Continuïteit en relevantie

15 november 2020

Sommige antieke teksten illustreren aspecten van de oude wereld die hun invloed lange tijd, soms zelfs nog steeds, hebben doen voelen. De wetten uit Eshnunna vertegenwoordigen een alternatief voor gewoonterecht, namelijk codificatie, waarop wij voortbouwen. De Ilias documenteert onze norm dat privileges verplichten én onze zin voor het tragische. En zo voort.

Maakt dit alles de bestudering van de Oudheid relevant? Dat is alleen vol te houden, geloof ik, als je aanneemt dat dingen in hun ontstaansfase puur en zuiver zijn en dat je de kern van een verschijnsel het beste begrijpt door de oorsprong te bekijken. Mij lijkt dat baarlijke nonsens. De eerste wetten zijn niet zuiverder dan latere en je begrijpt de aard van wetgeving ook niet beter als je de tabletten uit Eshnunna bekijkt. Hooguit begrijp je beter welke bezorgdheden mensen ertoe brachten informele rechtsvinding te vervangen door een meer geformaliseerde praktijk. Dat is leuk om te weten, maar maakt het niet meteen relevant.

Er is nog een ander probleem met deze benadering: hoe stel je invloed werkelijk vast? Het idee dat je de rechter kunt helpen door op te schrijven wat goed en billijk is, kennen we uit de wetten van Eshnunna en nog een stuk of wat oud-oosterse en Griekse optekeningen, vervolgens uit Romeinse codices en uit de Vroege Middeleeuwen. Vanaf dat moment is er eigenlijk geen generatie voorbijgegaan die zijn wetten niet heeft opgeschreven. Je zult minimaal een continuïteit als deze moeten documenteren voor je werkelijk kunt spreken van invloed.

Dat kan echter lang niet altijd. Het gebruikelijke beeld dat de westerse wereld is ontstaan in Griekenland is een voorbeeld van hoe het niet lukt. De strekking van dat beeld is dat in Griekenland nieuwe, rationele ideeën zijn ontstaan die zich uitten in artistieke en filosofische vrijheid, en die werden gegarandeerd door de Atheense democratie. Dankzij de Griekse zege in de Perzische Oorlogen konden deze overleven en zodoende is de westerse cultuur tot op de huidige dag wezenlijk anders is dan de irrationelere oosterse. Anders gezegd, tijdens de Perzische Oorlogen is een oost-west-tegenstelling ontstaan die nog steeds invloed uitoefent. Cru samengevat: “onze” oorlog met “de” islam is begonnen in Marathon.

Als u denkt dat dit al te cru is samengevat, moet u de inleiding eens lezen van het boek Persian Fire van de Britse classicus Tom Holland. Of u moet eens grasduinen in het oeuvre van classicus Paul Cartledge. Of u leest Worlds at War. The 2,500-year Struggle between East and West van de politicoloog Anthony Pagden. Geen van allen is geschoold als historicus, maar dat hoeft natuurlijk ook niet. Waarom zou je, als je je bezighoudt met het verleden, ook advies vragen bij een historicus?

Zo’n historicus zou immers het goede verhaal maar kapot checken. Hij zou erop wijzen dat de impliciete aannames dat (a) de Atheense democratie door de Perzen zou zijn geliquideerd en (b) de Perzen een einde zouden hebben gemaakt aan de Griekse artistieke en filosofische vrijheden, in strijd zijn met wat we weten over het Perzische beheer van onderworpen gebieden. Een historicus zou ook het verondersteld rationele karakter van de Griekse cultuur hebben doorgeprikt en erop hebben gewezen dat het wel meeviel met het verondersteld irrationele karakter van de oosterse beschaving. En tot slot: de historicus zou hebben geëist dat die oost-west-tegenstelling voor alle vijfentwintig eeuwen zou zijn gedocumenteerd.

En dat lukt niet. Al in de hellenistische tijd speelde ze nauwelijks een rol; in de Romeinse tijd draaide het om de tegenstelling tussen beschaafd en barbaars; later waren er tegenstellingen tussen christelijk en heidens; de tegenstelling christelijk-islamitisch die in het Roelandslied wordt uitgedragen, was in de Kruistochtentijd al aan gruizels vóór de kruisridders Jeruzalem bereikten; en zo voort en zo verder. Niet dat het idee er helemaal nooit is geweest, maar het was altijd af en aan. Er is geen continuïteit. Tom Holland, Paul Cartledge en Anthony Pagden staan meer op de schouders van Samuel Huntington dan op die van Griekse of Romeinse reuzen. Al zijn er aspecten van de Europese cultuur die op Griekenland teruggaan (zie de reeks over invloedrijke teksten), het idee van een Europa dat in een eeuwige strijd met het oosten is verwikkeld, behoort daar niet toe.

Kortom: ja, we ondergaan invloeden uit het antieke verleden. Maar voor je daarover een uitspraak kunt doen, moet je een stevig bewijs leveren, dat doorgaans afwezig blijft. Te vaak wordt aangenomen wat dient te worden bewezen. En zelfs als je een continuïteit kunt bewijzen, maakt dat tijd waarin de continuïteit begint niet per se relevant.

Je kunt relevantie ook op een andere manier suggereren: door parallellen tussen toen en nu te trekken. Daarover volgende week, maar ik kan alvast verklappen dat historici ook bij deze tak van sport zo hun bedenkingen hebben. Maar eerst, morgen, wat invloedrijke Griekse teksten.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
De beslissendheid van Marathon

Eergisteren blogde ik over de slag bij Marathon, waarin de Atheners een Perzisch leger, dat zich al aan het terugtrekken was en zijn dekking door Read more

Vergelijkingen en relevantie

In mijn vorige stukje vertelde ik dat de Oudheid voor ons relevant kan zijn, maar wees ik er ook op dat als Read more

Verhalende geschiedschrijving

Geschiedvorsing wil niet slechts zeggen dat je gebeurtenissen op een rijtje zet maar houdt ook in dat je die probeert Read more

De positivistische misvatting

Wat weten we over de hierboven afgebeelde “dame van Simpelveld”? Je kunt het opsommen. Ze woonde in de buurt van Read more