De Vondst, Heerlen

Archeologisch depot
13 november 2020

Heerlen is van alle gemeentes in Nederland de meest Romeinse. Hier is een Romeins badhuis te zien, een van de grootste ruïnes benoorden de Alpen; hier is het bijbehorende Thermenmuseum, dat de geschiedenis van Romeins Limburg documenteert; hier in de buurt liggen de Romeinse Katakomben van Valkenburg, waar ze u een van de belangrijkste antieke erfenissen tonen; op fietsafstand liggen Jülich en Aken, waar Karel de Grote een nieuwe Romeinse keizer wilde zijn, en Maastricht en Tongeren. En sinds een tijdje zijn hier ook het Archeologisch Depot van de provincie Limburg en het restauratie-atelier Restaura. Beide zijn ondergebracht in één gebouw, dat door het leven gaat als De Vondst.

Er is ook een ArcheoHotspot, wat u het beste kunt beschouwen als een archeologisch spreekuur. Als u eens iets wil weten, kunnen vrijwilligers u daar meer vertellen. U kunt er ook heen gaan als u zelf eens iets hebt gevonden en wil weten wat het is, maar er zijn ook altijd vrijwilligers van de AWN te vinden die bezig zijn scherven te determineren of zeefmonsters te sorteren.

Het depot

Het Limburgs Archeologisch Depot, dat zich tot voor kort bevond in Maastricht, is gevestigd op de bovenverdiepingen van De Vondst. In principe behoren opgegraven voorwerpen na een jaar of twee bij zo’n depot te zijn ingeleverd, zodat opgravers redelijk wat tijd hebben om het materiaal te publiceren. Daarna verdwijnt het in grote kartonnen dozen in zware verrijdbare archiefkasten.

Opslag van archeologische vondsten

Denk daar niet te licht over. Het depot in Heerlen heeft drie afdelingen met drie klimaten: een voor aardewerk, een voor metaalvondsten en een voor papier. Bedenk ook dat vondsten, voor ze de opslag in gaan, een tijdje in quarantaine moeten om ze te ontsmetten. Je wil namelijk echt je oude papier niet vol zilver- of papiervisjes hebben.

De meeste opgravingsbedrijven streven ernaar hun vondsten sneller dan na twee jaar over te dragen, want eigen opslag is kostbaar. Verondersteld is echter dat in de tussentijd iemand voor die publicaties betaalt en dat wil nog weleens problematisch zijn. De regel is dat wie het bodemarchief verstoort, de opgraving én de publicatie moet betalen. Daarvoor dienen archeologische bureaus vaak twee rekeningen in, want terwijl ze vooraf wel ongeveer kunnen aangeven wat de eigenlijke opgraving zal gaan kosten, kunnen ze de kosten van de publicatie pas schatten als bekend is wat gevonden is. Het is een bekend probleem dat opdrachtgevers vaak wel de rekening voor de opgraving betalen maar, als ze eenmaal met hun bouwproject bezig zijn, een stuk minder vlot zijn met de betaling van de tweede factuur. Een tijdje geleden was er een bescheiden schandaaltje toen bureau Archeodienst aangaf gedwongen te zijn de vondsten van weigerachtige opdrachtgevers te veilen. Dat werd verhinderd maar Archeodienst ging failliet. Het illustreert dat opslag voor het archeologisch bedrijfsleven een behoorlijke kostenpost is en dat archeologen het spul maar al te graag snel naar het provinciaal depot brengen.

Er is, zo vernam ik in Heerlen, nog een tweede reden waardoor er momenteel veel vondsten bij komen. De meeste oudheidkundige verenigingen zijn aan het vergrijzen, houden op te bestaan en dragen hun bezittingen over. Dat is heel mooi, maar de collecties zijn vaak anders beschreven dan inmiddels standaard is en dat levert de medewerkers van het depot wat extra werk op.

Restaura

Op de verdiepingen onder het depot is Restaura gevestigd, dat houten, glazen, textielen, leren, metalen, plastic en aardewerken archeologische vondsten onderzoekt en – u raadt het al – restaureert. De vorige volzin suggereerde al zeven specialismen en daar komen nog andere activiteiten bij, zoals het doen van blokbergingen, een type opgraving waarbij een heel fragiele vondst met bodem en al uit de grond wordt gelicht opdat het onder niet onder veld- maar onder laboratoriumcondities kan worden onderzocht.

De handschoenen van bisschop Van Hoensbroeck (zijn biografie is misschien niet helemaal encyclopedisch-afstandelijk maar de moeite waard)

Restaura is een echt laboratorium, waar ook 3D-scans worden gemaakt en waar bijvoorbeeld antiek en middeleeuws hout of leer wordt geconserveerd door het een maand of drie te leggen in een bad van polyethyleenglycol (PEG). Hoewel dit een vrij gangbaar proces is, is het niet makkelijk om zoiets te doen. Wat doe je bijvoorbeeld met de houten greep van een metalen wapen? Dat vergt een heel andere behandeling. IJzer moet je bijvoorbeeld ontzouten om roest te vermijden. Kortom, je zult het voorwerp uit elkaar moeten halen en het gaat bij conservering dus niet alleen om materiaalspecialismes, maar ook om inzicht in de combinatie van materialen.

De grens tussen conservering, restauratie en onderzoek is ondertussen nogal vaag, want bij conservering en restauratie kunnen nog steeds ontdekkingen worden gedaan. Een voorbeeld is de koperkleurige, in 2016 bij Rijnsburg gevonden vogelkopschaal die sinds vorig jaar in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden wordt geëxposeerd en bekend is komen staan als “het bakblik”. Restaura ontving van de opgravers tientallen fragmenten en bij het in elkaar passen daarvan ontdekten de restauratoren dat in de rand een adelaarskop was opgenomen. Conservering werd onderzoek.

Vogelkopschaal (“het bakblik”) (©Rijksmuseum van Oudheden)

Het wetenschappelijk proces

De Vondst toont in feite de latere fases van het wetenschappelijk proces. De data zijn verworven – in de archeologie wil dat meestal zeggen: opgegraven – en zijn geanalyseerd, de publicaties zijn gedaan en er resteren nu nog twee activiteiten. Enerzijds: de data bewaren zodat toekomstige generaties kunnen controleren of de analyses correct waren. Anderzijds: de inzichten overdragen aan het publiek. Dat laatste gebeurt via het onderwijs, via tijdschriften en websites, via ArcheoHotspots, via musea – en dat veronderstelt dat er iets te tonen valt. Zodat restauratie belangrijk is.

De Vondst geeft dus in feite de archeologie aan haar doelgroep, het publiek. Om die reden zijn er diverse activiteiten, zoals rondleidingen (elke woensdag om 14:00). De agenda is hier, ik wens u veel plezier in Heerlen en vergeet het Thermenmuseum niet. Het is aan de overkant van de straat.

Vuurstenen voorwerpen uit de opgraving bij Rijckholt.
[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]
Deel dit blog:
Foto van de dag: Coriovallum

Het Romeinse badhuis in Heerlen (Thermenmuseum) [Meer foto’s hier.]

Foto van de dag: het badhuis van Heerlen

Het badhuis van Heerlen, zoals nagebouwd in Archeon. [Meer foto’s hier.]

Reconstructie van een gebouw

Het is weleens gemeten: wanneer op TV woorden ancient, old of the past vielen, vermindert bij de meeste kijkers de belangstelling. Dat is weleens Read more

Het badhuis in Heerlen

Een tijdje geleden liet het Thermenmuseum in Heerlen in een hijgerig persbericht weten dat was vastgesteld dat het beroemde Romeinse badhuis het oudste gebouw Read more