De sceptici 1: Wat is waar?

Een filosoof (Museum van Dion)
28 december 2020

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school van de volgelingen van Aristoteles. In deze serie behandelen we deze filosofische stromingen, en bekijken we hoe de filosofen zich tot elkaar verhielden. In deze vierde reeks van drie afleveringen: de Sceptici.]

Hoe zit de werkelijkheid in elkaar? Volgens natuurwetten zoals die van de stoïcijnen, of volgens het fundamentele toeval van Epicurus? We weten het niet.

Een onveranderlijke waarheid, zoals Plato en Aristoteles die aannamen, of een eeuwig stromende wereld waar Heraclitus vanuit ging? We zullen hier hoogstwaarschijnlijk nooit enige zekerheid over kunnen verkrijgen.

Een sceptisch persoon is in ons huidige vocabulaire iemand die kritisch is naar alles wat voor waar aangenomen wordt. Deze omschrijving past prachtig bij de hellenistische sceptische school. De sceptici twijfelden namelijk aan alle voorgaande overtuigingen.

Er is volgens de sceptici geen enkele methode waarmee je de juistheid van een mening kan achterhalen. Het gevoel en de waarneming, ze zijn beide eenvoudig te misleiden, en laten zich dan ook vaak in de luren leggen. En met het verstand kom je al helemaal niet achter de waarheid. Kijk maar naar al die filosofen die we tot nu toe zagen! Verstand hadden ze, maar ze waren het misschien nog vaker met elkaar oneens dan mensen zonder verstand.

De sceptici aanvaarden dus geen zekerheid van het denken – zoals de platonisten en de stoïcijnen deden – geen zekerheid van het waarnemen – zoals de aristotelische school dat deed – en zelfs geen zekerheid van ons gevoel, waar de epicuristen naar neigden.

De ware wijsheid ligt volgens de sceptici in het besef dat er geen enkele zekerheid is. Zij hielden zich dan ook bezig met het omverwerpen van de zekerheden die andere filosofen meenden te hebben gevonden.

Argumenten

De sceptici namen het omverwerpen van zekerheden uiterst serieus. Ze stelden een lijst met argumentaties op om aan te tonen dat het denken, het gevoel en het verstand feilbaar zijn, en dat echte kennis daarom fundamenteel onmogelijk is – dit zijn de zogenaamde sceptische ‘tropen’.

Dit waren argumentaties als:

Het is niet gezegd dat dezelfde verschijnselen bij iedereen ook dezelfde voorstellingen oproepen. De kleur van een object dat ik ervaar als zijnde blauw, kan door een ander paar ogen ervaren worden als iets wat ik ‘groen’ zou noemen. In andere woorden, dat mensen onderling hebben afgesproken om de kleur van dat object ‘blauw’ te noemen zegt niets over de aard van de individuele waarnemingen.

En daarbij ervaren wij ook als individuen op verschillende momenten hetzelfde op een andere manier: blauw in het donker ziet er anders uit dan blauw in het licht.

Wij hebben ook niet dezelfde behoeften: wat voor de een goed is, is voor de ander slecht. En daarbij hebben wij zelf veranderende behoeften: onze stemming en lichamelijke gesteldheid hebben een enorme invloed op hoe wij dingen ervaren. Wat goed of slecht is, is daarom absoluut niet te zeggen.

Onze waarneming wordt bovendien ook diep beïnvloed door de culturele maatstaven waarmee wij opgroeien, en dat terwijl die maatstaven tussen culturen nogal kunnen verschillen. Die maatstaven zeggen dus niets, en dus is ook onze collectieve beleving onbetrouwbaar.

Kwantiteit is vaak nietszeggend. Na één glas wijn worden we vrolijk en voelen we ons krachtig, na zestien glazen zijn we emotioneel en kunnen we niet meer lopen. Dat zijn totaal tegengestelde effecten. Terwijl je zou denken dat als één glas ons vrolijk en krachtig doet voelen, we na zestien glazen juist ultiem vrolijk en krachtig zouden zijn. Kortom, als er veel is van iets met een bepaalde eigenschap, betekent dat dus absoluut niet dat diezelfde eigenschap ook in intensiteit is toegenomen – deze kan zelfs volledig zijn verdwenen.

Ook worden onze ervaringen beïnvloed door wat we normaal en abnormaal vinden. Iets onverwachts maakt een veel grotere indruk dan iets wat dagelijks plaatsvindt. De zaken die ons opvallen, vertellen dus meer over onze instelling dan over de waarheid.

En zo kunnen we ook gek worden zonder dat we dat in de gaten hebben, zodat we niet eens meer weten wat gek en normaal is. Wie bepaalt dat trouwens?

[Morgen meer. Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek: De wereld vóór God – Filosofie van de Oudheid. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
De sceptici 2: Niets vaststellen, niet oordelen

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school Read more

Pyrrhonisme

In de Renaissance werden de teksten bekend van de Griekse auteur Sextus Empiricus, een filosoof van de zogenaamde Sceptische School, Read more

Hannibal op zoek naar wraak

[Dit is het laatste van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]De economie Read more

Hannibal: van Cannae tot Zama

[Dit is het derde van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]Ondanks de Read more


Categoriën: Hellenisme