Cicero 3: eclectische staatsfilosofie

Carneades (Glyptothek, München)
10 januari 2021

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school van de volgelingen van Aristoteles. In deze serie behandelen we deze filosofische stromingen, en bekijken we hoe de filosofen zich tot elkaar verhielden. In deze reeks van vijf afleveringen: Cicero. Het eerste deel is hier.]

Sceptisch platonisme

Als jongeman was Cicero echter filosofisch geschoold in het sceptisch platonisme, en dat blijkt ook uit zijn werk. Niet voor niets schrijft hij in de vorm van pleidooien en dialogen. Alles wat hij beweert trekt hij ook weer in twijfel. Vooral bij de stoïcijnse veronderstelling dat alles wat verschijnt fundamenteel redelijk en goed is, zet hij zijn vraagtekens.

Daarbij pleit hij voor een pragmatische houding, en in die lijn is hij er niet vies van een beetje rondshoppen bij de verschillende Griekse filosofische stromingen, en elementen daaruit in te zetten waar hij ze toepasselijk achtte. Dit zien we vooral in zijn grote, tweedelige werk over zijn ideale staat: De re publica en De legibus. Dit werk is het toppunt van eclecticisme.

Qua vorm baseert Cicero zich hier op Plato. Cicero had namelijk de ambitie een eigen versie van Plato’s grootste werk Politeia te schrijven, als nieuwe standaard voor toekomstige politiek. Bovendien werd Plato in de oudheid alom geroemd om zijn literaire talent, en daarin was hij ook voor Cicero een groot voorbeeld.

Geheel in de stijl van Plato schrijft hij dit boek in dialogen, met aan het eind een lange visionaire monoloog. Maar anders dan Plato kent Cicero’s politieke bouwwerk geen analogie met de psychologie en cultuur. Voor Cicero staat de staatsfilosofie los van de filosofie van de menselijke geest: hij signaleert geen parallellen.

Voor de basis van de – in zijn ogen ideale – staat gaat Cicero te rade bij Carneades. Met Carneades stelt hij dat de staat een pragmatisch doel heeft, uit te splitsen in drie functies: ten eerste het weren van vijanden van buitenaf, ten tweede het handhaven van recht en gerechtigheid binnen een zogenaamde rechtstaat, ten derde het bevorderen van de welvaart van alle burgers. Tot zover, en niet verder, gaat het bestaansrecht van de staat.

De middenstoa en Aristoteles

Maar met de stelling van Carneades dat de staatkundige werkelijkheid een pure toevalligheid zou zijn was Cicero het niet eens. Op dit punt stapt hij weer vrolijk over naar de filosofie van de middenstoa, en verwijst hij onder andere naar Panaetius en Posidonius.

Volgens dit tweetal was er een ideale staat te bereiken door gebruik te maken van het verstand, dat onderdeel is van de als goddelijk beschouwde Natuur. Omdat de Natuur in zichzelf logisch is, moet er volgens Cicero een logisch te beredeneren natuurrecht zijn.

En daar zapt Cicero weer door naar Aristoteles, die drie staatsvormen omschreef, naar aanleiding van hoeveel mensen de macht hadden: een alleenheerser, meerdere mensen van een bepaalde klasse, of het volk. Maar de bewering van Aristoteles dat elk van die staatsvormen een goede en een slechte variant kent, ondersteunt Cicero dan weer niet.

In de ideale staat, zo betoogt Cicero namelijk, houden deze drie machten elkaar in evenwicht. Alleen dan heerst er rust en welvaart. In de ideale politiek is er volgens hem altijd sprake van een mengvorm tussen de aristotelische staatsvormen. En deze mengvorm was – natuurlijk niet toevallig – in Rome ontstaan.

De alleenheerschappij werd vertegenwoordigd door het dagelijkse bestuur van de twee Romeinse consuls. Het consulaat werd gecontroleerd en eens in de twee jaar gekozen door de senaat (oftewel het ‘parlement’), die de aristocratische macht vertegenwoordigde. En de senaat werd op zijn beurt gekozen tijdens een volksvergadering – ziehier de vertegenwoordiging van het volk.

De ideale staat vindt volgens Cicero een evenwicht tussen die drie machten. Het gaat dus niet om een keuze tussen een monarchie, een aristocratie en een republiek, maar om het bereiken van de perfecte mengvorm, die de sterke kanten van alle vormen verenigt.

[Morgen meer. Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek: De wereld vóór God, waarin de filosofische stromingen van de oudheid, van China tot Rome, voor de leek zeer laagdrempelig maar toch vrij uitgebreid wordt uitgelegd. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
Filosofie in Rome 5: De midden-stoa (2)

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school Read more

Filosofie in Rome 4: De midden-stoa (1)

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school Read more

Aristoteles 8: de Vormen van Aristoteles

[Aristoteles staat bekend als de wetenschapper-filosoof. De invloed van zijn filosofie in de oudheid is enorm, op de eigen peripathetische Read more

Aristoteles 7: de Ziel

[Aristoteles staat bekend als de wetenschapper-filosoof. De invloed van zijn filosofie in de oudheid is enorm, op de eigen peripathetische Read more