De uitspraak van Latijnse woorden

et standbeeld van Ambiorix in Tongeren. Ik zeg dit er voor de zekerheid even bij: dit is dus een negentiende-eeuwse reconstructie. De held der Belgae zal in het echt niet hebben geleken op een pakje Gauloises of zijn gaan staan op een hunebed uit de tijd van de Trechterbekercultuur.
15 november 2020

Een kort blogstukje vandaag, ingegeven door een lezersvraag: hoe weet je eigenlijk hoe je antieke naam uitspreekt? Het gaat nu niet om zaken als de uitspraak van de Latijnse letter C, die in de klassieke periode klonk als /k/. Cicero heette dus Kikero. Het gaat vandaag om iets anders, om het accent, dus de lettergreep die je (althans als Nederlanders Latijnse woorden uitspreken) iets harder uitspreekt dan de andere.

Eén van de voornaamste methoden om vast te stellen waar het accent ligt, is het metrum van gedichten. Maar de twee namen waar het om gaat, Noviomagus en Ambiorix, komen niet voor in antieke poëzie. Gelukkig hebben we voldoende Latijnse gedichten om de hoofdregels vast te stellen: als een woord meer dan twee lettergrepen heeft, wordt de voorlaatste lettergreep benadrukt als die een lange klinker heeft, en anders schuift het accent naar de voorvoorlaatste lettergreep. (Lange lettergrepen zijn het simpelst te herkennen aan het feit dat je ze schrijft met twee letters, zoals ae, of doordat ze worden gevolgd door twee medeklinkers.)

Noviomagus, de naam van een dozijn steden in het Romeinse Rijk (“nieuwmarkt”), is het makkelijkst. De /a/ van magus is kort. Het is namelijk een Keltisch leenwoord, en we kennen het ook uit andere namen, zoals Rigomagus (“koningsmarkt”) en Nivomagus. De laatste vorm biedt een nauwe parallel voor Noviomagus en het fijne is bovendien dat deze naam voorkomt in het Lied van de Moezel van de vierde-eeuwse auteur Ausonius. En voilà: daar is de /a/ van magus kort. Ik durf er dus wel een kratje bier op in te zetten dat het Noviómagus is.

Snel verder naar Ambiorix, de naam van de Eburoonse leider die het Veertiende Legioen vernietigde en de wraak van Julius Caesar over zich afriep, die er hierna voor zorgde dat 300 dagen later de Eburonen waren uitgemoord. Wegens hun misdrijf, zo schrijft Caesar, mochten het volk en zijn naam niet langer bestaan.

Ironisch genoeg is het dankzij Caesars eigen Oorlog in Gallië dat we de naam der Eburonen toch kennen, inclusief dus die van Ambiorix, wiens naam puur Keltisch is en valt te herleiden tot twee woorden, Ambi en rix. Het laatste is het woord voor “koning”, het eerste wil zoiets zeggen als “plaats”, “heel de omgeving” of “overal”. De /o/ is te beschouwen als een soort genitief, “van”, en deze heeft, zo is me verzekerd, nooit nadruk. De in feite twee woorden tellende Keltische naam “alom koning” zou dus moeten worden uitgesproken als Ambíoríx, met een bijna ingeslikte /o/. Toevallig bestaat er in het Iers nog steeds een soortgelijke naam, waar de nadruk ook valt op de voorvoorlaatste en de laatste lettergrepen.

Ik sluit overigens allerminst uit dat de mensen in Italië die Caesars Oorlog in Gallië lazen toch Ambiórix uitspraken. Ik sluit ook niet uit dat er dan een taalpurist was die opmerkte “het is Ambíoríx hoor”. Tot sluit ik niet uit dat er een antieke taalgeleerde was die desgevraagd geruststellend zei dat er niet zoiets bestaat als een correcte uitspraak.

[Met dank aan Herman Clerinx, Vincent Hunink, Casper Porton en Alexander Smarius.]

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Hoe ver kan je de geschiedenis oprekken?

Tijdens het weekend van 5-7 november 2021 werden langs de zogenaamde Via Belgica wandelingen voor het brede publiek georganiseerd. In Read more

De Griekse kolonisatie

Een vaasje uit Taucheira (Archeologisch Museum, Tocra) Taucheira was een havenstad in het deel van het huidige Libië dat Cyrenaica Read more

Valt te weten waar de Drususgracht lag?

In mijn komende boek Hannibal in de Alpen behandel ik een topografisch probleem: hoe bepaal je de locatie van een Read more

Prinsjesdag, Plinius, Mill en de vergelijkingstheorie

Morgen is het Prinsjesdag en dat is een mooie gelegenheid om het weer eens over vergelijkingstheorie te hebben. Het demissionaire Read more