De late Stoa 4: Seneca – gehecht en onthecht

Seneca (Neues Museum, Berlijn)
27 april 2021

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer eclectische midden-Stoa ten tijde van de Romeinse republiek, naar de late Stoa uit de vroege Romeinse keizertijd, die vooral praktisch was: de laatste behandelen we in deze korte serie. Het eerste deel is hier.] 

In veel culturen, en ook in onze moderne tijd, is zelfdoding taboe en hulp bij zelfdoding strafbaar.

Dit heeft een religieuze oorsprong. Het begrip zelfdoding staat op gespannen voet met religie, dat het leven doorgaans opvat als een opdracht. Dit idee speelt een rol in het jodendom, het christendom en de islam. Ook in de filosofie van het oude India, die we later zullen behandelen, wordt het leven als een soort opdracht beschouwd. Of in ieder geval wordt de dood niet beschouwd als een bevrijding van de levenscyclus, waar men middels incarnaties hoe dan ook deel van blijft uitmaken. Zelfdoding is slecht karma.

De stoa deelde de opvatting van religie, dat het leven een opdracht is. Ook volgens de stoa heeft een persoon de plicht om te leven en zodoende zijn rol in het bestaan te vervullen. Mensen zijn volgens de stoa deel van het geheel, de kosmos, en zonder de mensen om hen heen zijn zij niets.

Iedereen zou volgens Seneca om te beginnen moeten streven naar het tot nut zijn voor zichzelf. Als dat lukt, dan ook voor de mensen in zijn directe omgeving. En als dat lukt, voor zo veel mogelijk mensen. Zo zag Seneca ook zijn eigen leven als een opdracht. Zijn politieke activiteiten zag hij als een last.

Volgens Seneca was, evenmin als luxe en macht, ook gezondheid niet bepalend voor ons levensgeluk. En gelukkig maar, want Seneca had een zeer zwakke gezondheid. Hij leed onder meer aan een zware vorm van astma. Dit weerhield hem er echter niet van zeer streng voor zichzelf te zijn. Voordat hij regent werd, leefde hij lange tijd als asceet. Hij was daarbij zo streng in de leer, dat hij zich met zijn oefeningen zelfs in levensgevaar zou hebben gebracht.

Maar Seneca was onbevreesd voor de dood. Volgens hem is het niet alleen zinloos en schadelijk zich te veel te hechten aan macht en luxe, maar ook om zich te veel te hechten aan het leven.

Sterven doen we uiteindelijk allemaal toch. En daarbij, ieder moment dat we beleven, verliezen we datzelfde moment ook weer. ‘Alles wat in ons leven reeds voorbij is, hoort toe aan de dood’, schrijft hij. Ieder moment is na het verstrijken ervan onherroepelijk weg.

In de visie van Seneca sterft alles zodoende eigenlijk continu.

[Morgen meer. Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek De wereld vóór God, waarin de filosofische stromingen van de oudheid, van China tot Rome, voor de leek zeer laagdrempelig maar toch vrij uitgebreid wordt uitgelegd. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
De late Stoa 10: zelfprogrammeren

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer Read more

De late Stoa 8: Epictetus en de dingen binnen onze macht

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer Read more

De late Stoa 6: de vrije wil

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer Read more

De late Stoa 5: Seneca en de dood

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer Read more


Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Tags: ,