De Indo-Europese migraties

Stele uit Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)
12 november 2020

De vraag waarom de Indo-Europese talen op elkaar lijken, is in een kwaad licht komen staan doordat de nationaalsocialisten zich meester maakten van de hypothese dat de veronderstelde Urheimat, waar de Indo-Europeanen hadden gewoond voor ze naar alle windstreken waren gemigreerd, had gelegen op de Noordduitse Laagvlakte. In de nationaalsocialistische interpretatie waren de oerbewoners van dat gebied (de “Ariërs”) autochtoon, onvermengd met migranten die bij hen waren komen wonen, raszuiver en daardoor in allerlei opzichten briljant.

Er was een tweede reden waarom het onderzoek stokte. Weliswaar betwijfelde niemand dat de Indo-Europese talen op elkaar leken doordat ze afstamden van één oertaal, maar men had domweg onvoldoende gegevens om daarover werkelijk uitspraken te doen. Zoals we zagen, probeerde men eerst aan de hand van de gedeelde woordenschat enkele aspecten van het thuisland te reconstrueren – er waren bepaalde dieren en gewassen geweest, men had de ploeg gekend en men had er met karren gereden – en was zo’n reconstructie in principe archeologisch toetsbaar.

Er waren twee problemen: de reconstructie zélf was nogal vaag en de archeologische data waren nog schaars. De Noordduitse Laagvlakte kreeg als hypothetische Urheimat dus diverse concurrenten, zoals de Anatolische hypothese, die de Britse archeoloog Colin Renfrew in 1987 opperde. Hij keek naar de wijze waarop goed-gedocumenteerde taalkundige veranderingen terug te lezen waren in het bodemarchief en concludeerde dat zulke veranderingen zich niet hadden voorgedaan, zodat de Indo-Europese talen wel naar Europa moesten zijn gekomen met de eerste boeren. Het probleem was dat de taalkundigen inmiddels een methode hadden bedacht om vast te stellen met welke snelheid de woordenschat van een taal zich vernieuwde, en dat Renfrews hypothese daarmee niet viel te rijmen.

Zo waren er meer theorieën. Als je onvoldoende data hebt, is alles vroeg of laat wel een keer denkbaar en “onvoldoende data” is in de oudheidkunde zelden een bezwaar om toch verder te zoeken. Ondertussen groeide het corpus antieke teksten langzaam maar zeker (in de loop van de twintigste eeuw werden onder andere het Hittitisch, het Tochaars en het Sogdisch beter bekend), slaagden de taalkundigen er steeds beter in de relaties tussen de diverse talen in kaart te brengen en kwamen er ook steeds meer archeologische gegevens.

De kurgan-hypothese van de Litouws-Amerikaanse archeologe Marija Gimbutas, voor het eerst geopperd in 1956, was er eerst een onder vele. Het kwam erop neer dat de grafheuvels (kurgans) in Oekraine en zuidelijk Rusland behoorden bij de materiële cultuur van de gezochte Urheimat. Deze theorie kon steeds meer data verklaren en hoewel ze is aangepast, geldt ze inmiddels als de enige werkelijk serieuze verklaring. Samenvattend komt het ongeveer neer op het volgende.

De oudste sprekers van de Indo-Europese talen horen bij de Yamnaya- of Kuilgrafcultuur, die zo rond 3600 v.Chr. al bestond in de zojuist genoemde gebieden: Oekraïne en zuidelijk Rusland. Deze mensen deden aan akkerbouw en hadden de ploeg al ontdekt toen twee groepen zich losmaakten en wegtrokken: één groep trok helemaal naar het oosten en belandde in China (de Afanaseva-cultuur van het volk dat later bekend zou staan als de Tocharen), de tweede groep trok zuidwaarts en zou in Anatolië de macht overnemen. Dit waren de Hittieten. Deze volken hadden het woord voor ploeg nog gemeen met de andere Indo-Europeanen (hissa in het Hittitisch, aesa in het Perzisch, is in het Indisch), maar ze hadden in hun talen enkele oeroude trekjes bewaard die veel andere Indo-Europese talen zijn kwijtgeraakt, zoals een passieve vorm eindigend op –r.

Terug naar het thuisland. Archeologen hebben vastgesteld dat de Yamnaya-mensen rond 3500 v.Chr. wagens (met gespaakte wielen) en karren (met dichte raderen) leerden maken. Woorden als die voor wiel, rad, as en kar deden hun intree en kunnen worden gevonden in alle Indo-Europese talen. Met paard en wagen was het makkelijker migreren en de stammen trokken naar het westen, langs de westelijke kusten van de Zwarte Zee (de Usatovo-cultuur) en naar het gebied van de Beneden-Donau. Illustratief is de mooie stele hierboven: gevonden in het noordoosten van Bulgarije, behoort ze tot een monumententype dat overal te vinden is langs de routes waarlangs men zocht naar koper. Ze is gemaakt tussen pakweg 3000 en 2800 v.Chr.

Inmiddels waren de Indo-Europeanen verdeeld over een groot gebied, waardoor veranderingen in de taal niet overal meer doordrongen. In de destijds vermoedelijk wat zuidelijk gesproken talen ontstond bijvoorbeeld het augment e– voor de verleden tijd. Het ontbreekt in de wat noordelijker talen. In de oostelijke talen werden k-klanken vervangen door s-klanken. In de noordelijker talen veranderde de dativus meervoud. De ene taal viel dus uiteen en toen de volkeren verder trokken, moeten de sprekers voor elkaar onverstaanbaar zijn geworden.

Sommigen trokken vanaf de Beneden-Donau verder naar het westen, Centraal-Europa in. Eén groep volgde de rivier en vormde in Centraal-Europa de Touwbekercultuur. Uit de taal van deze mensen zijn het Keltisch en de Italische talen voortgekomen, waaronder het Latijn. Een tweede groep, de voorouders van de Grieken en Thraciërs, trok over de Balkan en vestigde zich in Griekenland en Bulgarije. Een derde groep eindigde in de loop van het tweede millennium in Scandinavië en op de Noordduitse Laagvlakte, waar later Germaanse talen zouden ontstaan.

Het waren niet de enige migranten. Weer een andere groep bewoog zich vanuit het moederland naar het noorden. Uit deze Midden-Dnjepr-cultuur zijn de Baltische en Slavische talen ontstaan. Een heel belangrijke groep, die zichzelf aanduidde als “Ariërs”, trok oostwaarts en vestigde zich in het tweede millennium in de Punjab en na 1000 v.Chr. op de Iraanse hoogvlakte. Die groep staat bekend als de Andronovo cultuur en het zijn de voorouders van de Indiërs en de Perzen.

Tot zover de reconstructie, die op hoofdlijnen moet kloppen. Tot voor kort zou ik niet met stelligheid hebben kunnen spreken van migratie, maar in 2015 toonden twee onderzoeksgroepen onafhankelijk van elkaar aan dat de nieuwkomers dezelfde twee Y-DNA-groepen hadden, R1a en R1b. De eerstgenoemde lijkt vanaf de Oekraïense steppe te zijn meegenomen naar alle windstreken, terwijl de laatste lijkt te zijn ontstaan in het westen.

De Indo-Europeanen hadden een streepje voor op hun tijdgenoten: ze waren lactose-tolerant, wat wil zeggen dat ze de melk verdroegen van andere diersoorten dan de eigen soort. Anders gezegd, deze mensen verdroegen de melk van koeien en geiten, wat betekent dat ze zuivel konden gebruiken en een extra voedingsbron hadden.

Tot slot: de migranten waren bepaald geen lieverdjes. De Y-DNA-groep die met de landbouw naar het westen was gekomen, de G2a waarover we het al hadden, komt na de aankomst van de Indo-Europeanen niet meer voor, of het moest zijn bij mannen in afgelegen gebieden als Sardinië, Corsica of de Alpen. De mitochondriale DNA-groepen, die door moeders worden doorgegeven, zijn wel doorgegeven. De conclusie is onontkoombaar dat de Indo-Europeanen, overal waar ze in Europa aankwamen, de mannen doodden en kinderen verwekten bij de vrouwen.

[Hierna nog wat DNA-kleingrut]

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Archeologie en de Indo-Europese talen

In 1987 publiceerde de Britse archeoloog Colin Renfrew, de grondlegger van de cognitieve archeologie, het bovenstaande boek over de verspreiding van de Indo-Europese talen. Read more

Dood paard

Misschien wel de grootste ontdekking van de geesteswetenschappen: eerst ontdekking van de Indo-Europese taalfamilie, vervolgens het proces van reconstructie van Read more

Oude talen, modern nationalisme

Alvorens verder te gaan met deze reeks over de eerste resultaten van het oudheidkundige DNA-onderzoek, eerst een herinnering aan mijn Read more

Prehistorisch DNA

Misschien is het plaatje hierboven wel het mooiste dat ik de afgelopen tijd heb gezien. Het is een soort stamboom Read more