De late Stoa 13: Religie en wetenschap in harmonie

Seneca (Neues Museum, Berlijn)
6 mei 2021

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer eclectische midden-Stoa ten tijde van de Romeinse republiek, naar de late Stoa uit de vroege Romeinse keizertijd, die vooral praktisch was: de laatste behandelen we in deze korte serie. Het eerste deel is hier.] 

Wie denkt zichzelf te helpen door zich letterlijk terug te trekken, zoals de epicuristen deden, die begrijpt volgens de stoïcijnse keizer niets van filosofie. Hij adviseert echter wel om je van tijd tot tijd geestelijk terug te trekken in jezelf, om jezelf beter te trainen, maar ook om een adempauze te nemen.

Wie vasthoudt aan de stoïcijnse overtuigingen en deze bij zichzelf herhaalt, vindt innerlijke orde, en daarmee rust. Dit doet denken aan mediteren, of bidden, en lijkt daarmee op een religieuze activiteit.

De stoa was geen religie in de zin van een religieuze organisatie die een beroep deed op onbetwistbare canonieke teksten. Maar het was meer dan simpelweg een denkrichting. Het was een levenshouding, en versmolt zich met de cultuur van de mensen die het beoefenden. Je zou het stoïcisme dan ook een levenskunst kunnen noemen.

Veel mensen denken dat religie en wetenschap op gespannen voet met elkaar staan. In de stoa komen religie, filosofie en wetenschap echter samen, en zijn ze in harmonie met elkaar.

Er is sprake van een godheid die aanbeden wordt, alleen gebeurt dit niet ondanks, maar juist via de ratio. Er is sprake van een zeker spiritueel bewustzijn en van rituelen, zij het in harmonie met de wetenschap en logica. Sterker nog, wetenschap en logica zijn er fundamentele onderdelen van.

Volgens de stoïcijnen belichaamt de hele kosmos het goddelijke, en zit dit goddelijke ook in onszelf. Onze wil is geen lijdzaam gevolg van dat goddelijke, maar is deel daarvan. En hier komt het grote plichtsbesef van de stoïcijnen vandaan: de mens is als deel van het geheel ook medeverantwoordelijk voor dat geheel.

Volgens de stoa zijn alle menselijke wezens begiftigd met dezelfde goddelijke rede, en bestaan er feitelijk geen rang- en standsverschillen tussen mensen. Maar de stoa daadwerkelijk uitoefenen was geen sinecure, zoals we zagen. Het vereiste scholing en oefening, en daar moet iemand maar wel de middelen en de tijd voor hebben. Daarmee bleef de stoïcijnse filosofie iets voor intellectuelen, en was het een elitaire filosofie.

Het stoïcisme als religie was waarschijnlijk dan ook niet echt populair onder het volk. Ondanks dat de stoa de gelijkheid van alle levende wezens erkende, namen in de praktijk al met al slechts weinig levende wezens deel aan de stoa. Vergelijk het maar met salonsocialisme.

Misschien is dit wel een belangrijke reden waarom de Romeinse wereld na verloop van tijd behoefte kreeg aan andere vormen van filosofie en religie.

[Morgen meer. Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek De wereld vóór God, waarin de filosofische stromingen van de oudheid, van China tot Rome, voor de leek zeer laagdrempelig maar toch vrij uitgebreid wordt uitgelegd. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
De late Stoa 14: Naar een andere tijd

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer Read more

De late Stoa 12: Marcus Aurelius – zingeving en determinisme

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer Read more

De late Stoa 11: Marcus Aurelius, keizer tegen wil en dank

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer Read more

Foto van de dag: de Zuil van Marcus Aurelius

De Zuil van Marcus Aurelius in Rome: Romeinse soldaten steken bij Carnuntum over een scheepsbrug de rivier de Donau over. Read more


Categoriën: Romeinse Keizerrijk