Curtius of Anchouros?

Olielampje (Rheinisches Landesmuseum, Trier)
27 juli 2021

De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius kan het vaak aardig vertellen. Hier is, in de vertaling van mw. Van Katwijk-Knapp, een verhaal uit het zesde boek van zijn Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad:

In hetzelfde jaar zakte, naar men zegt, ten gevolge van een aardbeving of een andere natuurkracht ongeveer in het midden van het Forum de grond tot een onpeilbare diepte weg, waardoor een reusachtige kloof ontstond. Iedereen droeg aarde aan, maar men zag geen kans die bodemloze afgrond te vullen. Ten slotte gingen ze zich op aanwijzing van de goden afvragen wat de grootste kracht van het Romeinse volk uitmaakte; want, zo verkondigden de zieners, dat moest daar geofferd worden, als ze wilden dat het Romeinse Rijk eeuwig zou blijven voortbestaan.

Volgens het verhaal wees Marcus Curtius, een voortreffelijke jonge krijgsman, hen terecht: hoe konden ze eraan twijfelen of er iets goeds bestond dat meer karakteristiek was voor de Romeinen dan wapens en moed? … Hij hief de handen ten hemel, strekte ze toen uit naar de gapende kloof in de aarde en naar de schimmen van de onderwereld, en wijdde zich ten dode. Daarna besteeg hij in volle wapenrusting zijn paard, dat zo schitterend mogelijk was opgetuigd, en wierp zich in de afgrond. Een menigte van mannen en vrouwen gooide wijgeschenken en vruchten op hem neer.

Er is nog steeds een monumentje op het Forum Romanum. Maar we kennen het verhaal nóg een keer, alleen speelt het dan niet in Rome maar in Frygië, een IJzertijdkoninkrijk in wat nu Turkije heet. De Griekse auteur Ploutarchos vertelt het in zijn Vergelijkbare Griekse en Romeinse verhalen.

Door een enorme regenbui opende de aarde zich, niet ver van de stad Kelainai in Frygië. Complete boerderijen verdwenen met bewoners en al in de diepten. Koning Midas ontving een orakel dat de kloof zich alleen zou sluiten als hij het kostbaarste wat hij bezat erin zou werpen. Hij gooide er goud en zilver in, maar het leverde allemaal niets op. Alleen Anchouros, Midas’ zoon, begreep dat niets in het leven kostbaarder is dan het leven zelf. Hij omhelsde zijn vader en zijn vrouw Timothea, en reed met paard en al de kloof in.

Toen de aarde zich sloot, vergulde Midas het altaar van Zeus van de Berg Ida door het met zijn hand aan te raken. Dat altaar verandert ieder jaar, op de dag waarop de aarde zich had geopend, weer terug in steen, maar als die dag is verstreken, wordt het weer van goud. Dit vertelt Kallisthenes in het Tweede Boek van zijn Metamorfosen.

Het is een aardig voorbeeld van de wijze waarop in de mondelinge literatuur verhalen overal kunnen opduiken. Misschien hebben voorouders van de Frygiërs en de voorouders van de Latijnen wel een verhaal als dit meegenomen uit een gedeelde Indo-Europese cultuur, misschien heeft het zich op een andere manier verspreid, misschien ligt er een oeroude mythe aan ten grondslag – Anchouros is althans een oud woord voor “dageraad”.

Wie van de twee op het olielampje hierboven staat, Anchouros of Curtius, mag iedereen zelf bedenken. Het kan ook nog de held zijn van een derde verhaal, dat niemand ooit heeft opgeschreven.

Deel dit blog:
Caesar verovert Marseille

Als ik u zeg dat het op de Romeinse kalender eind oktober was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls Read more

Prinsjesdag, Plinius, Mill en de vergelijkingstheorie

Morgen is het Prinsjesdag en dat is een mooie gelegenheid om het weer eens over vergelijkingstheorie te hebben. Het demissionaire Read more

De Bergrede: christenvervolging

In mijn reeks over de Bergrede nu de laatste van de zaligsprekingen waarmee deze compositie begint. Dit is de tekst Read more

Cato’s vijgen en het klimaatonderzoek

De Derde Punische Oorlog werd onvermijdelijk toen Massinissa, de koning van Numidië, te machtig werd en dreigde Karthago in te Read more