De late Stoa 11: Marcus Aurelius, keizer tegen wil en dank

Marcus Aurelius
4 mei 2021

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer eclectische midden-Stoa ten tijde van de Romeinse republiek, naar de late Stoa uit de vroege Romeinse keizertijd, die vooral praktisch was: de laatste behandelen we in deze korte serie. Het eerste deel is hier.] 

De worsteling van de stoïcijn met zijn eigen negatieve emoties zien we vooral terugkomen in het geschrift van keizer Marcus Aurelius, die in de tweede eeuw van onze jaartelling leefde.

Het enige boek dat hij schreef, Meditaties, of Overpeinzingen, was aan zichzelf gericht, als een stoïcijnse oefening. Het was waarschijnlijk ook nooit de bedoeling dat iemand het zou uitgeven. Maar het wordt beschouwd als een literair meesterwerk, en een van de belangrijkste laatstoïcijnse geschriften.

Bij het lezen van zijn overpeinzingen krijgen we de indruk dat Marcus Aurelius tegen wil en dank keizer is geworden en het vervullen van zijn functie als een loden last ervaart. Vooral de kunst om iedereen rechtvaardig tegemoet te treden ziet hij als een hele opgave. De onderlinge ruzies en machtsstrijd van de mensen aan het hof en tussen de volkeren onderling vielen hem duidelijk zwaar.

Marcus Aurelius gebruikt de stoïcijnse filosofie om zijn moeilijkheden te lijf te gaan, en om ze te relativeren. Om afstand te nemen van zijn bestaan als keizer, herhaalt hij keer op keer dat alle emoties van mensen uiteindelijk tevergeefs zijn, omdat alle mensen uiteindelijk vergaan, en tegelijkertijd deel uitmaken van iets dat onnoemelijk veel groter is dan zijzelf. Zoveel groter, dat al die wissewasjes uiteindelijk helemaal niet belangrijk zijn.

Marcus Aurelius beschrijft het Romeinse Rijk als een onbetekenende uithoek van het heelal, en de tijd waarin hij leeft als een heel kort moment in een eindeloze zee van tijd.

Deze zienswijze bood hem veel troost. Het besef van zijn eigen nietigheid hielp hem afstand te nemen van zijn negatieve emoties. Als de dingen waar je je druk om maakt uiteindelijk maar heel nietig en volkomen onbelangrijk zijn in het hele wereldgebeuren, waarom zou je je er dan over blijven opwinden? De stoa meent dat het leven dragelijker wordt, naarmate je het in een groter kader plaatst.

[Morgen meer. Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek De wereld vóór God, waarin de filosofische stromingen van de oudheid, van China tot Rome, voor de leek zeer laagdrempelig maar toch vrij uitgebreid wordt uitgelegd. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
De late Stoa 14: Naar een andere tijd

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer Read more

De late Stoa 13: Religie en wetenschap in harmonie

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer Read more

De late Stoa 12: Marcus Aurelius – zingeving en determinisme

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer Read more

Foto van de dag: de Zuil van Marcus Aurelius

De Zuil van Marcus Aurelius in Rome: Romeinse soldaten steken bij Carnuntum over een scheepsbrug de rivier de Donau over. Read more


Categoriën: Romeinse Keizerrijk