Conjecturen en kritische apparaten

15 november 2020

De Lachmannmethode is de methode waarmee filologen vaststellen hoe antieke teksten, die we vooral kennen uit middeleeuwse handschriften, er precies uit moeten hebben gezien. De truc is kopiistenfouten te gebruiken om een stamboom van handschriften te maken. Daar blijft het werk van filologen echter niet toe beperkt, zoals blijkt uit een voorbeeld dat ik ontleen aan de Anabasis, de biografie die de Grieks-Romeinse auteur Arrianus wijdde aan Alexander de Grote.

Hij meldt dat bij de stad Babylon een kanaal lag en dat heet in de handschriften nu eens Pollakopas en dan weer Pollakottas. Wie met de Lachmannmethode een archetype reconstrueert, komt er niet echt uit. Er zijn niet voldoende handschriften om één variant de voorkeur te geven. Het woord is niet Grieks, dus dat helpt ook al niet. De filoloog zal op dit punt een keuze moeten maken. Gelukkig is dat niet moeilijk, want het kanaal is bekend uit kleitabletten en heet daarin Pallukkatu. We mogen aannemen dat Arrianus een correcte vorm heeft gebruikt en dat er twee groepen handschriften zijn ontstaan doordat een kopiist het ongebruikelijke woord verkeerd las. Het verschil tussen π en ττ is immers niet zo heel erg groot. De tekstcriticus zal daarom “Pollakottas” beschouwen als authentiek.

Toch kan hij “Pollakopas” niet negeren. Het doel van een tekstkritische uitgave is namelijk niet vast te stellen wat de tekst zou moeten zijn, maar wat de auteur feitelijk schreef. Als Arrianus een vergissing maakte, moet die gewoon worden weergegeven. Aangezien niet ondenkbaar is dat een kopiist stilzwijgend een vergissing van een auteur heeft gecorrigeerd, hebben beide woorden dus bestaansrecht en is de ene vorm alleen maar waarschijnlijker dan de andere.

Daarom heeft een wetenschappelijke tekstuitgave onderaan de bladzijde een “kritisch apparaat”, waarin alle tekstvarianten staan die voorkomen in niet-elimineerbare handschriften, die zijn aangegeven met een complex systeem van afkortingen. Het plaatje hierboven is een voorbeeld.

Nu is de keuze tussen Pollakottas en Pollakopas eenvoudig. Eén van beide spellingen is onzinnig en de andere geeft adequaat weer wat Arrianus behoorde te schrijven en vermoedelijk ook schreef. Anders ligt het als de tekstcriticus stuit op een vreemde passage waarvoor geen enkel handschrift een bevredigende lezing biedt. Een voorbeeld kunnen we vinden op de Peutingerkaart, een middeleeuwse kopie van een antieke wereldkaart, die ooit in het bezit is geweest van de Augsburgse humanist Konrad Peutinger (1465-1547). Hierop staat een antieke nederzetting aan de Beneden-Rijn aangeduid als Levefanum, een bizar woord dat niets betekent. Het lijkt echter op Haevae fanum, “heiligdom van Haeva”. Dat de oorspronkelijke tekst Haevae fanum luidde, is een verleidelijke gedachte en een classicus kan aan zijn tekstreconstructie een aantekening toevoegen waarin hij wijst op wat er volgens hem zou moeten staan.

In dit voorbeeld betreft de conjectuur slechts letters, maar het kan ook gaan om halve of hele zinnen. Het punt dat volgens mij belangrijk is, is dat je, nog vóór je kunt nadenken over de historische interpretatie, moet nadenken over de precieze woorden in een geschreven bron.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Skaras of Arar? (1)

De Romeinse historicus Livius en zijn Griekse voorganger Polybios stemmen soms woordelijk overeen. Ik heb het voor Hannibals tocht over Read more

Interpolationenforschung

Een van de fundamenteelste vormen van oudheidkundig onderzoek is de tekstconstitutie: het zo goed mogelijk benaderen van de oorspronkelijke tekst Read more

De vier families van de Koran

Ik heb al vaker geblogd over de Lachmannmethode: de methode waarmee de vervaardigers van een tekstuitgave door middel van schrijffouten of Read more

Lectio difficilior

De Lachmannmethode is de methode waarmee filologen vaststellen hoe antieke teksten, die we vooral kennen uit middeleeuwse handschriften, er precies Read more