De Bergrede (11): Overspel en echtscheiding

Christus, zoals afgebeeld in de Catacomben van Domitilla (Rome). Wat hij in de hand heeft, weet ik niet, maar als hij een toespraak aan het houden is, zou je zeggen dat de spreker zijn aantekeningen heeft meegenomen.
7 november 2021

Christus, zoals afgebeeld in de Catacomben van Domitilla (Rome). Wat hij in de hand heeft, weet ik niet, maar als hij een toespraak aan het houden is, zou je zeggen dat de spreker zijn aantekeningen heeft meegenomen.

De passage uit de Bergrede die, na de Zaligsprekingen, het bekendst zal zijn, is die over overspel. Het is onderdeel van Jezus’ commentaar op de Wet van Mozes. Hier is ’ie, in de nieuwe Nieuwe Bijbelvertaling. Het Gehenna is zoiets als de hel, zie het vorige stukje.

Overspel

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Pleeg geen overspel.”

Dit zeg ik daarover: iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd. Als je rechteroog je ten val brengt, ruk het dan uit en werp het weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam in de Gehenna geworpen wordt. En als je rechterhand je ten val brengt, hak hem dan af en werp hem weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat je met je hele lichaam naar de Gehenna gaat. (Matteüs 5.27-30)

Dit is wel heel radicaal en die zelfverminking is vermoedelijk te beschouwen als hyperbool, al is over de cultus voor Attis bekend dat priesters zichzelf tot bloedens toe geselden. Er zijn ook vermeldingen van zelfcastratie. Ik wil niet uitsluiten dat de hyperbool voor de toehoorders van Jezus (of Matteüs’ luisteraars) iets herkenbaars had.

Hoe dat ook zij, de aanscherping van de Wet past goed bij Bergrede als geheel: de mensen moeten volmaakt zijn zoals God volmaakt is. Dit is des te noodzakelijker omdat het einde der tijden aan het aanbreken is. Er zijn wel urgentere zaken aan de orde dan relationeel gehannes. De problematisering van seksuele begeerte past trouwens ook in het wijdere jodendom: het bijbelboek Job (31.1) en het apocriefe boek Jezus Sirach (9.8) zien seksueel verlangen als aanleiding tot ellende.

Echtscheiding

De Bergrede vervolgt met een andere radicalisering. Het gaat over echtscheiding. De antieke samenleving zijnde zoals ze was – een mannenmaatschappij dus – kwam echtscheiding neer op de verstoting van de vrouw. Die had aanzienlijk minder mogelijkheden haar man aan de dijk te zetten.

Er werd gezegd: “Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief meegeven.”

Dit zeg ik daarover: ieder die zijn vrouw verstoot om een andere reden dan ontucht, drijft haar tot overspel; en ook wie trouwt met een verstoten vrouw, pleegt overspel. (Matteüs 5.27-30)

Het eerste commentaar (wie een vrouw verstoot, drijft haar tot overspel) zou best eens een reële typering kunnen zijn van de situatie. Menig verstoten vrouw verarmde en een arme vrouw had weinig alternatieven voor prostitutie. Is dit vooral een sociologische observatie van iets dat in de Oudheid vaak voorkwam, het tweede commentaar is vernieuwend: de opvatting dat huwen met een verstoten vrouw een vorm van overspel was.

Dit is wonderlijk. De Wet van Mozes kent geen verbod op een tweede huwelijk. Voor een parallel moeten we dan ook niet kijken bij het jodendom van de Joodse Bijbel of in het rabbijnse jodendom. De sekte van de Dode-Zee-rollen kende wel zo’n verbod: een man die omgang had met meer dan een vrouw, was het idee, zou gegarandeerd van zijn joodse geloof vallen – het was immers zelfs de spreekwoordelijk wijze koning Salomo overkomen.

Het echtscheidingsverbod

In feite is het echtscheidingsverbod dus geen civiel recht, waarmee de relatie tussen twee families werd geregeld, maar gaat het om het Verbond. Het is een van de best gedocumenteerde opvattingen in het vroege christendom en echtscheiding is in de katholieke leer nog altijd problematisch.

Net als de door Matteüs aan Jezus toegeschreven problematisering van de begeerte, kent de problematisering van de echtscheiding parallellen in het antieke joodse denken. Of de opvattingen humaan zijn, is een andere vraag. Maar die hoef ik niet te beantwoorden. Een historicus hoeft alleen maar vast te stellen hoe het verleden is geweest. Hij hoeft er geen inspiratie aan te ontlenen, hoeft het niet te veroordelen en hoeft toenmalige ideeën ook niet te verdedigen. Dat is maar goed ook, want vaststellen wat mensen hebben gedacht en gedaan is, gegeven de bronnenschaarste, al ingewikkeld genoeg.

Deel dit blog:
Geld, cultuur en welzijn (3)

Klinkende munt uit Dyrrhachion (Museum van Dürres) [Derde deel van een recensie, geschreven door Dirk-Jan de Vink, van Daniel Hoyer, Read more

Geld, cultuur en welzijn (2)

Reconstructie van een inscriptie (op naam van Plinius de Jongere) met een schenking aan de stad Como (Museo nazionale della Read more

Geld, cultuur en welzijn (1)

Het Romeinse Rijk behoorde tot de grootste, rijkste en meest stabiele rijken in de wereldgeschiedenis. Hoe valt het economisch succes Read more

De Green-collectie, het recht en zijn manke loop

Langzaam komt het einde in zicht voor een van de schandalen die de oudheidkunde momenteel teisteren. En wat in zicht Read more


Categoriën: Christendom, Jodendom