Standbeeld van een man (Şanlı Urfa Müzesi)

Een oeroud standbeeld

5 december 2020

De stad Şanli Urfa in Zuidoost-Turkije, het antieke Edessa, trekt al sinds de Oudheid pelgrims. De beroemdste zal Egeria zijn geweest, een christelijke dame die een bezoek bracht aan het Nabije Oosten en daar verslag van deed. Ze noemt ook Edessa, dat nog altijd een pelgrimageoord is.

Voor de huidige bezoekers werd in de jaren tachtig een onderaardse garage aangelegd, samen met een complex van restaurantjes en souvenirwinkeltjes. En een verkeerstunnel, als ik me goed herinner. De archeologen vonden het bovenstaande standbeeld, waar ze aanvankelijk niet veel van konden maken.

Deel:
Categoriën: Anatolië, Prehistorie

Het vernieuwde Allard Pierson

1 december 2020

Het Allard Pierson-museum is vanouds het oudheidkundige museum van de Universiteit van Amsterdam. Het is echter meer dan dat. Het is bijvoorbeeld gevestigd in een historisch pand: de voormalige Nederlandsche Bank. Elke keer als ik de trap opga, bedenk ik dat mensen als Walraven van Hall ook over deze treden zijn gelopen. Inmiddels is de taakomschrijving van de instelling verbreed, waardoor de banden met Amsterdam zijn versterkt. De archeologische verzameling is namelijk samengevoegd met de afdeling Bijzondere Collecties.

Je zou “het Allard Pierson”, zoals de instelling nu wil heten, kunnen typeren als kennisinstituut voor de Amsterdamse verzamelingen. Dat heeft gevolgen voor de antieke collectie, die wat meer dan vroeger de nadruk legt op de eigen geschiedenis. De voorwerpen zijn immers aangekocht door directeuren die allemaal een eigen visie hadden. De verzameling is zelf in feite ook een historisch object. Een eerste stap in deze richting was een verzamelaarskabinet met korte typeringen van die directeuren; de onlangs na een verbouwing heropende afdelingen zijn een volgende stap; en ik heb goede hoop dat de verzamelgeschiedenis van de individuele objecten in de nabije toekomst nog wat meer aandacht krijgt.

Deel:
Nehalennia (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Nehalennia

30 november 2020

Tweeduizend jaar geleden, toen Zeeland nog niet uit verschillende eilanden bestond maar uit één groot veenmoeras dat door hoge duinen tegen de zee werd beschermd, vereerden de inheemse bewoners van dit gebied een godin met de naam Nehalennia. Deze godin is misschien wel de meest bekende godheid van ons voorchristelijke verleden. Waar namen als Wodan en Donar de meeste mensen niet veel zeggen, heeft vrijwel iedereen van Nehalennia gehoord.

Ze is ons bekend door tientallen altaarstenen en votiefbeeldjes die in de afgelopen eeuwen uit de Oosterschelde zijn gevist. De godin wordt op deze stenen monumenten afgebeeld als een plechtstatige op een troon gezeten dame met een fruitmand in haar arm en een huilende hond aan haar zij. De altaarstenen dateren uit de Romeinse tijd en de votiefinschriften op deze stenen zijn dan ook in het Latijn geschreven. Haar naam daarentegen is overduidelijk niet Latijn en moet dus inheems zijn geweest. Uit de inscripties kunnen we opmaken dat Nehalennia door koopmannen en zouthandelaren werd aangeroepen om zeelui en vracht tijdens gevaarlijke reizen te beschermen. Verder is het enige dat we over deze geheimzinnige vrouw weten haar raadselachtige naam die lange tijd elke taalkundige verklaring trotseerde.

Deel:
Beeldje van een vrouw uit Abydos (nulde dynastie; Staatliches Museum Ägyptischer Kunst München)

Koningin Neithhotep

28 november 2020

Neithhotep was de eerste koningin van een verenigd Egypte. Dat maakt haar tot een speciale heerser in een speciale tijd. Daarover eerst een enkel woord.

Dit verhaal begint echter in de Predynastische periode (5300 tot 2950 voor Christus). Het betreft de tijd vóór het koningschap over een verenigd Egypte en het archeologische erfgoed centreert zich rondom twee belangrijke culturen: de Badari-cultuur en de Naqada-cultuur. Hieronder volgt een korte uiteenzetting over deze twee culturen.

Deel:
Categoriën: Egypte, Prehistorie

De seizoenscyclus

28 november 2020

Vorige week wandelde ik over de markt van Apeldoorn, waar sinds mijn jeugd werkelijk niets is veranderd. In een nostalgische opwelling kocht ik een brok balkenbrij. Ik had het de afgelopen vijfendertig jaar, toen ik in Amsterdam woonde, één keer klaargemaakt en het smaakte toen niet heel bijzonder. Dit keer was ik echter succesvoller bij het bakken van dit seizoensgerecht.

Ineens vroeg ik me af hoe het nu eigenlijk zat met al die seizoensgerechten. In onze tijd is vrijwel alles het hele jaar door te koop, maar dat is weleens anders geweest. Kortom, ik heb de seizoenscyclus eens uitgezocht. Hoe leefden Romeinse boeren in Nederland? Voor verbeteringen staan de commentaarsectie open.

Deel:
Tags:
Archaïsch leeuwtje (Antikensammlung, München)

De DNA-revolutie

16 november 2020

In de loop van de twintigste eeuw hadden oudheidkundigen verschillende verklaringen voor de permanente veranderingen binnen de antieke culturen. Eén daarvan, diffusie, hield in dat cultuuruitingen zich verspreidden doordat mensen ideeën, voorwerpen, gebruiken en instituties overnamen van hun buren. Als Griekse vaasschilders leeuwen gingen afbeelden, dieren die in Griekenland niet voorkwamen, zou dat motief wel zijn gekopieerd aan de oosterse kunst. Er is weinig reden hieraan te twijfelen.

Een ander mechanisme was evolutie: een interne ontwikkeling in een cultuur. Een voorbeeld is de steeds accuratere weergave van het menselijk lichaam in de Griekse beeldhouwkunst. Ook migratie, wisten oudheidkundigen, kon veranderingen verklaren, maar oudheidkundigen waren terughoudend met het inroepen van dit mechanisme. Eigenlijk viel alles te verklaren zonder volksverhuizingen.

Deel:

Een inconsistente chronologie (2)

15 november 2020

In mijn stukje van vorige week maandag wees ik erop dat de uitbarsting van de Thera een geducht chronologisch probleem vormt. Er spelen ruwweg drie dingen. Eén: er is rond 1630 v.Chr. iets gebeurd waardoor veel stof in de atmosfeer kwam. Het lijkt te zijn gedocumenteerd in jaarringen en hoewel daarover discussie is, wordt het bevestigd door Babylonische Venus-observaties. Twee: die vulkaan is op een bepaald moment uitgebarsten, heeft een stad op het eiland verwoest en heeft as en puimsteen uitgebraakt die is gevonden tot in Egypte. Drie: als je afgaat op het aardewerk, is die rommel daar neergekomen na 1540.

Je kunt nu aannemen dat er twee uitbarstingen (eventueel van twee vulkanen) zijn geweest: de eerste rond 1630, gedocumenteerd in de jaarringen en de Venusobservaties, de tweede alleen bekend uit puimsteen in Egypte maar niet in de jaarringen. Dit is niet helemaal uit te sluiten. Je kunt je weersomstandigheden voorstellen – draaiende wind bijvoorbeeld – die ervoor zouden kunnen hebben gezorgd dat het puimsteen in één korte heftige uitbraak naar Egypte werd gelanceerd, terwijl de as daarna neersloeg in de Middellandse Zee en in noordelijk Afrika, een gebied waarvoor we (althans bij mijn weten) geen dendro-curve hebben. Dit mag dan denkbaar zijn, je bent wel bezig hypothese op hypothese te stapelen: eerst postuleer je een tweede uitbarsting, vervolgens postuleer je specifieke weeromstandigheden. Kortom, je verdubbelt het aantal feiten en vergroot het aantal hypothesen. Dat voelt niet lekker. In jargon: je snijdt je aan het Scheermes van Ockham.

Deel:
Standbeeld uit Ain Ghazal, even ten noorden van Amman, ongeveer 8000 v.Chr. Tot de ontdekking van een beeld in Şanli Urfa gold dit als de oudste vrijstaande sculptuur ter wereld. Het mythologisch-religieuze karakter staat met zo’n dubbel lichaam niet ter discussie (Archeologisch Museum van Amman)

Natuurgodsdiensten

15 november 2020

Natuurgodsdiensten zijn de oudste vorm van religie. Zegt men. Vóór de moderne wetenschap bestond verklaarde de primitieve mensheid namelijk alle natuurverschijnselen als goddelijk ingrijpen. En nog eerder, vóór de mens begreep dat er goden bestonden, zag de oermens overal vage en ambigue natuurkrachten. Althans, dat dachten antropologen en godsdiensthistorici aan het eind van de negentiende eeuw. Zij meenden ook dat de oermens de vruchtbaarheid van het land had geïdentificeerd met die van de vorst. Vandaar dat de Graalkoning in een verwoest land leefde zolang de wond in zijn lendenen niet was genezen.

Koningsmoord

In natuurgodsdiensten was het niet onlogisch ’s konings vruchtbaarheid zo geconcentreerd mogelijk in te zetten: als men elk jaar een andere heerser aanstelde, maximaliseerde men diens vermogen de natuur te doen uitlopen en de oogst overvloedig te laten zijn. Aan het einde van het jaar moest de koning dan dood. Vandaar dat in zoveel Griekse mythen en sagen de koning akelig aan zijn einde komt: Herakles verbrandde, Agamemnon bezweek aan bijlslagen, Pelias werd geslacht.

Deel:
Wadi Awis

Wadi Awis

13 november 2020

Tien jaar geleden reisde ik door de Wadi Awis, ruwweg ten oosten van Ghat in Libië. Ik zal het landschap niet snel vergeten. Uitgeblakerde zwarte rotsen en een woestijn zoals je je een woestijn voorstelt: zand, zand en nog eens zand. Een erg, in geomorfologenjargon. Het is echter niet altijd zo geweest. Er zijn rotsreliëfs en -schilderingen gevonden die bewijzen dat dit ooit een savanne was.

De reliëfs zijn inmiddels door islamistische vandalen vernietigd en dat biedt weinig hoop voor de schilderingen, die weliswaar zijn aangebracht in abri’s, d.w.z. bewoonbare overhangende rotswanden, maar die desondanks erg kwetsbaar zijn. Het zou wel erg triest zijn als de foto’s die wetenschappers en toeristen ooit maakten, het enige zijn dat resteert van de duizenden jaren oude kunst. Maar ook al zijn de rotsschilderingen er vermoedelijk niet meer, er zijn nog nieuwe dingen over te vertellen.

Deel:
(Nee, hij luistert niet naar een podcast.)

De vooringenomen waarneming

12 november 2020

Drie weken geleden is in Krommenie het onderzoek hernomen naar een al sinds de jaren zestig bekende vindplaats, waar mogelijk een Romeinse wachttoren heeft gestaan. Mocht dat zo blijken te zijn, zo lezen we, dan moeten de geschiedenisboeken worden aangepast, want dit zou ten noorden van de Romeinse rijksgrens zijn geweest. Twee politieke partijen en Zaanstad hebben zich al voorgenomen de stadswijk in kwestie een Romeins tintje te geven. Of dat gebeurt, is aan de politici, maar het herschrijven van de geschiedenisboeken is aan wetenschappers en ik kan u alvast verklappen dat die toch wel wat meer nodig zullen hebben dan een wachttoren voordat ze hun beeld van Romeins Noord-Holland bijstellen. De wachttoren die in 2014 bij Almere is ontdekt, heeft hen ook niet doen besluiten de geschiedenisboeken aan te passen. Het zijn overdreven claims als die in Krommenie die maken dat veel wat hoger opgeleide mensen de archeologie niet langer helemaal serieus kunnen nemen.

En dat is jammer, want soms is er wel degelijk nieuws. Echt nieuws. Een vondst die wel kan leiden tot het het herschrijven van een pagina in de geschiedenisboeken, is het kleine potje dat in Lent is gevonden in een afvalkuil uit de IJzertijd en dat afgelopen donderdag plotseling in het nieuws was. Het opmerkelijke aan het zesentwintig eeuwen oude “potje van Lent” is dat er tekens in staan gegrift. Misschien, zo meent archeoloog Peter van den Broeke, zijn de tekens “aangebracht door iemand die interessant wilde doen en deed of hij kon schrijven, iemand die in zuidelijke streken was geweest of er vandaan kwam, het schrift in zijn hoofd had en het probeerde na te bootsen”. Dat betekent dus dat het allereerste begin van de schriftcultuur – laten we zeggen de fase die we kennen van kleuters die letters natekenen – een eeuw of zes eerder moet worden geplaatst dan we dachten. Tijd voor nieuwe geschiedenisboeken dus.

Deel: