De Rozen van Heliogabalus

27 april 2021

– Ampelos! riep hij. O mijn Ampelos…

Stem antwoordde niet; hooger alleen riep de fluit, als met een plotse uitbarsting van weemoedig verlangen. Een dicht gewarrel van kamperfoelie scheurde Dionyzos als een voorhang van een en dáar, in dichte cypressenschaduw, op den grond bijna zwart, lag Ampelos voorover en speelde zijn lange fluit.

– Dionyzos, je bent gekomen!

Dit citaat uit de roman Dionyzos van Louis Couperus (1904) zocht ik, omdat ik getroffen werd door een detail op het beroemde schilderij van (Sir) Lourens Alma-Tadema, De Rozen van Heliogabalus. Op de achtergrond van de voorstelling staat een (bronzen?) beeldengroep van een godheid, een jongeman en een katachtige (panter?) afgebeeld.

Uiteraard wordt ons oog eerst getrokken naar de voorstelling zelf: een jonge keizer met een wat vlassig baardje ligt met een gezelschap van zes jongeren aan een tafel, terwijl er rozenblaadjes van boven komen vallen, die – op de voorgrond – een zevental dames en heren beginnen te bedekken. Voor een zuil, links achter de keizer, bespeelt een dame een aulos.

Al met al een nogal druk schilderij, dat in 1888 in opdracht van de Britse ‘baronet’ Sir John Aird werd vervaardigd voor de som van 4.000 Engelse ponden (nu: ongeveer €100.000). Die niet-adellijke maar wél erfelijke titel van ‘baronet’ kreeg John Aird overigens pas in 1901. Na zijn dood in 1911 ging het schilderij over in handen van zijn zoon, de tweede baronet die het op zijn beurt naliet aan de derde baronet. Kennelijk was de laatste minder gehecht aan het doek, want al een jaar na de dood van zijn vader werd ‘De Rozen van Heliogabalus in 1935 geveild voor het luttele bedrag van 483 guineas (iets meer dan 500 Engelse ponden). Werk van Alma-Tadema was duidelijk niet populair in die periode. Ook een volgende veiling, waar het werk in 1960 in de catalogus van Christie’s terecht kwam, werd een teleurstelling: het veilinghuis kocht het toen zelf maar voor een bedrag van slechts 100 guineas (ruim 100 pond).

De volgende eigenaar was de bekende Amerikaanse TV-presentator Allen Funt. Funt werd alom bekend door zijn TV-programma Candid Camera, dat decennialang op CBS te zien was. In financiële problemen geraakt verkocht hij dit schilderij en ander door hem verzameld werk van Alma-Tadema in 1973 bij Sotheby’s, waarbij De Rozen van Heliogabalus de lieve som van 28.000 pond opbracht. Twintig jaar later wisselde het opnieuw van eigenaar (deze keer weer bij Christie’s) voor 1.5 miljoen pond: kennelijk was Alma-Tadema weer helemaal ‘en vogue’. De huidige eigenaar is de Spaans-Mexicaanse miljardair Juan Antonio Pérez Simón.

De voorstelling zelf is losjes gebaseerd op een verhaal uit de Historia Augusta, als bron al notoir onbetrouwbaar. In dat verhaal over Heliogabalus, Romeins keizer van 218-222, beschrijft de auteur van de Historia Augusta, vita Heliogabali (II h. 21.5) hoe de jongen-keizer zijn gasten tijdens een banket met blaadjes van viooltjes en andere bloemen liet bedelven, door die vanuit een beweegbaar plafond te laten vallen. Sommigen van zijn gasten hebben deze blaadjesregen niet overleefd, aldus de auteur.

De ‘story’ zelf lijkt een topos te zijn: ook Nero zou bloemblaadjes vanuit een plafond in zijn Domus Aurea hebben laten vallen op zijn gasten (Suetonius, Nero, h. 31) en een vergelijkbaar plafond komt voor in het huis van Trimalchio, zoals beschreven in Petronius, Satyricon (h. 60). Hoe dan ook: het blijft bijzonder dat een soortgelijk gebruik nog steeds in Rome te ervaren is. Met Pinksteren beklimmen leden van de Romeinse brandweer het dak van het Pantheon, en strooien dan op zeker moment rozenblaadjes door de oculus, waarna een soort van deken van rozenblaadjes op de vloer van dit monument komt te liggen.

Terug nu naar het schilderij van Alma-Tadema. Het wil natuurlijk de decadentie van Heliogabalus in beeld brengen, maar ook Alma-Tadema was niet helemaal van decadentie gevrijwaard: hij schilderde dit werk in het voorjaar, wanneer er in Engeland nog geen rozen in bloei staan, en liet – aldus sommigen – speciaal voor dit schilderij ladingen rozenblaadjes uit het diepe zuiden van Frankrijk komen.

Decadentie: het straalt van de afgebeelde personen af. Misschien moeten we een uitzondering maken voor de man helemaal rechts op de afbeelding, met de rode baard en gekleed in een groen tuniek. Ook al heeft hij zijn haren in kunstige wrongen laten vlechten, toch komt hij over als een krachtig mens, in tegenstelling tot de overige afgebeelde personages.

En dan dat beeld op de achtergrond: het is losjes gebaseerd op een voorstelling van de godheid Dionysos, samen met de jongeling Ampelos en een roofdier als een marmeren beeldengroepje opgesteld in de Vaticaanse Musea. Ampelos was eromenos van Dionysos, en zijn aanwezigheid zal misschien verwijzen naar de veronderstelde biseksualiteit van Heliogabalus. Heel erg ‘obvious’ kon ook Alma-Tadema dat thema over Heliogabalus’ seksualiteit natuurlijk niet schilderen, maar hij maakte gebruik van een onder ‘kenners’ bekende mythe over Dionysos en Ampelos.

Dezelfde mythe die ook Louis Couperus heeft gebruikt in zijn roman Dionyzos. Dat Alma-Tadema en Louis Couperus elkaar kenden is bekend, alleen vond die ontmoeting pas in 1898 (in Londen) plaats. Couperus kende het werk van Alma-Tadema al wel, en bewonderde dat zeer (aldus zijn biograaf Frédéric Bastet). Van de schilder zelf had hij geen hoge indruk: aan zijn goede vriend Johan Ram schreef hij in dat jaar, na een soirée bij Alma-Tadema thuis: “Ik had me hem meer refined voorgesteld, hij is tamelijk vulgair”.

Het doek is niet heel vaak in het openbaar te zien geweest: vlak na het ontstaan werd het geëxposeerd op de zomertentoonstelling van de Royal Academy, in het voorjaar van 1973 in het MoMA in New York, in de winter van 2014/2015 tijdens een tentoonstelling in het Leighton House Museum te Londen en in 2017 twee keer: in (opnieuw) het Leighton House Museum en in het Belvedere in Wenen. Gelukkig ontbrak het niet op de grote overzichtstentoonstelling van het werk van Sir Lawrence Alma-Tadema, geboren als Laurens Alma Tadema in het Friese Dronrijp op 8 januari 1836, in het Fries Museum in de winter van 2016/2017.

Deel dit blog:
De ondergang van Pompeii

De ondergang van Pompeii (79 na Chr.) vormt een uiterst dankbaar onderwerp voor verbeelding in films en op schilderijen. Wankelende Read more


Categoriën: Receptie