Corona

22 november 2020

Het coronavirus dankt zijn naam aan de krans (in het Latijn: corona) rond de virusdeeltjes. Die informatie heb ik van Wikipedia dus als het niet klopt verspreid ik hierbij fake news. Erg veel wijzer word je van die omschrijving trouwens ook niet, want waar is de krans dan van gemaakt? Maar dit wordt geen medisch of biologisch verhaal, want het gaat me nu alleen om dat Latijnse woordje corona. Dat betekende in de Oudheid inderdaad ‘krans’, de hoofdtooi die bijvoorbeeld priesters  bij het offeren droegen. Pas in het middeleeuws Latijn ging corona ‘kroon’ betekenen, en veel Europese talen hebben dat woord toen in die betekenis geleend.

Maar we kunnen ook een stap terug in de tijd zetten. Want waar hadden de Romeinen hun corona vandaan? Die hadden het uit het Grieks, waar korônê al een oeroud woord was. Een enkele keer komt het daar ook voor in de betekenis ‘krans’, en in die betekenis hebben de Romeinen het woord dus overgenomen.

Maar als een Griek korônê hoorde, dacht hij niet aan een krans, maar aan een… kraai. Een korônê is in de eerste plaats een kraai (of een raaf). Volgens mijn  Grieks-Engelse woordenboek trouwens ook een shearwater, wat ik – je blijft aan de gang – natuurlijk ook weer moest opzoeken. Dat dier blijken we dan in het Nederlands te kennen als de Noordse pijlstormvogel (Puffinus puffinus), maar die komt in Griekenland niet voor; ergens lijkt hier dus toch iets mis gegaan.

Laten we het dus maar houden op korônê in de betekenis van ’kraai’. Kraaien hebben een karakteristieke snavel, waarvan het bovenste deel bij de punt naar beneden buigt. Maar het is ook mogelijk dat het door zijn klauwen kwam, in elk geval werden van korônê allerlei woorden afgeleid die ‘krom’, ‘(om)gebogen’ of ‘rond’ betekenden. Homerus heeft het over ‘gebogen (korônis) schepen’, een stier had ‘kromme’ (korônios) hoorns, en een krans (in gewoon Grieks een stephanos) kon dus, poëtisch, met korônê worden aangeduid. In de zuidwest punt van de Griekse Peloponnesus lag de plaats Korône (tegenwoordig Koróni), waarschijnlijk genoemd naar korônê in de betekenis ‘heuvel’.

We kunnen nóg een stap terug. Want: waarom heet een korônê eigenlijk korônê? Die vraag brengt ons naar het Proto-Indo-Europees, de voorouder van alle Indo-Europese talen. He blijkt, dat in de meeste van die talen, inclusief het Nederlands, het woord voor ‘kraai’ begint met de klank k(.)r-. En wat voor geluid maakt de (bijvoorbeeld zwarte) kraai (Corvus corone)? Precies: kr(a). De Proto-Indo-Europese klank *kr- was dus een onomatopee.

En zo dankt het coronavirus zijn naam uiteindelijk aan kraaienzang.

Deel dit blog:
MoM | Digitale historische taalkunde

Ik heb wel vaker geblogd over de Lachmannmethode, waarbij classici de fouten in middeleeuwse handschriften gebruiken om te zien welke Read more

Nehalennia

Tweeduizend jaar geleden, toen Zeeland nog niet uit verschillende eilanden bestond maar uit één groot veenmoeras dat door hoge duinen Read more

Goropiseren

Goroposiseren is een wat onaardige jargonterm. Ze is afgeleid van de naam van een zestiende-eeuwse geleerde, Jan van Gorp ofwel “Goropius”. Deze Read more

Historische taalkunde

Je kunt niet alles leren, maar mag wel betreuren dat je opleiding zó kort was dat je cruciale dingen niet Read more


Categoriën: Algemeen