Cicero 1: Het begint met ambitie

Cicero (Capitolijnse Musea, Rome)
8 januari 2021

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school van de volgelingen van Aristoteles. In deze serie behandelen we deze filosofische stromingen, en bekijken we hoe de filosofen zich tot elkaar verhielden. In deze reeks van vijf afleveringen: Cicero.]

De filosofen die tot dusver aan ons voorbijtrokken, waren allen Grieken. Gelukkig bleken de Romeinen zelf ook geïnteresseerd in de filosofie. Zoals gezegd kozen zij meestal niet voor een bepaalde filosofische stroming, maar combineerden vrolijk de inzichten van de verschillende Griekse scholen. We noemden dit eclecticisme. En de bekendste eclecticus was Marcus Tullius Cicero, die leefde van 106 tot 43 voor onze jaartelling. Voordat we zijn filosofie bekijken, kijken we eerst wie hij was en in welke tijd hij leefde.

Opklimmen in Rome

Cicero’s familie behoorde niet tot de Romeinse bestuurlijke elite. Hij werd geboren in Zuid-Italië. De gebieden daar werden tot dan toe beschouwd als wingewesten, bestuurd door bevriende regimes of door een Romeinse gouverneur. In een dergelijke situatie zou de politieke toekomst van Cicero er niet al te rooskleurig hebben uitgezien, omdat de bevolking van zulke wingewesten geen politieke rechten had.

Gelukkig voor hem hadden de Zuid-Italiaanse volken die burgerrechten vlak voor zijn geboorte weten te bevechten. Het was daardoor voor een buitenstaander mogelijk geworden om door middel van geld, een goede scholing en een uitgebreide politieke campagne in het centrum van de macht te komen. En dit werd Cicero’s levensdoel. Zijn belangrijkste wapens daarbij waren zijn buitengewoon scherpe pen en tong.

Cicero begon zijn politieke carrière als advocaat. Daarin was hij uitermate succesvol en hij wist zich, met hulp van de invloedrijke klanten die hij verdedigde, op te werken in de politiek. Uiteindelijk werd hij senator.

Ook heeft hij een jaar als consul gediend, dat wil zeggen als lid van de regering van Rome. Dat consulaat bestond traditioneel uit twee man die voor een jaar door de senaat werden gekozen. Cicero opereerde zodoende in het hart van de Romeinse politiek.

Bescheidenheid was hem daarbij vreemd. Vervuld van de schoonheid van zijn eigen pleitredes liet hij er verschillende in boekvorm uitbrengen. Daarin verkondigt hij op fanatieke wijze zijn visie op de Romeinse politieke zaken van zijn tijd, maar hij verwijst ook veel naar de kunst en de filosofie.

Oproer in Rome

Het waren echter roerige tijden. In de tijd van Cicero waren twee verschillende vormen van machtsstrijd gaande in Rome.

Ten eerste was er de machtsstrijd tussen de elite en het volk. De tegenstellingen tussen die twee groepen waren tijdens de groei van de Romeinse republiek sterk toegenomen. Enkele politici, over het algemeen behorend tot de elite, pleitten voor een betere verdeling van macht en bezit. Hun werd verweten dit niet zozeer uit altruïstische motieven te doen, maar voornamelijk om met steun van het volk hun eigen macht te vergroten. Hoewel ze af en toe politieke winsten wisten te boeken werden deze zogenaamde ‘populares’ (waar ons huidige woord populist vandaan komt) door hun collegae vaak buitengewoon agressief behandeld: er woedden een aantal burgeroorlogen, en politieke moorden en zuiveringen werden niet geschuwd.

Toen Cicero zijn intrede deed in de Romeinse politiek woedde deze strijd tussen de elite en het volk al geruime tijd. In die tijd werd de senaat flink vergroot, van aanvankelijk honderd tot maar liefst negenhonderd senatoren.

Ten tweede was er een machtsstrijd gaande tussen verschillende legerleiders en de senaat.

Vóór de tweede eeuw van onze jaartelling bestond het Romeinse leger uit burgers, die net als de Grieken af en toe de wapens opnamen voor volk en vaderland. Maar door de introductie van huursoldaten en professionele beroepslegers, die binnen het rijk functioneerden als (grotendeels) financieel zelfstandige ‘ondernemingen’, hadden de generaals veel meer invloed gekregen. Zij bestreden elkaars macht en die van de senaat. Dit leidde tevens tot grote spanningen.

En in deze slangenkuil spande Cicero samen met verschillende partijen, als een machiavellist avant la lettre. Hij speelde daarbij de rol van gematigde conservatief. Als begenadigd spreker wist hij het volk voor zich te winnen. Maar als consul trad hij bijzonder streng op tegen een groep samenzweerders die naar eigen zeggen opkwam voor het proletariaat, maar dit volgens Cicero alleen maar deed om meer macht te verwerven.

Daarnaast sloot Cicero dealtjes met verschillende generaals voor de verdeling van de macht. Tegelijkertijd probeerde hij echter de Romeinse republiek te behoeden voor een dictatuur. Hij maakte op die manier naast vrienden uiteraard ook vijanden.

Latijn

Op verschillende momenten in zijn leven zag Cicero zich politiek terzijde geschoven, en heeft hij Rome zelfs moeten ontvluchten. In die perioden schreef hij filosofische werken over het recht, de staat, en over de hellenistische filosofische scholen.

Bijzonder was dat hij deze werken in het Latijn schreef. Vóór Cicero lazen de Romeinen namelijk bijna uitsluitend in het Grieks over filosofie. Het Grieks in de Romeinse tijd was wat Latijn was in de middeleeuwen: de universele taal van de elite. Iedere hoog ontwikkelde Romein las en schreef Grieks. Dit zou ook zo blijven; in de eeuwen na Cicero zou het Grieks in het Romeinse Rijk nog steeds veel gebruikt worden onder wetenschappers en filosofen.

Cicero’s tijdgenoot Lucretius maakte echter furore met een Latijns werk waarin hij de filosofie van Epicurus uitlegt. Doordat hij in het Latijn schreef, bereikte hij meer mensen, en daardoor kreeg naast de stoa ook het epicurisme veel aanhang in Rome.

Cicero reageerde hierop door in het Latijn de epicurische, de stoïcijnse, en de platoonse sceptische scholen te beschrijven, en dat deed hij in buitengewoon levendige en toegankelijke dialogen. In die dialogen vertegenwoordigen zijn personages elk een school. Zo legde hij de gedachten van deze scholen aan zijn lezers uit. Waar Lucretius een voorkeur had voor het epicurisme, lag Cicero’s loyaliteit vooral bij de stoïcijnen en de platoonse sceptici.

In zijn geschriften deed Cicero veel aan taalvernieuwing. De taal van Cicero zou na zijn dood de standaard worden voor het officiële Latijn zoals dat in boeken gebruikt werd. Ondertussen bleef het zogenaamde vulgair Latijn, dus de taal die op straat gesproken werd, zich ontwikkelen zoals elke levende taal. Het officiële Latijn van Cicero bleef daarentegen al die tijd ongewijzigd als standaardtaal in de literatuur. En daarmee werd het klassiek Latijn zoals wij dat nu nog kennen voor de eeuwigheid vastgelegd.

Belangrijk voor ons is dat Cicero door in het Latijn te schrijven voor veel Romeinen de filosofie ontsloot.

[Morgen meer. Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek: De wereld vóór God, waarin de filosofische stromingen van de oudheid, van China tot Rome, voor de leek zeer laagdrempelig maar toch vrij uitgebreid wordt uitgelegd. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
Quis est? Avidius Cassius, slachtoffer van fake news

Sinds de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaans president in 2016 zijn de thema’s fake news en desinformatie niet meer Read more

Lucifers zoon Gaius Julius Phosphorus

Als u dacht dat The Man Who Fell to Earth een origineel verhaal heeft, dan heeft u het mis. Het Read more

Trajanus, de grote roerganger

Voor de collega’s van Historizon begeleid ik deze week een reis door het Rijnland. We bezochten de gereconstrueerde Romeinse stad Read more

Foto van de dag: de Ara Pacis

Een afgietsel van een deel van het reliëf van de Ara Pacis [Meer foto’s hier.]