De sofisten 5: Prodicus

Een filosoof (Museum van Dion)
9 maart 2021

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk geen echte filosofen. Zeer onterecht: zij introduceerden de politiek in de filosofie, en namen vooruitstrevende relativistische standpunten in over taal en moraal die bijna postmodern overkomen. Reden genoeg om ze eens nader te bekijken. Het eerste deel is hier.]

Uit het voorgaande volgt dat voor de sofist alles relatief is. Wat waar is, hangt af van het oordeel van de gemeenschap, en dat kan natuurlijk veranderen. Een gedachte die prima paste bij de democratische maatschappij van die tijd.

Maar de democratie bevorderde niet alleen het relativistische denken over zaken als de waarheid. Het bevorderde ook moreel relativisme.

Dit komt het best tot uitdrukking in een citaat van de sofist Prodicus, waarin hij stelt dat er geen objectief kwade of goede zaken bestaan. Of iets goed of kwaad is, hangt volgens Prodicus af van het gebruik ervan.

Alles wat ten goede gebruikt kan worden, kan ook voor slechte zaken worden aangewend en andersom. Wij kunnen een wapen gebruiken om een weduwe en een kind te verdedigen, of om ze overhoop te steken en vervolgens te beroven. En met een kus kun je iemand liefhebben, of verraden. Kortom, er zijn geen goede of slechte dingen, enkel de intentie of toepassing van die dingen maakt ze ‘goed’ of ‘slecht’.

Prodicus verklaarde godsdienst als een verering van datgene wat ooit door mensen als nuttig werd beschouwd. Goed en kwaad, vanouds zaken waar godsdienst iets over te zeggen heeft, zijn volgens Prodicus niets meer dan beelden die ontstaan uit afwegingen van belangen van mensen. Er bestaat volgens hem dan ook niet zoiets als ‘natuurlijk recht’, een recht dat gebaseerd is op een absolute rechtvaardigheid, omdat die absolute rechtvaardigheid volgens Prodicus niet bestaat. Het begrip van wat recht is, ontstaat in de gemeenschap.

Let op: dit betekent niet dat alles zomaar toegestaan is! Er bestaat in een filosofie als die van Prodicus wel degelijk goed en kwaad, alleen wordt dat niet afgemeten aan absolute maatstaven, maar naar de maatstaven van de gemeenschap en het praktisch nut. Een daad is over het algemeen goed als het de gemeenschap harmonieuzer maakt of welvarender, en het geluk bevordert.

Prodicus legde zich verder toe op het bestuderen van woordgebruik, en legde daarmee het fundament voor de taalwetenschap.

[Morgen meer. Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek De wereld vóór God, waarin de filosofische stromingen van de oudheid, van China tot Rome, voor de leek zeer laagdrempelig maar toch vrij uitgebreid wordt uitgelegd. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
Plato 16: de invloed van Plato

[Een korte serie over Plato: Plato wordt als filosoof vooral gekend om zijn leer van de 'vormen', de naar hem Read more

De sofisten 8: de geboorte van het relativisme

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk Read more

De sofisten 7: Goed is dat wat sterk is

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk Read more

De sofisten 6: een negatieve reputatie

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk Read more


Categoriën: Griekenland