De ketter van Carthago (2)

11 juni 2021

De vorig jaar verschenen historische roman De ketter van Carthago van Frans Willem Verbaas gaat niet en wel over Augustinus, de bisschop van Hippo over wie ik gisteren blogde. De hoofdpersoon heet Spes en wordt aangetrokken, afgestoten, opnieuw aangetrokken, weer afgestoten en tot slot weer aangetrokken door de bisschop, die dus wel centraal staat in het boek. In feite is het samen te vatten als “hoe Spes bleef kijken naar Augustinus”.

Zoals zoveel historische romans moet je het boek niet lezen omdat het allemaal precies klopt. Nog voor de eerste zin gaat het al fout als er een datering anno Domini wordt gebruikt. Er waren in de Oudheid verschillende dateringssystemen, maar deze is pas in de zesde eeuw gemeengoed geworden. Augustinus dateerde bijvoorbeeld gebeurtenissen regelmatig aan de hand van de Romeinse consuls: zo lezen we in De stad van God dat Christus is gestorven toen Lucius Rubellius Geminus en Gaius Fufius Geminus het consulaat bekleedden. Er zijn in De ketter van Carthago wel meer dingen waar ik als historicus door afgeleid raakte, maar ik vind het niet helemaal eerlijk het boek daarop af te rekenen. Een roman die het verleden toont zoals het werkelijk was, zou zo saai zijn als het menselijk leven nu eenmaal is.

Spes, Optatus en Augustinus

De troeven van deze roman liggen ergens anders. Verbaas vertelt een spannend verhaal rond een paar mooie personages. Spes is een man van de daad, die over onrecht verontwaardigd kan zijn en dan ietwat impulsief kan handelen. Dat brengt hem al snel bij de donatistische Circumcelliones, onder leiding van Optatus, aan wie de lezer alleen maar een hekel kan hebben.

Eerlijk gezegd: het ligt er wat dik op, een vadsige valse profeet die voortdurend een slang bij zich heeft. Dat is overigens – de historicus in mij kan niet helemaal zwijgen – wel alleszins mogelijk, want de Libische volken kenden slangenculten en ik wil absoluut niet uitsluiten dat de verondersteld zuivere donatisten aspecten van oudere heidense culten hadden geïntegreerd.

Het huis van Optatus in Timgad

Verbaas’ Augustinus is een sympathieke man, nooit te beroerd voor een pastoraal gesprek en met inzicht in de kwaliteiten van zijn gelovigen. Hij kent Spes beter dan deze zichzelf kent. En ook: Augustinus is een voorstander van een kerk die wat ruimte wil laten voor menselijke gebreken en die ook vergeving kent. Waar de donatisten een zuivere kerk wilden, was Augustinus’ kerk er voor het koren én het onkruid.

Geen historische roman

Misschien is er in De ketter van Carthago, waarvan ik zo meteen zal uitleggen dat het helemaal niet over het verleden gaat, zelfs iets teveel vergeving. Als Spes zich na enkele moordpartijen afwendt van de Circumcelliones, krijgt hij de absolutie – maar Spes hoeft zich niet te melden bij de burgerlijke autoriteiten. Augustinus’ collega Synesios zou dat niet zo hebben aangepakt: van hem is een herderlijke brief  over waarin hij iemand adviseert zich aan te geven en de doodstraf te aanvaarden. (Het voordeel voor de terechtgestelde, legt Synesios uit, is dat hij zo verhindert dat  zijn ziel na zijn dood blijft rondspoken.) Een priester mag niet als voorwaarde aan de absolutie stellen dat iemand aangifte tegen zichzelf doet, maar op dit punt voelde De ketter van Carthago ongemakkelijk.

Ik leg hier een moderne norm aan. Wat Verbaas heeft geschreven, gaat namelijk in feite over een moderne vraag. Aan de ene kant is er een georganiseerde religie, met een geschoolde geestelijkheid die de consequenties van bepaalde gedachtegangen kent en die accepteert dat de gelovigen niet perfect zijn. Dat is allemaal heel mooi, maar regelmatig gebeurt het dat geestelijken wat al te makkelijk hun eigen onvolmaaktheid aanvaarden. Als reactie daarop ontstaan stromingen die grotere zuiverheid eisen – en die ontaarden eigenlijk altijd in gewelddadig radicalisme. Zie sommige Amerikaanse evangelicals, en zie vooral de zogenaamd Islamitisch Staat, die meer dan eens het model lijkt te zijn geweest van Verbaas’ Circumcelliones.

Dit is dus geen roman over Augustinus. Maar het is een boeiend boek dat in feite gaat over de vraag wat een goede zielzorger moet zijn. U moet De ketter van Carthago zeker lezen als u besluit naar Algerije te reizen, want u zult verschillende locaties uit de roman herkennen.

Spes’ pleegvader is kapitein en versiert zijn huis met een mozaïek van schepen. Dit is zo’n mozaïek, te zien in het museum van Annaba.
Deel dit blog:
Caesar in Orikon

Een van de torens van Orikon Als ik zeg dat het 7 januari was en toevoeg dat het was in Read more

De niet zo grote volksverhuizingen

(klik=groot) Het landkaartje hierboven circuleert in allerlei varianten op het internet. Het is ook te vinden in allerlei boeken. Steeds Read more

Lucanus over Caesars oversteek naar Albanië

Romeins oorlogsship (quadrireme) op een munt uit Patras (Museum für antike Schifffahrt, Mainz) Als ik u zeg dat het 4 Read more

Domitianus’ protegé: Velius Rufus

Inscriptie ter ere van Gaius Velius Rufus Ik ontmoette Gaius Velius Rufus op 8 april 2012. Mijn zakenpartner en zijn Read more