Continuïteit

21 december 2020

Het reliëf hierboven heb ik een paar maanden geleden gefotografeerd in Utica. Twee Punische grafstèles waarvan er in Tunesië dertien in een dozijn gaan. De overledenen zwaaien ons nog even na nu we wandelen langs hun laatste rustplaatsen, zou je op het eerste gezicht zeggen, maar het kan natuurlijk ook een zegenend gebaar zijn.

Je kunt moeiteloos parallellen vinden van de vriendelijk opgestoken hand. In de Oudheid zijn er de handen van de Thracische godheid Sabazios, vaak voorzien van allerlei kwaadafwerende tekens, of de handen van de Syrisch-Romeinse godheid Jupiter Dolichenus, waarvan u hieronder een foto ziet. Er zijn christelijke amuletten met dezelfde open hand. In alle gevallen dienden deze handen om geluk en heil te brengen. Een zegen, een groet.

Hand uit de eredienst van Dolichenus (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

Dat waren dus Punische, Thracische, Syrische, Romeinse en christelijke voorbeelden. Ik kan nog toevoegen dat er joodse voorbeelden zijn te vinden in kabbalistische handschriften en afbeeldingen van de hogepriesterlijke zegen. (Als u die niet meteen paraat heeft: denk even aan de groet die Mr Spock heeft meegenomen van de planeet Vulcanus. Of kijk dit plaatje hier.) In islamitische landen staat de open hand bekend als de “hand van Fatima”, waarbij sji’ieten er graag aan herinneren dat de vijf vingers staan voor Mohammed, zijn dochter Fatima, zijn opvolger kalief Ali, diens oudste zoon Hassan en de bij Kerbala gesneuvelde imam Huseyn.

Het is een aantrekkelijke gedachte dat een oeroud, antiek symbool door de eeuwen heen is blijven bestaan. Dat kan. Onzin hoeft het niet te zijn. Ik weet dat hedendaagse gymnasia weleens een brug van de klassieken naar islamitische nieuwe Nederlanders wordt geslagen door erop te wijzen dat de islam antieke motieven kent. Maar hoe bewijs je zoiets? Een eerste complicatie: niet alles wat op elkaar lijkt, is hetzelfde. De Kanaänitische god Ba’al, de Griekse held Perseus, de christelijke Sint-Joris en de islamitische Khidr zijn volkomen uitwisselbaar en delen zelfs cultusplaatsen.

Een tweede complicatie: hoe bewijs je een continuïteit? Tussen de antieke voorbeelden en de huidige handjes van Fatima zit al snel een eeuw of vijftien. Wat je minimaal nodig hebt, is dat iets elke generatie opnieuw is gedocumenteerd.

Dat is best te doen. De ambitie dat de mensheid een eenheid zou zijn onder één wereldheerser is bekend uit elke generatie sinds keizer Augustus en is ook goed gedocumenteerd in periodes waarin er geen keizer voorhanden was. Even vaak is het niet te doen. Zijn de Spaanse stierengevechten afgeleid van de Romeinse jachtpartijen in de amfitheaters? We hebben voor dit voorbeeld te weinig informatie; we hebben voor de meeste voorbeelden te weinig informatie – veel te weinig informatie. Dataschaarste is immers hét centrale probleem dat de oudheidkundige disciplines verbindt (en duidelijk maakt dat de verdeling van de oudheidkunde in disciplines onwetenschappelijk is).

Tot slot: zo’n handje is natuurlijk volkomen triviaal. Het is alsof een woord uit een oude taal nog altijd wordt gebruikt. Aan de hand daarvan zal niemand de conclusie verbinden dat we die taal nog spreken; dan zou toch ook de grammatica grotendeels onveranderd tot ons moeten zijn gekomen.

Wie de relevantie van de bestudering van de Oudheid wil tonen door voorbeelden van ontleningen te geven, zal dieper moeten zoeken, op het niveau van de “cultuurgrammatica”. Ik verwijs nog maar eens naar dit artikel.

[Het bericht Continuïteit verscheen oorspronkelijk op Mainzer Beobachter.]

Deel dit blog:
Curio in Africa

In het eerste stukje schreef ik dat Gaius Scribonius Curio in de zomer van 49 v.Chr. Sicilië verzekerde voor Caesar. Read more

LIDaR en de gevolgen

Een week of twee geleden blogde ik over de vernieuwing die de oudheidkunde in de twintigste eeuw heeft ondergaan dankzij Read more

Verkeerd geleerde historische lessen

Vorige week overleed Donald Kagan. De in Litouwen geboren Amerikaanse classicus is de auteur van een van de aardigste inleidingen Read more

De Zeevolken: meer problemen

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent Read more