Het einde van de Bronstijd

8 mei 2021

De Late Bronstijd! Ik had retorisch willen vragen welk oudheidkundig thema toch fascinerender kon zijn, maar dan gaat u natuurlijk “Cicero” roepen of “Atheense tragedies”, of iets anders, want het zou matennaaierij zijn op retorische vragen geen flauwe antwoorden te geven. Maar goed: weinig onderwerpen uit de Oudheid zijn fascinerender dan de Late Bronstijd.

Reden één: de puzzelstukken beginnen in elkaar te grijpen. Naast archeologie hebben we teksten, Mesopotamië sluit aan op Egypte, er het vroegste (Mykeense) Griekenland heeft contact met Cyprus en de Hethieten. We zien in de brieven menselijke emoties, we hebben handel over enorme afstanden – denk aan het tin dat vanaf de Atlantische kusten naar het oostelijk bekken van de Middellandse Zee kwam – en we hebben staatsverdragen. Alles is er, althans in aanzet.

Deel:
De Zeus-krater uit Enkomi

Foto van de dag: de Zeus-krater

28 februari 2021

De Zeus-krater uit Enkomi, nu in het Cyprusmuseum in Nicosia. De god staat rechts en heeft een weegschaal in de hand waarmee hij het lot van de krijgers in de strijd beslist.

[Meer foto’s hier.]

Deel:
Categoriën: Foto, Kreta en Mykene, Musea
PY Fr 1184 (Uit: Emmett L. Bennett Jr., The Olive Oil Tablets of Pylos, 1958)

De verstaanbaarheid van het oudste Grieks

13 december 2020

Kokalos heeft zoveel olijfolie betaald aan Eumedes.

Zo luidt een van de oudste Griekse zinnen, compleet met onderwerp, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp. De woorden (gevolgd door een volume-eenheid en een getal) zijn vastgelegd op een kleitablet uit Pylos op de Peloponnesos (PY Fr 1184, r. 1-2). De Grieken van de tweede helft van het tweede millennium v.Chr. hadden nog geen alfabet, maar gebruikten een lettergrepenschrift dat we Lineair B noemen. Dat is in 1952 op uiterst ingenieuze wijze ontcijferd (zoals ik hier stamelend uitleg).

Deel:
Categoriën: Kreta en Mykene

Het vernieuwde Allard Pierson

1 december 2020

Het Allard Pierson-museum is vanouds het oudheidkundige museum van de Universiteit van Amsterdam. Het is echter meer dan dat. Het is bijvoorbeeld gevestigd in een historisch pand: de voormalige Nederlandsche Bank. Elke keer als ik de trap opga, bedenk ik dat mensen als Walraven van Hall ook over deze treden zijn gelopen. Inmiddels is de taakomschrijving van de instelling verbreed, waardoor de banden met Amsterdam zijn versterkt. De archeologische verzameling is namelijk samengevoegd met de afdeling Bijzondere Collecties.

Je zou “het Allard Pierson”, zoals de instelling nu wil heten, kunnen typeren als kennisinstituut voor de Amsterdamse verzamelingen. Dat heeft gevolgen voor de antieke collectie, die wat meer dan vroeger de nadruk legt op de eigen geschiedenis. De voorwerpen zijn immers aangekocht door directeuren die allemaal een eigen visie hadden. De verzameling is zelf in feite ook een historisch object. Een eerste stap in deze richting was een verzamelaarskabinet met korte typeringen van die directeuren; de onlangs na een verbouwing heropende afdelingen zijn een volgende stap; en ik heb goede hoop dat de verzamelgeschiedenis van de individuele objecten in de nabije toekomst nog wat meer aandacht krijgt.

Deel:

Een inconsistente chronologie (2)

15 november 2020

In mijn stukje van vorige week maandag wees ik erop dat de uitbarsting van de Thera een geducht chronologisch probleem vormt. Er spelen ruwweg drie dingen. Eén: er is rond 1630 v.Chr. iets gebeurd waardoor veel stof in de atmosfeer kwam. Het lijkt te zijn gedocumenteerd in jaarringen en hoewel daarover discussie is, wordt het bevestigd door Babylonische Venus-observaties. Twee: die vulkaan is op een bepaald moment uitgebarsten, heeft een stad op het eiland verwoest en heeft as en puimsteen uitgebraakt die is gevonden tot in Egypte. Drie: als je afgaat op het aardewerk, is die rommel daar neergekomen na 1540.

Je kunt nu aannemen dat er twee uitbarstingen (eventueel van twee vulkanen) zijn geweest: de eerste rond 1630, gedocumenteerd in de jaarringen en de Venusobservaties, de tweede alleen bekend uit puimsteen in Egypte maar niet in de jaarringen. Dit is niet helemaal uit te sluiten. Je kunt je weersomstandigheden voorstellen – draaiende wind bijvoorbeeld – die ervoor zouden kunnen hebben gezorgd dat het puimsteen in één korte heftige uitbraak naar Egypte werd gelanceerd, terwijl de as daarna neersloeg in de Middellandse Zee en in noordelijk Afrika, een gebied waarvoor we (althans bij mijn weten) geen dendro-curve hebben. Dit mag dan denkbaar zijn, je bent wel bezig hypothese op hypothese te stapelen: eerst postuleer je een tweede uitbarsting, vervolgens postuleer je specifieke weeromstandigheden. Kortom, je verdubbelt het aantal feiten en vergroot het aantal hypothesen. Dat voelt niet lekker. In jargon: je snijdt je aan het Scheermes van Ockham.

Deel:
Wandschildering van twee antelopen, gevonden op Santorini (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Een inconsistente chronologie (1)

15 november 2020

Santorini ofwel Sint-Irene is een klein eiland in de Egeïsche Zee. In de Oudheid heette het Thera. De bovenstaande muurschildering komt er vandaan. Ze is gevonden onder een enorme laag vulkanisch gesteente, uitgestoten toen de plaatselijke vulkaan uitbarstte, ergens in het tweede kwart van het tweede millennium v.Chr. Deze “Minoïsche uitbarsting” moet een enorme explosie zijn geweest, alleen vergelijkbaar met de Tambora-uitbarsting in 1815. Het uitgestoten puinsteen lijkt te zijn gevonden tot in de delta van de Nijl, er lijkt een donker laagje in de jaarringen uit deze tijd en er lijkt zó veel stof in de atmosfeer te zijn geweest dat de Venus-waarnemingen in Babylonië erdoor werden beïnvloed.

Dat maakt het een van de ijkpunten van de Bronstijd-chronologie, maar ik gebruikte in de vorige zin niet zonder reden driemaal het woord “lijkt”. We weten het allemaal nét niet zeker genoeg. Dus is er alle reden om te onderzoeken wanneer die vulkaan nu precies explodeerde, maar dat is zo gemakkelijk nog niet. De aardewerkdatering rond 1500 v.Chr. klopt zeker niet.

Deel:
Badkuip uit Oud-Pafos (District Archaeological Museum)

Cypriotische badkuip

11 november 2020

Een badkuip, die hebben we nog niet gehad in onze inmiddels toch vrij lange reeks blogstukjes over museumvoorwerpen. U vroeg zich natuurlijk al af waarom ik u museaal sanitair al die tijd heb onthouden. Ik weet het ook niet, maar ik weet het goed met u gemaakt en zal u niet zomaar een badkuip tonen. Dit is namelijk wél even een badkuip uit het Cypro-Geometrisch I. Eat that.

En die badkuip vertelt een klein verhaaltje. Na de ondergang van de Mykeense paleisburchten in Griekenland vestigden groepen Grieken zich in het westen van Cyprus. Hun aardewerk namen ze mee, zodat archeologen voorwerpen die ze in Griekenland rekenen tot de zogeheten “submykeense periode” (pakweg de tweede helft van de elfde eeuw v.Chr.) in Cyprus vinden met voorwerpen die ze rekenen tot het “Cypro-Geometrisch I”. Deze badkuip, gevonden in een graf bij Oud-Pafos (Kouklia), documenteert deze beginnende Griekse aanwezigheid op Cyprus.

Deel: