De sofisten 8: de geboorte van het relativisme

Een antieke filosoof (Museum van Epidaurus)
12 maart 2021

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk geen echte filosofen. Zeer onterecht: zij introduceerden de politiek in de filosofie, en namen vooruitstrevende relativistische standpunten in over taal en moraal die bijna postmodern overkomen. Reden genoeg om ze eens nader te bekijken. Het eerste deel is hier.]

We zagen dat onder invloed van met name Plato de sofisten de geschiedenis in zijn gegaan als immorele denkers. Dat het relativisme van de sofisten automatisch zou leiden tot moreel verval is echter geen onomstotelijke waarheid. Sofisterij leent zich wellicht goed voor immorele redeneringen zoals die van Callicles en Thrasymachos, relativisme kan ook dienen als filosofische basis voor de democratie, zoals we bij Gorgias en Protagoras zagen, en dat lijkt mij toch een staatsvorm die vanuit de moraal best goed te verdedigen is.

Het gelijk van de sterkste is dan wel niet zo ethisch, ook het idee van een absolute waarheid kan voor narigheid zorgen. Filosofen die uitgaan van een absolute waarheid zijn net zo goed in staat gebleken om kwaadaardige theorieën te ontwerpen, of theorieën die misschien wel goed bedoeld zijn, maar behoorlijk amoreel uitpakken. Immers, wie de absolute waarheid meent te kennen, deinst er vaak niet voor terug om het als excuus te gebruiken om over mensen heen te walsen. Voorbeelden daarvan zijn er in de geschiedenis van de mensheid helaas te over. Denk bijvoorbeeld aan hoe in streng religieuze samenlevingen tegen homoseksualiteit wordt aangekeken: discussies over of het goed of slecht is om te houden van iemand van hetzelfde geslacht hebben geen zin, ergens in een boek staat dat het slecht is, en als je er een andere mening over hebt of het nota bene praktiseert, dan kan je rekenen op vervolging. Waar regels in steen uitgehakt worden en als ‘heilig’ worden beschouwd, mag iedereen die het er niet mee eens is zich bergen. In die zin is een beetje relativisme al snel een stuk veiliger.

Maar ook als we ervan uitgaan dat de sofisten immoreel waren, dan is dat vanuit filosofisch opzicht nog geen reden om hun radicale relativisme af te wijzen. Als iemand echt op zoek is naar de waarheid, dan dient hij immers ook de mogelijkheid te accepteren dat de waarheid niet overeenkomt met zijn eigen morele denkbeelden.

Argumenten waarom ‘de waarheid’ eventueel zou moeten samenvallen met ‘het goede’ waren in de tijd van de sofisten nog niet echt bedacht. Die gedachte zou Plato pas in de filosofie introduceren, en zou na de oudheid nog lang dominant blijven.

Het pure relativisme en het denkbeeld dat de werkelijkheid door mensen gemaakt wordt en in de taal of cultuur besloten ligt, komen in de westerse filosofie pas weer tot bloei in de filosofie na Nietzsche, in de postmoderne filosofie, in het existentialisme, en in de analytische taalfilosofie. Wellicht is het niet toevallig dat die herwaardering plaatsvond in de periode waarin Europese beschavingen langzaam toewerkten naar meer democratische staatsvormen.

Moderne relativisten refereren echter zelden naar de sofisten. Niet alleen omdat vrijwel alle geschriften van Gorgias, Protagoras, Prodicus en hun tijdgenoten verloren zijn gegaan, maar wellicht ook vanwege hun slechte reputatie. In de meeste filosofische werken worden de sofisten hooguit kort behandeld, als opmaat naar Socrates.

Maar dat is onterecht. De sofisten worden daarmee ten eerste inhoudelijk onderschat. Ze hadden zoals we zagen zeer interessante en vooruitstrevende standpunten die verrassend goed aansluiten bij onze moderne filosofie als het gaat om taal, relativisme en democratie. Ten tweede wordt de invloed die ze hadden op de filosofie van de oudheid door ze zo kort te behandelen onvoldoende onderkend. Wij zullen in ons verhaal nog verschillende malen sofistische standpunten tegenkomen.

De sofisten hadden invloed op Socrates en Plato, die over het algemeen heel anders dachten, maar met wie ze ook veel gemeen hadden. Voornamelijk als het gaat om de visie waarin de mens centraal wordt gezet in de filosofie, en de neiging om telkens alle zaken van meerdere kanten te willen bekijken. We zullen de sofisten nog vaker tegenkomen als we latere filosofische scholen gaan bespreken, zoals met name de sceptische school. Ook het hedonisme is schatplichtig aan de sofisten. Daarbij kan niet worden ontkend dat zij een uniek verhaal hadden over relativisme, taal, waarheid en meningsvorming. Maak dus vooral niet de klassieke fout om te min te denken over ‘sofisterij’.

[Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek De wereld vóór God, waarin de filosofische stromingen van de oudheid, van China tot Rome, voor de leek zeer laagdrempelig maar toch vrij uitgebreid wordt uitgelegd. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
De sofisten 7: Goed is dat wat sterk is

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk Read more

De sofisten 6: een negatieve reputatie

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk Read more

De sofisten 5: Prodicus

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk Read more

De sofisten 4: Relativisme als basis voor democratie

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk Read more


Categoriën: Griekenland