De Bergrede (8): het zout der aarde

Halciet (Museum van Kleef)
26 september 2021

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de Bergrede, en wel over de regels die volgen op het stukje van vorige week. Daarin ging het over de vervolging die voor de toehoorders van dit evangelie maar al te herkenbaar moet zijn geweest. Nu staat daar iets tegenover: de zoutmetafoor. In de Nieuwe Bijbelvertaling van Matteüs 5.13:

Jullie zijn het zout van de aarde.

Dit is op het eerste gezicht duidelijk. Jezus zegt dat zijn volgelingen het leven, ook voor anderen, kleur en smaak geven. Daaraan verbindt hij een inspanningsverplichting. Dit is geen bijzondere gedachte. Joden waren Gods uitverkoren volk en dat schiep verantwoordelijkheden. Daarna wordt de passage echter ronduit vreemd.

Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.

Je hoeft geen scheikunde te hebben gestudeerd om te weten dat natriumchloride nooit minder natriumchloride kan zijn. Dit is bizar.

Moerneren

Wat in de Oudheid zout heette, was iets anders dan wat u uit het zoutvaatje strooit. Dat komt door de wijze waarop men de smaakmaker destijds produceerde. Voor zover ik weet waren daarvoor vier methoden.

Wijding aan Nehalennia door een zouthandelaar (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In onze contreien was moerneren de aangewezen methode. Op een slik of een schor groef je tot je op het onderliggende veen stuitte. Dat droogde je, de turf verbrandde je, de as mengde je met water, dat liet je verdampen en je hield zout over.

Dit is in de Oudheid op enorme schaal gedaan. Hiernaast ziet u inscriptie EDCS-09401487: een wijding aan de zeegodin Nehalennia (“zij die bij de zee is”) door een uit het Moezeldal afkomstige, in Keulen verblijvende zouthandelaar, die zijn handelswaar betrok uit het huidige Zeeland. Ongewild heeft deze Marcus Exgingius Agricila bijgedragen aan een geologische ramp zonder weerga. Na lang moerneren hield je uiteindelijk geen slikken en schorren meer over. Zo is in de derde eeuw is de Zeeuwse archipel ontstaan. In de Middeleeuwen kon de Elisabethsvloed om dezelfde reden even catastrofaal uitpakken.

Rotszout (Jordaniëmuseum, Amman)

Berg- en zeezout

De tweede methode was zoutwinning uit halciet, een mineraal dat in mijnen wordt gewonnen. Het komt in verschillende vormen voor, zie de foto hierboven en helemaal boven. Deze activiteit is vooral belangrijk geweest voor de Hallstatt-cultuur, die begon met de handel in bergzout. (Het element hall in “Hallstatt” betekent zelfs zout; even verderop ligt Salzburg, dat dezelfde betekenis heeft.)

De derde methode was dat je zeewater in een zoutpan liet stromen en wachtte tot het was verdampt. Soms gebeurde zelfs dat niet: ik heb weleens eens een vloeistofflesje in een museum gezien waarop ΑΛΣ stond, wat in dit geval beter als “pekel” dan als “zout” te vertalen is.

En tot slot: waar Jezus woonde, lag het spul in klompen naast de Dode Zee. Daar is weinig aan veranderd sinds de Oudheid, al is de zoutconcentratie van het water nu nog hoger en is dit inmiddels eigenlijk een pekelmeer.

Zout van de Dode Zee

Zuiver zout

Er zijn nog meer complicaties. In de Oudheid beschouwde men ook kaliumchloride als een zoutsoort, terwijl de bijproducten van de melkproductie ook verdraaid zout kunnen smaken.

Waar het om gaat is dat antiek zout nooit echt zuiver was, of het nu ging om de klompen langs de Dode Zee of de opbrengst uit de zoutpannen, mijnen of schorren. Het had altijd een bijsmaak en kon daardoor smaak verliezen. Dat het zo juist zuiverder was dan daarvoor, onttrok zich aan de toenmalige kenners. Voor ons, gewend aan het zuivere spul, is de antieke metafoor onbegrijpelijk, maar zoals u merkt is geen hogere hermeneutiek verondersteld om van antiek zout chocolade te maken.

Enfin. Het bijbehorende muziekje is hier. Heb een fijne dag.

Deel dit blog:
Hunebed van de dag: D16 (Balloo)

Hunebed D16 bij Balloo Toen ik onlangs een gewaardeerde collega vertelde over deze reeks, zei ze me dat ze die Read more

Een Macedonisch-Babylonische stad: Seleukeia

Beeldje van een rustende vrouw uit Seleukeia (Metropolitan Museum, New York) In de twee stukjes van gisteren heb ik geschreven Read more

Hellenistisch Babylon

Beeldje van een kind uit Babylon, eerste of tweede eeuw n.Chr. (Louvre, Parijs) Alexander de Grote had het Perzische Rijk, Read more

Charax, een stad van Alexander de Grote

Een waterkering in Charax In het voorjaar van 324 v.Chr, stichtte Alexander de Grote een nieuwe stad op een kunstmatige Read more