De koning die zich een god waande

Antiochus I op het west terras van Nemrud Daǧi
28 maart 2021

In de zuidoostelijke Turkse provincie Adiyaman bevindt zich op de hoogste piek van het noordelijke “Tweestromenland” een wel heel bijzonder bouwwerk, namelijk de heilige laatste rustplaats (hierothesion) van Antiochus I Theos. Welk idee de Commageense koning had toen hij deze tombe op de berg Nemrud liet bouwen wordt duidelijk aan de hand van een Griekse inscriptie die ter plaatse werd gevonden. Alvorens deze nomos van Antiochus I Theos te behandelen, weid ik eerst uit over twee andere koninklijke begraafplaatsen in het Koninkrijk Commagene.

De Karakuş Tumulus

De eerste koninklijke begraafplaats is de Karakuş tumulus die door archeoloog Friedrich Karl Dörner werd onderzocht. Deze tumulus bevindt zich circa 10 kilometer van Kâhta vandaan en vormt als het ware de toegangspoort naar Nemrud Daǧi. Deze 25 meter hoge tumulus werd vermoedelijk in opdracht van Mithridates II, de zoon van Antiochus I Theos, gebouwd en was bedoeld als mausoleum voor drie koninklijke vrouwen. De namen van deze vrouwen zijn ons bekend dankzij een inscriptie die ter plaatse werd gevonden. Het betreft de moeder van Mithridates (Isias), zijn zus Antiochis en zijn nicht Aka, de dochter van Antiochis.

De Karakuş tumulus met de adelaar zuil op de voorgrond

De tumulus wordt omgeven door Dorische zuilen van negen meter hoog die bekroond worden door een sculptuur van een stier, een leeuw en een adelaar. De tumulus dankt haar naam aan deze laatste zuil – Karakuş – wat “Zwarte Vogel” betekent. Tot slot is er op een van de zuilen ook een dexiosis-scene afgebeeld met een man en een vrouw die elkaar de hand geven. Vermoedelijk betreft het Mithridates II en een andere zus, Laodice, die aan de Parthische koning Orodes II werd uitgehuwelijkt door hun vader Antiochus I Theos.

De dexiosis-scene

De tombe van Mithridates I Kallinikos

De tweede heilige begraafplaats werd ontdekt in Arsameia aan de Nymphaios; de koninklijke zetel van Commagene. De belangrijkste bezienswaardigheden van Arsameia bevinden zich om en nabij een processieroute die naar de top van een berg leidt. Friedrich Karl Dörner, die in de jaren ’50 tot ’80 van de vorige eeuw verschillende opgravingen verrichtte onder andere op de berg Nemrud en in Arsameia, onderscheidde drie belangrijke plekken langs deze route die hij als Site I – III aanduidde.

De weg naar Arsameia

Bij Site I vond Dörner verschillende grotten, waaronder een kunstmatige grot die mogelijk dienst deed als mithraeum; een ondergrondse tempel gewijd aan de god Mithras. Bij de ingang van deze grot werd een gebroken stele gevonden met daarop een dexiosis-scene: een koning die de rechterhand van een god schudt.

Bij Site II trof Dörner verschillende fragmenten van een reliëf met een dexiosis-scene aan waarvan de god in kwestie (de rechterkant van de stele) bewaard is gebleven. Het betreft de god Mithras – herkenbaar aan de zonnestralen die zijn hoofd omkransen – die in zijn ene hand een barsom draagt: een roede van twijgen die gebruikt werd binnen de cultus van het Zoroastrisme, een belangrijke religieuze stroming in het Oud-Perzische Rijk.

De rechterzijde van de stele met dexiosis-scene bij Site II van Arsameia. Te zien is de god Mithras

Tot slot loopt de processie route door richting Site III waar twee belangrijke vondsten werden gedaan. Allereerst werd hier een van de best bewaarde dexiosis-scenes uit het koninkrijk Commagene ontdekt. De koning in kwestie is hoogstwaarschijnlijk Mithridates I Kallinikos die gehuld is in een mantel en op zijn hoofd een Armeense kroon (kitaris) draagt. Hij schudt de hand van een naakte, bebaarde man met knots in de hand: de Griekse held Herakles.

De dexiosis-scene bij Site III in Arsameia met (vermoedelijk) Mithridates I Kallinikos en Herakles

Tevens is er hier een bijna 160 meter lange tunnel gevonden waarvan werd aangenomen dat deze naar de tombe van Mithridates zou leiden, maar helaas nergens in uitmondt. Boven de tunnel is een inscriptie uitgebeiteld die in uitstekende staat verkeert. De inscriptie is verdeeld over vijf kolommen en verhaalt, uit naam van koning Antiochus I Theos, over de stichting van de stad Arsameia en de bouw van de hierothesion voor Mithridates I Kallinikos hier. Tevens bevat de inscriptie een gedetailleerde instructie over de cultus die hier nageleefd diende te worden ter ere van de vader van Antiochus.

Inscriptie boven de tunnel bij Site III in Arsameia

Tot slot is bovenop de berg de fundering van een gebouw – met een mozaïeken vloer – uit de tweede eeuw voor Christus gevonden. Ook werden er hier beelden aangetroffen van de vrouw van Mithridates I Kallinikos, Laodice VII, en van hun zoon Antiochus I Theos. Het is onduidelijk waar het gebouw voor bedoeld was, maar mogelijk stond hier het mausoleum van Mithridates.

Harmoniseren van oost en west

Niet alleen in Arsameia, maar ook op de berg Nemrud werd een Griekse inscriptie gevonden, namelijk aan de achterzijde van de beide Galerijen der Goden.  De inscriptie is 237 regels lang en werd in 1882 door archeoloog Otto Puchstein – van de Pruisische Academie der Wetenschappen – ontdekt en de vertaling van zijn hand verscheen in 1883. Deze inscriptie wordt de nomos (heilige wet) van Antiochus I Theos genoemd en heeft veel weg van een testament. De koning vertelt de lezer waarom hij het monument op de berg Nemrud heeft laten bouwen en wat zijn verwachtingen zijn ten aanzien van zijn erfgenamen en toekomstige generaties Commagenen.

Detail van de nomos van Antiochus I Theos

In zijn nomos geeft Antiochus aan dat zijn tombe gebouwd moest worden op een hoge en heilige plek, dicht bij de goden. De 2.134 meter hoge berg Nemrud leent zich dan ook bij uitstek als ‘Zetel van de Goden’ en deze vinden we dan ook terug op het oost en west terras. De goden in kwestie kennen we ook bij hun Griekse en Perzisch-Armeense namen dankzij inscripties die ter plaatse zijn aangetroffen, namelijk Zeus-Oromasdes, Apollo-Mithras, Commagene Fortuna en Herakles-Artagenes-Ares.

De Galerij der Goden op het oost terras van Nemrud Daǧi met op de achtergrond de tumulus van Antiochus I Theos

Niet alleen de namen van deze goden, maar ook hun gelaat, kleding en attributen zijn een mix van oost en west. Wetenschappers beschouwen het heiligdom dan ook als een poging van Antiochus I Theos om de verschillende culturele invloeden binnen het koninkrijk Commagene samen te brengen en te harmoniseren. Antiochus zelf was de belichaming van deze mix van oost en west als we de Galerijen der Voorouders – die bij het heiligdom zijn aangetroffen – mogen geloven. Niet alleen kon hij zijn lijn terug traceren naar Alexander de Grote, hij stamde ook af van de Grote Perzische koning Darius I via de Armeense koningslijn der Orontiden.

Antiochus I Theos: de goddelijke koning van Commagene

Naast een boegbeeld voor zijn multiculturele koninkrijk, beschouwde Antiochus I Theos zichzelf ook als een goddelijke koning die het vertrouwen van de goden genoot. Deze bijzondere band wordt zichtbaar in de dexiosis-scènes die op het west terras van Nemrud Daǧi bewaard zijn gebleven. We zien de koning in deze scenes op gelijke hoogte als de goden afgebeeld staan terwijl hij hen de hand schudt. Ook neemt Antiochus zijn plaats in tussen de goden in de Galerij der Goden op beide terrassen en zit alleen Zeus letterlijk en figuurlijk nog een trapje hoger.

Antiochus I (Museum van Gazi Antep)

Ook lezen we in de heilige wet van Antiochus I Theos dat niet alleen de goden op de berg Nemrud geëerd dienden te worden, maar dat deze plaatselijke cultus ook voor de koning zelf bedoeld was. In zijn nomos is een lijst met decreten opgenomen waarin de koning aangeeft welke taken de aangestelde priesters van het heiligdom hadden ten aanzien van de naleving van de cultus op de berg. Zo is te lezen dat er twee belangrijke gebeurtenissen hier gevierd werden: op de 16e van Audnaios (een dag in januari of december) werd de geboortedag van Antiochus I Theos gevierd en op de 10e van Loos (mogelijk 14 juli) werd de inhuldiging van Antiochus als koning van Commagene gevierd.

Een foto van Otto Puchstein die de nomos van Antiochus I Theos ontdekte en vertaalde (Publiek domein)

Antiochus beschouwde mogelijk niet alleen zichzelf als een god, maar ook zijn voorouders. Te denken valt aan de inscriptie die in Arsameia werd aangetroffen bij Site III waarin Antiochus duidelijke instructies geeft over de naleving van de cultus ter ere van zijn vader Mithridates I Kallinikos. Daarnaast zijn er ook de dexiosis-scenes die in Arsameia zijn aangetroffen waar vermoedelijk Mithridates I Kallinikos op staat afgebeeld terwijl hij handen schudt met Mithras en Herakles. Tot slot zijn er nog de Galerijen der Voorouders op het oost en west terras van Nemrud Daǧi waar er voor elke stele oorspronkelijk een altaar stond waarop offers konden worden gebracht.

Een heiligdom voor de eeuwigheid

In zijn nomos geeft Antiochus I Theos aan dat zijn lichaam voor de eeuwigheid bewaard moest worden en hij roept zijn toorn uit over hen die de dienaren van de goden in hun werk belemmeren dan wel het heiligdom op de berg Nemrud op welke manier dan ook schenden. Heel lang lijkt de cultus geen stand te hebben gehouden en mogelijk werd het heiligdom al niet meer bezocht na de dood van Antiochus in 31 voor Christus. Het heiligdom lijkt in elk geval onvoltooid te zijn gebleven, zo getuigen onder andere de lege zandstenen steles op het noord terras.

De zandstenen steles van het noord terras van Nemrud Dağı

In 72 na Christus viel het doek voor het heiligdom toen Koning Antiochus IV door de Romeinse keizer Vespasianus werd afgezet en Commagene onderdeel zou vormen van Noord-Syrië. Op dit moment moet de laatste priester – die verantwoordelijk was voor de cultus op Nemrud – de berg en haar heiligdom hebben verlaten.

Toch was het koninkrijk Commagene en dit prestigieuze monument nog niet vergeten, zo blijkt uit een inscriptie die in Egypte werd gevonden op een bijzonder plekje. In 129 na Christus bezocht de Romeinse keizer Hadrianus Egypte met in zijn gevolg de dichteres Julia Balbilla. De keizerlijke stoet maakte een stop bij de Kolossen van Memnon: twee larger than life beelden die oorspronkelijk voor de dodentempel van Amenhotep III stonden.

De Memnonkolossen

Een van de kolossen stond bekend om zijn muzikale kwaliteiten, dat wil zeggen: het beeld bracht op onverwachtse momenten een fluitend geluid voort. Julia liet vier epigrammata achter op de benen van de standbeelden waarin ze onder andere spreekt over Antiochus IV, haar grootvader van vaders kant. De Kolossen van Memnon moeten haar ongetwijfeld hebben doen denken aan het grootse bouwwerk van een van haar voorvaderen: Antiochus I Theos.

De herontdekking van Nemrud Dagi

De tumulus van Antiochus zou op den duur vergeten worden en werd mogelijk in de eerste helft van de negentiende eeuw pas weer ontdekt door de Duitse generaal-veldmaarschalk Helmuth Karl Bernhard von Moltke die enige tijd in Istanbul verbleef aan het Ottomaanse hof van Mahmud II. Toen er een opstand in Egypte uitbrak in 1838, stuurde de sultan troepen naar Armenië en Von Moltke ging mee als adviseur van de sultans generaal. Von Moltke die zeer geïnteresseerd was in de geschiedenis van Turkije, legde eindeloze kilometers te paard af om de regio te verkennen. Eenmaal thuis schreef hij zijn Briefe auf Bedingungen und Fällen in der Türkei in den Jahren 1835 bis 1839, maar hij maakte geen melding van Nemrud Daǧi.

De daadwerkelijke ontdekking wordt aan de Duitse ingenieur Karl Sester toegeschreven die in 1881 in opdracht van de Ottomanen transportroutes inspecteerde. Vervolgens werd Otto Puchstein van de Pruisische Academie der Wetenschappen naar Turkije gestuurd en hij zou een jaar later terugkeren met collega Karl Humann. In dit jaar, 1883, stuurden de Ottomanen ook hun eigen kunstkenner en archeoloog Osman Hamdi Bey naar Nemrud toe om onderzoek te verrichten.

Mijn eigen ontdekking van deze eenzame hoge berg met mysterieuze beeltenissen – gezeteld in een woest en desolaat landschap – was in 2008 en voelde bijna buitenaards aan. We arriveerden helaas niet geheel op tijd en de zonsondergang was al bijna compleet toen we het heiligdom bereikten… Tot op heden heeft geen enkele bezienswaardigheid – voor mij persoonlijk – Nemrud Daǧi weten te overtreffen en als er daadwerkelijk een zetel is waar de goden huishouden, dan moet het toch wel deze berg in Turkije zijn.

Zonsondergang op de berg Nemrut

Deel dit blog:
Thalatta, thalatta

De Aras (de antieke Araxes) We hadden Xenofon vorige week achtergelaten in een besneeuwd Armenië. Volgens de meeste commentatoren trok Read more

Xenofon in Armenië

Bij Bitlis We gaan naar Armenië. Ik liet u een paar dagen geleden achter bij de Assyrische hoofdsteden Kalhu en Read more

Prinsjesdag, Plinius, Mill en de vergelijkingstheorie

Morgen is het Prinsjesdag en dat is een mooie gelegenheid om het weer eens over vergelijkingstheorie te hebben. Het demissionaire Read more

Foto van de dag: de Alexandersarcofaag

Sidon, Alexandersarcofaag, leeuwenjacht (nu in de Archeologische Musea van Istanbul) [Meer foto’s hier.]


Categoriën: Anatolië, Hellenisme