De Opstand der Friezen

De vlootbasis van Velsen (Graham Sumner)
19 januari 2021

Het vierde boek van Tacitus’ Annalen bestaat uit problemen voor het Romeinse Rijk in alle windstreken. We lezen over gedonder in Spanje het westen, over de oorlog tegen Tacfarinas in Numidië in het zuiden en over een opstand in Thracië in het oosten. Het noorden is vertegenwoordigd met een opstand van de Friezen, die in het jaar 28 n.Chr. fort Flevum aanvallen. Een vlootbasis bij Velsen is in deze tijd inderdaad vergeefs bestormd, zoals Tacitus beschrijft.

De Nijmeegse classicus Vincent Hunink heeft onlangs een vertaling afgerond van Tacitus’ Annalen. Ze verschijnt in maart en Hunink heeft geprobeerd het bijterige van Tacitus’ zinnen in het Nederlands te vangen. Hieronder is de passage over de Friese Opstand (Annalen 4.72-74).

In datzelfde jaar hebben de Friezen, volk van achter de Rijn, de vrede verbroken, meer vanwege ons inhalig gedrag dan door problemen met gehoorzaamheid. Drusus had hun een redelijke schatting opgelegd, in lijn met hun beperkte middelen: levering van runderhuiden voor militair gebruik, waarbij niemand zich bekommerde om dikte of afmetingen. Totdat oppercenturio Olennius, aangesteld als inspecteur van de Friezen, huiden van oerossen aanwees als vast model.

Voor andere volkeren was dit al lastig en in Germanië nog moeilijker te aanvaarden, met monsterlijk grote beesten alom in bosschages en bescheiden kleinvee bij de mensen thuis. Zo stonden de Friezen eerst hele runderen af, daarna akkers, ten slotte vrouwen en kinderen, alles in schuldslavernij. Met wrok en klachten als gevolg, en toen er niets aan gebeurde zocht men redding in oorlog.

Soldaten die toezicht hielden bij de schatting werden overrompeld en aan het kruis geslagen. Olennius was de aanvallers voor door te vluchten, vond een heenkomen in een fort genaamd Flevum. Een niet onaanzienlijke troepenmacht van Romeinen en bondgenoten bewaakte daar de oceaankusten.

Een en ander kwam ter ore van Lucius Apronius, propretor van Neder-Germanië. Die liet vervolgens uit Opper-Germanië legioensdetachementen komen, met speciale eenheden infanterie en cavalerie van bondgenoten, voer met beide legers de Rijn af en rukte op tegen de Friezen. Belegering van het fort was al opgegeven, de rebellen waren weer vertrokken, ter verdediging van eigen huis en haard.

Vandaar dat Apronius zich richt op het naastgelegen veengebied, dat hij versterkt met dammen en bruggen waar een zware kolonne overheen kan. Tegelijk laat hij een eskadron Canninefaten en bij ons dienende Germaanse infanterie in actie komen. Die moeten via intussen gevonden doorwaadbare plaatsen de vijand aanvallen in de rug. Maar de Friezen staan al in slagorde en drijven de ruitergroepen bondgenoten terug, evenals de legioenscavalerie die ter versterking is gestuurd.

Drie lichte cohorten erheen, plus nog eens twee, en na enige tussentijd cavalerie van de hulptroepen. Sterk genoeg wanneer ze tegelijk hadden aangezet. Nu arriveerden ze met tussenpozen, waardoor ze de aangeslagen troepen niet standvastiger maakten en meegezogen werden in de paniek van wie vluchtte.

Cethegus Labeo, commandant van het Vijfde legioen, kreeg van Apronius het restant hulptroepen. Door de wankele toestand van zijn troepen kwam hij in het nauw en zond boodschappers met het verzoek om inzet van de legioenen. Die van het Vijfde stormen voorwaarts voor de anderen uit, dringen de vijand na felle strijd terug en vangen de cohorten en cavalerie op. Afgemat van alle verwondingen.

De Romeinse aanvoerder ging niet over tot represailles of het begraven van lichamen. Terwijl toch veel infanterie- en cavalerie-officieren en vooraanstaande centurio’s waren gesneuveld.

Kort daarna meldingen van overlopers. Over negenhonderd Romeinen die bij een heilig woud genaamd Baduhenna de gevechten hadden voortgezet tot de volgende dag, en waren afgemaakt. En een andere troep van vierhonderd man had het landgoed bezet van Cruptorix, ooit in Romeinse dienst, waar men elkaar, toen de vrees opkwam voor verraad, wederzijds het leven had benomen.

Vertaling uit: Tacitus, Annalen, vertaling Vincent Hunink, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam 2021 (verschijnt in maart)

Deel dit blog:
Het belang van aardewerk

Een tijdje geleden heb ik een paar interviews gedaan met mensen die vertelden hoe oudheidkundigen wisten wat ze wisten. Voor Read more

Wanneer is een historicus een historicus?

Aanstaande woensdagavond is er een online-presentatie van Vincent Huninks nieuwe vertaling van de Annalen van de Romeinse auteur Tacitus. U Read more

Corbulo bij de Friezen

Een van de bekendste verhalen over Romeins Nederland: Tacitus' verslag van de campagne van generaal Corbulo tegen de Friezen. U Read more

Valt te weten waar de Drususgracht lag?

In mijn komende boek Hannibal in de Alpen behandel ik een topografisch probleem: hoe bepaal je de locatie van een Read more