een afnemende en een wassende maan. De tekens 1 en 8 zouden wellicht zijn uitgelegd als bewijs dat de IJzertijdmensen de schijngestalten van Venus kenden. Of de twee equinoxen.

Vereenvoudigde weergave van de tekens op het Potje van Lent (© Peter van den Broeke)

Verder denkend: een negentiende-eeuwse oudheidkundige, zo eentje die meende dat religie een oude manier was om de natuur te verklaren en die overal vruchtbaarheidssymbolen in herkende, zou ongetwijfeld een manier hebben bedacht om hier een seksueel symbool in te herkennen. Ik beken dat het mij niet lukt, maar die Victorianen stonden voor niets.

Je zou je ook kunnen voorstellen dat een formalistisch ingesteld kunsthistoricus weer een ander kader heeft om naar deze tekens te kijken. Zo iemand herkent vier basisvormen die steeds zijn uitgebreid met een streep en ziet dat die reeks eenmaal van links naar rechts en eenmaal daaraan symmetrisch van rechts naar links is afgebeeld. UΦDC – CDΦU.

Ik beweer niet dat een van deze theorieën beter is dan de door Van den Broeke voorgestelde interpretatie dat we te maken hebben met “iemand die interessant wilde doen en deed of hij kon schrijven”. Voorlopig ken ik niets beters. Wat ik wil tonen is iets anders: dat elke uitleg is bepaald door wat we verwachten te zien.

Het Potje van Lent biedt ons een mogelijkheid hierover na te denken. Zelfs als de geschiedenisboeken niet zullen worden herzien, is dit een heel bijzondere vondst.

PS

En nog een vijfde manier om ernaar te kijken: archeoloog Leo Verhart oppert in een ingezonden brief in De Volkskrant dat het misschien wel is gemaakt door een kind. Er valt een boom op te zetten over miniatuuraardewerk, maar de pointe is: elke waarneming is tegelijk een interpretatie vanuit de kaders van de waarnemer. Het nadenken over die vooringenomenheid is waarvoor we geesteswetenschappen hebben.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Foto van de dag: Coriovallum

Het Romeinse badhuis in Heerlen (Thermenmuseum) [Meer foto’s hier.]

Foto van de dag: prehistorisch dorp

Gereconstrueerde boerderijen in het Prehistorisch Dorp in Eindhoven; zo zag een dorpje in de Kempen aan het begin van de Read more

Foto van de dag: het badhuis van Heerlen

Het badhuis van Heerlen, zoals nagebouwd in Archeon. [Meer foto’s hier.]

Glimmende schatten uit de Bronstijd

Hé, dat is leuk. We hebben weer een Jaap ter Haar en ze heet Linda Dielemans. Ik maak die vergelijking Read more