De verstaanbaarheid van het oudste Grieks

PY Fr 1184 (Uit: Emmett L. Bennett Jr., The Olive Oil Tablets of Pylos, 1958)
13 december 2020

Kokalos heeft zoveel olijfolie betaald aan Eumedes.

Zo luidt een van de oudste Griekse zinnen, compleet met onderwerp, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp. De woorden (gevolgd door een volume-eenheid en een getal) zijn vastgelegd op een kleitablet uit Pylos op de Peloponnesos (PY Fr 1184, r. 1-2). De Grieken van de tweede helft van het tweede millennium v.Chr. hadden nog geen alfabet, maar gebruikten een lettergrepenschrift dat we Lineair B noemen. Dat is in 1952 op uiterst ingenieuze wijze ontcijferd (zoals ik hier stamelend uitleg).

Anders dan de meeste andere (ca. 7000) kleitabletten met Lineair B is dit exemplaar goed te begrijpen voor wie een beetje Grieks kent. Als we de lettergreeptekens omzetten naar Griekse letters, zijn er nauwelijks verschillen met het Grieks van Homeros en Plato:

ko-ka-ro a-pe-do-ke e-rai-wo to-so e-u-me-de-i

Κώκαλος ἀπέδωκε ἔλαιϝον τόσσον Εὐμήδει.

Het voornaamste verschil zit in het woord voor olijfolie (elaiwon) dat later zijn w zou verliezen. In deze oudst bekende vorm is dankzij die w de etymologische verwantschap met ons eigen woord olijf (via het Latijnse oliua) nog te zien. Op Kreta staat nu nog een olijfboom die mogelijk slechts een paar eeuwen jonger is dan de kleitabletten die daar en op het Griekse vasteland gevonden zijn. Zo heeft die boom bijna de hele ontwikkeling van de Griekse taal tot nu toe meegemaakt.

In al die millennia is ten minste één woord van de tabletten onveranderlijk gebleken. De ouderdom en continuïteit van het Grieks schittert in de gouden gloed van dat andere product waar Griekenland nog steeds beroemd om is: meli, honing. Op onderstaande afbeeldingen geven het tablet in klei van toen en het papieren etiket van nu in essentie dezelfde informatie: 1 pot honing.

Een Griekse pot honing en KN Fs 2 (Corpus of Mycenaean Inscriptions from Knossos)

Op het tablet (de achterzijde van KN Fs 2, compleet met de vingerafdrukken van wie het beschreven heeft) zijn de lettergreeptekens van het woord honing in een ligatuur boven elkaar geschreven: het teken me staat bovenop het teken ri/li. De aanduiding voor ‘pot’ is een tekening van een vat, een zogenaamd ideogram, en het telwoord is een ook voor ons herkenbaar turfteken. Dat zijn overigens de drie typische elementen van de meeste tabletten: tekst, ideogram en getal.

Voor kenners van andere Europese talen zijn het vooral de kruiden waarvan de namen op diverse kleitabletten nog steeds verstaanbaar zijn: sasama (sesam), kumino(n) (komijn), mi(n)ta (munt) en koriadno(n) (koriander). Hoe mooi dat laatste woord eruit ziet, kun je zien aan onderstaand tablet uit Knossos op Kreta (KN Ga(1) 676), met (omkaderd) ko-ri-ja-do-no.

KN Ga(1) 676 (Fitzwilliam Museum Cambridge)

De tabletten geven niet alleen een kijkje in de keuken van de eerste Grieken die schrift hadden. In het algemeen bieden ze veel inzicht in wat er aan producten en goederen beschikbaar was in de Griekse wereld van die tijd. Naast olie, honing, wijn en vijgen lezen we over grootvee en kleinvee, varkens, ezels, paarden, karren, wapens, metalen en textiel. En natuurlijk figureren er mensen op verschillende treden van de maatschappelijke ladder. De Eumedes op bovengenoemd betaalbewijs kennen we toevallig van andere tabletten: hij produceerde parfum. De olie van Kokalos had dus waarschijnlijk cosmetische doeleinden.

Kokalos en Eumedes waren gewone Grieken uit Pylos of omgeving. Maar hun namen kennen we vooral van prominente figuren in de latere Griekse mythologie. Het aardige is dat we wel meer van die roemloze naamgenoten op de tabletten aantreffen. Zo staat “Achilleus” (a-ki-re-u) op een tablet uit Kreta dat veel ouder is dan de Trojaanse Oorlog, en “Aigeus” (ai-ke-u) op een tablet uit Pylos dat weinig te maken zal hebben met de Atheense koning die zijn naam gaf aan de Aegeïsche zee. Maar er zijn ook namen die niet van identiteit zijn gewisseld: Zeus, Hera, Poseidon, Athene en Dionysos kregen al wijgeschenken, ook als alle sterke verhalen over hun vele strapatsen misschien nog niet bestonden.

Een speciaal geval vormt Daidalos. De Griekse mythologie vertelt ons over een uitvinder, beeldhouwer en architect die furore maakte op Kreta. Zou hij echt bestaan kunnen hebben? In de Griekse literatuur heeft daidalos de betekenis “knap bewerkt”. De naam kan natuurlijk zijn afgeleid van dit bijvoeglijk naamwoord, maar misschien is het toch andersom. Dat Daidalos op Kreta een bijzonder persoon moet zijn geweest valt namelijk af te leiden uit onderstaand gebroken tablet uit Knossos (KN X 723).

KN X 723 (Museum Iraklio)

KN X 723 (Arthur Evans, Scripta Minoa II, 1952)

De tekens da-da-re-jo-de betekenen “naar het Daidaleion”, waarmee waarschijnlijk een heiligdom wordt aangeduid (zoals mouseion een heiligdom voor de muzen is). Was Daidalos iemand met een godenstatus, of betreft dit een heilige plaats die genoemd is naar een wel heel knappe architect? We zullen het nooit weten, maar dat er een Daidalos geweest is met een hoog aanzien, dat zou dus heel goed kunnen.

Deel dit blog:
De Zeevolken: de problemen

In de stukken die ik tot nu toe wijdde aan de Zeevolken vatte ik samen hoe De Blois en Van Read more

Foto van de dag: Knossos

Wandschildering met "stierenspringers", Knossos [Meer foto’s hier.]

Foto van de dag: Athena

Athena (Allard Pierson-museum, Amsterdam) [Meer foto’s hier.]

Foto van de dag: Skythische ruiters

Vaaschildering van Skythische ruiters (Mon Repos, Korfu) [Meer foto’s hier.]


Categoriën: Kreta en Mykene