De cynici 1: Niets weten met Antisthenes

Antisthenes (British Museum Londen)
12 december 2020

Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school van de volgelingen van Aristoteles. In deze serie behandelen we deze filosofische stromingen, en bekijken we hoe de filosofen zich tot elkaar verhielden. In deze eerste vier afleveringen: de Cynici.

Ten tijde van Plato kwam een markante filosofische tegenstroming op: die van de cynici.

Het woord ‘cynisch’ is zo ingeburgerd dat veel mensen niet eens weten dat het woord afkomstig is van een filosofische stroming. Het gaat hier om een groep filosofen zonder vaste leer. Maar hun gedachten en gedragingen hadden wel overeenkomsten.

Antisthenes wordt gezien als de eerste cynicus. Hij was net als Plato een volgeling van Socrates en minstens zo trouw aan zijn leermeester. Antisthenes zag zichzelf zelfs als Socrates’ ware opvolger.

In zijn jonge jaren leefde Antisthenes als bedelaar, slechts gehuld in een mantel. Naar het schijnt hield hij die stijl voor gezien toen de gescheurde mantel en het bedelen mode werd onder hippe jongeren. Meeloperij, daar had Antisthenes een grondige hekel aan.

Antisthenes had een andere opvatting van Socrates’ filosofie dan Plato. De werkelijke deugd, zo meende Plato uit de filosofie van zijn leermeester te kunnen concluderen, ligt in de rationele zoektocht naar de abstracte vormen achter de verschijnselen. Onzin, zegt Antisthenes. Paarden bestaan. Die kan je iedere dag zien. Maar een abstract begrip als ‘paardheid’ had hij nog nooit kunnen aanschouwen, dus leek het hem onzin dat de zoektocht naar iets dergelijks belangrijk zou zijn.

Nee, volgens Antisthenes is het voornaamste inzicht van Socrates dat echte kennis niet mogelijk is. En om dat aan te tonen komt Antisthenes met een logisch bewijs, dat alle andere logische bewijzen onderuit moet halen.

Het luidt zo: eigenlijk zijn er maar twee soorten uitspraken. De eerste is een stelling als A = A. Zo’n uitspraak is natuurlijk altijd waar, maar ze is al even nietszeggend. Een bewering als A = B daarentegen is heel veelzeggend, alleen is dit natuurlijk nooit echt waar. Immers, twee dingen zijn nooit helemaal hetzelfde – ook niet in bedoeling of essentie. Dus zeg maar dag tegen je vormenwereld.

Op dit vlak staan Plato en Antisthenes diametraal tegenover elkaar. En toch volgden beiden Socrates in zijn zoektocht naar de ware deugd, en beiden hadden in navolging van hun leermeester een zekere afkeer van materiële luxe.

Maar waar Plato zoekt naar essenties, wijst Antisthenes die zoektocht radicaal af. Deze afkeer van moeilijk doen en van luxe komt centraal te staan in de filosofie van de cynici. De belangrijkste filosoof van de cynische school is Diogenes.

[Morgen meer. Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek: De wereld vóór God – Filosofie van de Oudheid. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
Aristoteles 2: het grote ordenen

[Aristoteles staat bekend als de wetenschapper-filosoof. De invloed van zijn filosofie in de oudheid is enorm, op de eigen peripathetische Read more

De sofisten 8: de geboorte van het relativisme

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk Read more

De sofisten 7: Goed is dat wat sterk is

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk Read more

De sofisten 6: een negatieve reputatie

[In deze serie behandelen we de Griekse sofisten. Deze Atheense relativistische filosofen werden vaak gezien als amorele profiteurs, en eigenlijk Read more


Categoriën: Hellenisme