De sofisten 6: een negatieve reputatie

Plato (Capitolijnse Musea, Rome)
10 maart 2021

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk geen echte filosofen. Zeer onterecht: zij introduceerden de politiek in de filosofie, en namen vooruitstrevende relativistische standpunten in over taal en moraal die bijna postmodern overkomen. Reden genoeg om ze eens nader te bekijken. Het eerste deel is hier.]

De sofisten waren vaak welgesteld en invloedrijk. Zij lieten zich voor hun onderricht betalen door politici. Succesvolle sofisten als Gorgias en Protagoras hadden relaties in de hoogste kringen.

Maar dat leverde hen ook politieke en filosofische tegenstanders op. De sofisten werd verweten dat zij niet zozeer op zoek waren naar waarheid en wijsheid, maar vooral naar geld.

Er valt wat te zeggen voor de stelling dat wie geld zijn verdient met filosofie, wellicht moeilijk echt objectief kan blijven. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt, nietwaar? Zeker als je sofist bent. En omdat er toch brood op de plank moest komen, hebben de sofisten zich vaak schuldig gemaakt aan simpelweg recht praten wat krom is. In het huidige taalgebruik is de term sofisme dan ook een synoniem van drogreden: een redenering die logisch en rechtvaardig klinkt, maar die volgens de wetten van de logica toch echt niet geldig is en eigenlijk ook nog eens immoreel.

Onze kennis van de sofisten heeft ons grotendeels bereikt via de latere filosoof Plato: hij zette zich sterk af tegen het moreel relativisme van de sofisten. En dit deed hij zo succesvol dat in de tijden na Plato de term sofisterij gezien werd als een amorele bezigheid, en tegengesteld aan wat de ware filosoof behoort te interesseren: het zoeken naar de absolute waarheid.

Of dit een terecht verwijt is, laten we even in het midden. Maar volgens deze lezing is een sofist niet op zoek naar waarheden. Hij wil alleen maar zijn gelijk halen, desnoods door middel van drogredeneringen.

Hij is in die visie dus geen wijze, en niet eens een ‘echte filosoof’: hij houdt meer van geld dan van wijsheid. Hij is niets meer dan een ‘retoricus’. En hoewel de retorica tot in de Romeinse tijd een zeer belangrijk onderdeel is geweest van de opvoeding van de gegoede burger, werd er tegelijkertijd door bijna alle filosofen na Plato laatdunkend over gesproken. Want ja, het waren maar trucjes …

Dat neemt niet weg dat de retorica wel een belangrijk instrument voor filosofen zou blijven, tot op de dag van vandaag. Want je kunt nog zoveel prachtige dingen denken, wat bereik je ermee als je de mensen vervolgens niet van je denkbeelden weet te overtuigen?

[Morgen meer. Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek De wereld vóór God, waarin de filosofische stromingen van de oudheid, van China tot Rome, voor de leek zeer laagdrempelig maar toch vrij uitgebreid wordt uitgelegd. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
De sofisten 8: de geboorte van het relativisme

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk Read more

De sofisten 7: Goed is dat wat sterk is

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk Read more

De sofisten 5: Prodicus

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk Read more

De sofisten 4: Relativisme als basis voor democratie

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk Read more


Categoriën: Griekenland