De historiciteit van koning David

De Mesha-stele (Louvre, Parijs)
11 november 2020

Een van de grote oudheidkundige problemen is dat van het asymmetrische bewijs. Wat doe je als de geschreven bronnen iets anders suggereren dan het bodemarchief? Er zijn twee strategieën. De maximalist gaat ervan uit dat de bron betrouwbaar is, tenzij het tegendeel wordt bewezen. De Medische hoofdstad Ekbatana was een stad met zeven muren, tenzij we de stad opgraven en constateren dat er maar één muur was. Julius Caesar moordde een stam uit bij de samenvloeiing van Rijn en Maas, tenzij we de resten van opgemeld bloedbad op een ander punt opgraven.

De omgekeerde positie staat bekend als minimalisme. De geschreven bron geldt als fictie, tenzij we archeologisch bewijs vinden dat haar bevestigt. Het zevenmurig Ekbatana is een sprookjesmotief, tenzij we zeven muren opgraven. Caesar moordde geen stam uit, tenzij we het slagveld op de juiste plek vinden.

Beide posities zijn onhoudbaar omdat we te weinig data hebben. We weten niet waar Ekbatana in de IJzertijd heeft gelegen – wat is opgegraven, is veel jonger – en als we op de samenvloeiing van Waal en Maas enorme hoeveelheden botmateriaal vinden uit de eerste eeuw v.Chr., zouden we ook het kamp van Caesar willen vinden plus, als het even kan, een slingerkogel met het nummer van een van de relevante legioenen. Door de genoemde dataschaarste is de discussie over deze twee strategieën lastig én uitdagend. Het zou het beste uit de wetenschap boven kunnen halen maar het maximalismedebat is in de Nederlandse oudheidkunde te ruste gelegd. Als archeologen écht in discussie moeten met historici en andersom, is er in de Nederlandse wetenschap ineens weinig waarheidsliefde. Er is weinig wil tot weten. De ambitie om je eigen vak te overtreffen, is afwezig. Gelukkig hebben we Israël.

Daar spitst het zich toe op de vraag wat we aan moeten met het koninkrijk van koning David en Salomo. De Bijbelboeken 2 Samuël en 1 Koningen beschrijven dit als een machtige staat, en zoiets is archeologisch te testen, bijvoorbeeld als je een monumentaal paleis opgraaft met kleitabletten die erop duiden dat er een gecentraliseerde administratie heeft bestaan. Nu zijn in Jeruzalem even ten zuiden van de Tempelberg inderdaad grote structuren gevonden – ik blogde er al eens over – die aan toeristen worden gepresenteerd als het paleis van David en Salomo. Toen ik er was hing er een bordje waarin stond dat er andere interpretaties bestonden, wat nogal een eufemisme is, want het aardewerk is een eeuw te jong. We hebben stomweg geen archeologisch bewijs voor het bestaan van de staat van David en Salomo, zelfs geen kleitabletje met een simpele mededeling als “In het zesde regeringsjaar van Salomo”.

Een minimalist zou nu kunnen zeggen dat David en Salomo even legendarisch zijn als pakweg de Nibelungen. Dat verdient zeker overweging, maar langzamerhand groeit er bewijs voor de historiciteit van David. De eerste aanwijzing is een in 1994 gevonden inscriptie uit Tel Dan, waarin een koning van Damascus het “huis van David” vermeldt. Dat bewijst dat David in de tweede helft van de negende eeuw werd herinnerd als de stichter van een dynastie.

Sinds kort is er een tweede aanwijzing, al gaat het om een tekst die we al anderhalve eeuw kennen, namelijk de Mesha-stele. Dit is een inscriptie uit het IJzertijdstaatje Moab in het huidige Jordanië, waarin een koning Mesha beschrijft hoe hij zijn land onafhankelijk heeft gemaakt van de Israëlische overheersing. Dit gebeurde in de eerste helft van de negende eeuw, dus zeventig tot honderd jaar na Davids veronderstelde regering en een halve eeuw vóór de stele uit Tel Dan. Het monument, dat vandaag de dag staat in het Louvre, is een tijdje geleden met nieuwe technieken opnieuw onderzocht en dat leidde tot een herinterpretatie van een handvol letters. Er blijkt een vermelding te zijn van een Beth Daw[i]d, het Huis van David, dat een gebied beheerste dat Mesha van Moab heroverde.

U vindt het artikel hier. Er zit wat academisch geneuzel in over digital humanities en eerlijk is eerlijk, een letter I is weggevallen, maar Beth Daw[i]d lijkt de meest logische interpretatie. Over de opstand van Mesha tegen zijn westerburen is overigens onlangs nog meer bekend geworden door de vondst van een altaar uit het heiligdom Aratoth, waarin staat dat de Moabieten de nederzetting plunderden en er brons weg namen. U leest er daar meer over.

Dit alles zal de maximalisme-discussie niet beslissen, maar de historiciteit van David lijkt me inmiddels vast te staan, waarbij je verder kunt discussiëren over de aard van zijn koningschap: leider van een federatie van stammen, zou ik zeggen, want voor staatsvorming is veel te weinig bewijs.

Deel dit blog:
Moses Shapira en de Moabitische beeldjes

Vervalsingen volgen de oudheidkunde als een schaduw. Ik heb al weleens beschreven hoe het vak in feite is ontstaan doordat Read more

Moses Shapira en de Deuteronomiumrol

Dat moet ik weer hebben. Dacht ik op één april een leuk stukje te hebben over een vervalser, komt die Read more

Sumerisch contract

Shuruppak gold in Mesopotamië als een van de oudste steden ter wereld, gesticht vóór de Zondvloed. De archeologische vondsten gaan Read more

Foto van de dag: Petra

Zonsondergang bij Petra [Meer foto’s hier.]


Categoriën: Jodendom, Levant, Musea