De ontdekking van het oudste Irak

‘Ubaid-aardewerk (Archeologisch Museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet)
15 september 2021

De eerste opgravers in Irak waren mensen als Botta, die Nineveh ontdekte; Layard, die de Assyrische hoofdsteden opgroef; Koldewey, die hetzelfde deed in Babylon; en Hamdi, die het museum van Constantinopel stichtte. Hun enorme verdiensten staan buiten kijf, want het was bepaald geen sinecure in het zich hervormende Ottomaanse Rijk, zonder veel duidelijke verhoudingen maar vol etnische spanningen, je werk te doen. Al bood die onduidelijkheid ook kansen. Kansen die wij misbruik zouden noemen.

Afgezien van de organisatorische problemen hadden deze archeologen te maken met het feit dat ze hun vondsten alleen konden interpreteren aan de hand van teksten. Die vormden weleens een dwaalspoor, zoals toen Koldewey in Babylon speurde naar Hangende Tuinen die even reëel waren als Diagon Alley in Londen. En dan waren er de dieper liggende lagen, die de allereerste steden documenteerden. Toen schreven de mensen nog niet, dus de opgravers hadden geen idee way ze opgroeven. Sumeriërs? Nooit van gehoord. Ook wisten ze niet hoe oud het spul was dat ze opgroeven. Ze noemden het dus maar “aardewerk zoals gevonden in Nineveh”. Zo ontstond de gewoonte archeologische culturen te vernoemen naar de eerste vondplaats. De La Tène-cultuur is een Europees voorbeeld en Andronovo is een Aziatisch voorbeeld.

‘Ubaid

Woolleys “deep sounding” in Ur

Toen de archeologen het onderzoek in Irak na de Eerste Wereldoorlog, inmiddels een mandaatgebied, hervatten, stuitten ze in Tell al-‘Ubaid (zo’n zes kilometer ten westen van Ur) op een ietwat groenige, beschilderde soort keramiek. Het was handgemaakt, dus niet met een draaischijf. Archeoloog Leonard Woolley, die dit aardewerk tijdens een verkenningscampagne aantrof, vond het later ook in Ur zelf, waar hij een immense kuil had laten graven om de stratigrafie te begrijpen. (De vakterm voor zo’n verticale kuil, recht naar de bodem van een tell, is “deep sounding”.)

Deze deep sounding is overigens afgebeeld op een van de beroemdste archeologiefoto’s van de vorige eeuw. De dikke kleilagen golden destijds als bewijs voor de Zondvloed.

In Ur lag dit beschilderde aardewerk onder de oudste stedelijke (Sumerische) resten. Omdat het keramiektype in diverse bewoningslagen aanwezig was, kon Woolley vaststellen dat het eeuwenlang in gebruik moest zijn geweest. Opvallend detail: Woolley vond dit aardewerk vaak met allerlei kleine terracotta-figuurtjes.

Uruk-aardewerk (Archeologisch Museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet)

Uruk

Terwijl Woolley in ‘Ubaid en Ur bezig was, was Arnold Nöldeke van de Deutsche Orient-Gesellschaft honderd kilometer verderop bezig in Uruk. In zijn “deep sounding” wist hij achttien bewoningslagen aan te wijzen, en hij vond daarin ook het beschilderde aardewerk dat Woolley in ‘Ubaid had aangetroffen. Het lag in de zes onderste lagen (XVIII-XIII) en verdween na een wat onduidelijke periode (Uruk XII). Het aardwerk in de hogere lagen, XI-VI, was compleet anders. Het was nauwelijks gedecoreerd en vaak gemaakt op een draaischijf.

De kleine terracotta-figuurtjes ontbraken. Er was dus wel meer veranderd dan alleen het aardewerk: de hele materiële cultuur was een andere. Was er een volksverhuizing geweest?

De vondsten in Uruk V-III waren weer anders. Het aardewerk was opnieuw gedecoreerd, met bruinige tinten en met geometrische patronen. En vooral: Nöldeke en de zijnen vonden ook rolzegels, sculptuur, monumentale architectuur en iets dat begon te lijken op het vroegste spijkerschrift. Hier was duidelijk het begin van de stedelijke cultuur, maar wat was er veranderd?

Aardewerk uit Jemdet Nasr (Chicago Oriental Institute)

Jemdet Nasr

Weer 250 kilometer verderop gaf Stephen Langdon leiding aan een Amerikaans-Brits team dat Jemdet Nasr opgroef. Het was geen heel erg opmerkelijke site en de archeologen hadden hun vondsten gepubliceerd met Angelsaksische nonchalance. Gelukkig realiseerde Nöldeke dat het aardewerk uit Jemdet Nasr precies hetzelfde was als wat hij had gevonden.

Er waren nu drie soorten aardewerk die dankzij de deep soundings onderling te koppelen waren.

  • Het geometrische, bruinige aardewerk dat voor het eerst was gevonden in Jemdet Nasr representeerde de samenleving waarin de eerste steden waren ontstaan.
  • Het vrijwel ongedecoreerde, op een draaischijf gemaakte aardewerk dat voor het eerst was gevonden in Uruk was iets ouder.
  • Het beschilderde aardewerk dat voor het eerst was gevonden in ‘Ubaid lag overal onderaan.
Op weg naar het spijkerschrift: een kleitablet uit Uruk III (Louvre, Parijs)

Leiden

In 1929 kwamen de archeologen in Leiden samen om hun vondsten en inzichten te bespreken. Dat leidde tot de naamgeving voor de vroege geschiedenis van Irak zoals we die nog steeds kennen.

  • Vroegdynastiek: de eerste Sumerische steden (Uruk II-I)
  • de Jemdet Nasr-periode: het ontstaan van de eerste steden (Uruk V-III; 3100-2900 v.Chr.)
  • de Uruk-periode: het Chalcolithicum ofwel vierde millennium v.Chr. (Uruk XI-VI)
  • de ‘Ubaid-periode: het slot van het Neolithicum ofwel het late zesde en het vijfde millenium v.Chr. (Uruk XVIII-XIII)

De dateringen die ik hierboven gaf, zijn pas later vastgesteld: daarvoor was koolstof nodig. Waardoor de culturen veranderden, is nog steeds een vraag. Wat we wel weten is dat de samenleving steeds gestratificeerder raakte. Er ontstond sociale ongelijkheid die nooit meer is verdwenen.

Deel dit blog:
De Warka-vaas

Ik blogde al over de grote stad Uruk, tegenwoordig Warka, waar de overgang van Neolithicum naar geschiedenis is gedocumenteerd in Read more

Uruk, een oeroude stad

Uruk, dat in de Bijbel Erech en tegenwoordig Warka heet, was al in het vierde millennium een belangrijke stad in Read more

Foto van de dag: Uruk

Uruk, Tempel van Gareus [Meer foto’s hier.]

Het huis van Abraham in Ur

Daar ben ik toch eigenlijk wel jaloers op, op de paus. Mijn vriendin en ik hebben al anderhalf jaar het Read more


Categoriën: Prehistorie, Sumerië