De Germanen in Bonn

19 juli 2021

Vorige week bezocht ik de tentoonstelling “Germanen. Eine archäologische Bestandsaufnahme” in het Landesmuseum in Bonn. De organisatoren nemen het begrip “Germanen” ruimtelijk breed: ze behandelen niet alleen de antieke bewoners van de Noordduitse Laagvlakte (de zogeheten Jastorfcultuur), maar ook Scandinavië en de Przeworskcultuur uit Polen. Dat ze de netten hiermee niet al te wijd werpen, zie je goed als je kijkt naar bijvoorbeeld de producten van de edelsmeden. Het met dieren versierde beslag van ceinturen, was overal hetzelfde.

Germanen als Germanen

Aan de andere kant hanteren de organisatoren chronologisch een juist wat minder ruim Germanenbegrip. Ze tonen vooral de eerste vier, vijf eeuwen van onze jaartelling. De periode van de Grote Volksverhuizingen ontbreekt natuurlijk niet maar is ondergeschikt. Logisch ook, want de verhuizende mensengroepen droegen weliswaar de namen van oude Germaanse groepen, maar waren feitelijk een bonte menigte van velerlei herkomst. Ze assimileerden snel en zijn archeologisch niet te onderscheiden van hun Romeinse tijdgenoten. Al met al behoorden de migranten meer tot de Mediterrane dan tot de Germaanse wereld. Ze blijven in Bonn wat op de achtergrond.

Gesp van een ceintuur, gevonden bij Uggeløse (Denemarken), derde eeuw

De concentratie op de Germanen in Germanië heeft als prettig bijeffect dat er weinig aandacht hoeft te zijn voor de grootse speculaties over de wereldhistorische betekenis van de Grote Volksverhuizingen. Nu is een afrekening daarmee in een land als Duitsland, met een erfenis uit het Derde Rijk, niet te vermijden. Het Landesmuseum heeft er echter goed aan gedaan het Nachleben-deel ruimtelijk van de eigenlijke expositie te scheiden. En als ik het goed zie, heeft het de organisatie zelfs uitbesteed aan een ander team. Hoe dat ook zij: bezoekers hoeven er niet langs.

Ze waren er ook nauwelijks. En terecht. De Oudheid is op zichzelf boeiend genoeg en hoeft niet interessant te worden gemaakt door te kijken wat de generaties vlak voor ons erover hebben gedacht.

Ik vermoed dat de organisatoren niet aan de Germanenreceptie konden ontkomen en alleen een futloos overzichtje toevoegden om de subsidiënt tevreden te stellen. Het biedt niets dat twaalf jaar geleden niet uitgebreider is gedaan tijdens de exposities over de slag in het Teutoburgerwoud. Verder hebben de museummensen vermoedelijk gedacht dat receptiegeschiedenis beter kan worden overgelaten aan de historici van latere tijdvakken.

Germaanse imitatie van een Romeinse munt, gevonden in Zaklad Narodowy (Oekraïne), derde eeuw

Archeologie en tekst

Door de nadruk te leggen op de Germanen zelf, is een mooie expositie ontstaan die ook fijn overzichtelijk is. (Duitse exposities willen nog weleens bezwijken aan overcompleetheid.) Daarbij staat de archeologie centraal, al ontbreken teksten niet helemaal. Enkele citaten uit Tacitus’ Germania lichten toe hoe Romeinse tijdgenoten keken naar de Germaanse gewoontes en er zijn ook wat verwijzingen naar de Noordse mythologie. Ik noemde Wieland de Smid al, een verhaal uit de Lied-Edda dat teruggaat tot de zesde eeuw.

Maar het gaat bij “Germanen. Eine archäologische Bestandsaufnahme” vooral om de archeologische vragen. Vanzelfsprekend zien we veel krijgersgraven, zoals die uit de Przeworsk-necropool Nadkole en het vorstengraf van Piekarski, beide uit de eerste eeuw, en die uit Rheindorf uit de Late Oudheid. De Nederlandse bezoeker zal bij het materiaal uit Feddersen Wierde denken aan de vondsten die in Hegebeintum en Ezinge zijn te zien van de Friese terpen en Groningse wierden. Deposities uit moerassen ontbreken niet, zoals die uit Illerup en Thorsberger Moor.

Barnstenen snoer uit Jartypory (Polen), derde eeuw

Verrassingen

Een expositie is geslaagd als ze wat verrassends biedt. Zoals Germaanse munten die Romeinse munten imiteren – en zijn beschreven met runen. Daarna kijk je niet meer op van Germaans aardewerk dat Romeins keramiek imiteert. Ik stond stupéfait bij een barnstenen halssnoer uit het Poolse Jartypory. Voorzien van een barnstenen druiventros, leek het gemodelleerd op een Mediterraan voorbeeld.

Munten, aardewerk en barnstenen sieraden documenteren handel met de Romeinen, maar er waren natuurlijk ook conflicten. Die komen aan bod – voor het eerst zag ik enkele vondsten uit Harzhorn – maar als het om strijd gaat, ligt de nadruk op de interne gevechten. Zo waren er vondsten uit de rivier de Uecker in Pommeren, waar in de vierde-eeuw een veldslag kan hebben plaatsgevonden. Ik had daar nog nooit van gehoord en veel is onduidelijk. De organisatoren presenteren het als een vraag.

Vondsten van het slagveld aan de Uecker (late derde eeuw)

Kortom: “Germanen. Eine archäologische Bestandsaufnahme” is een goede, interessante expositie. Ze stelt vragen. En ze toont de Germanen als Germanen. Niet als eeuwige tegenstander van Rome en ook niet als object in een Romeins vertoog over barbarij. Dat laatste thema komt wél aan de orde in de mooie catalogus. Als voor u een bezoek aan Bonn er niet in zit, is de catalogus hier te bestellen. €42,49 is eigenlijk geen geld voor 2,9 kilo kwaliteit.

***

Germanen. Eine archäologische Bestandsaufnahme” duurt tot 24 oktober.

Deel dit blog:
Domitianus en de christenen

Domitianus (Italica) Twee weken geleden schreef ik over de Fiscus Judaicus, de door keizer Vespasianus ingevoerde en door zijn zoon Read more

Ktesifon

Een iwan (schaduwboog) van het Parthische/Sasanidische paleis Ik schreef gisteren over de Macedonisch-Grieks-Syrisch-Babylonische stad Seleukeia, die in de tweede eeuw Read more

Hunebed van de dag: D16 (Balloo)

Hunebed D16 bij Balloo Toen ik onlangs een gewaardeerde collega vertelde over deze reeks, zei ze me dat ze die Read more

Een Macedonisch-Babylonische stad: Seleukeia

Beeldje van een rustende vrouw uit Seleukeia (Metropolitan Museum, New York) In de twee stukjes van gisteren heb ik geschreven Read more


Categoriën: Germanië, Musea