Reconstructie van de Dame van Schengencultr

De Dame van Schengen

8 oktober 2021

Het eerste kwart van de vijfde eeuw v.Chr. markeert in de regio van Lotharingen via de Elzas, Baden-Württemberg en Beieren naar Bohemen de overgang van de Hallstatt– naar de La Tène-tijd. Die laatste archeologische cultuur mag u Keltisch noemen. De eerste ook wel, want de tweede komt er geleidelijk uit voort. Er zijn echter wel verschillen. Het makkelijkst te onthouden is dat de wagens in Hallstatt-graven vier wielen hebben (zoals), terwijl La Tène-wagens er twee hebben. Het zijn echte strijdwagens en de opkomst van La Tène gaat dan ook gepaard met agressieve expansie in alle richtingen. Rome is geplunderd in 387/386 en Delfi een eeuw later, terwijl La Tène-krijgers ook Turkije bereikten. In noordwestelijke richting is de onlangs ontdekte bijzetting bij Heumen een zeer vroeg La Tène-graf. Het duidt op culturele expansie.

Uit die overgangstijd dateert ook een vijftal graven dat in 1995-1998 is gevonden bij Schengen in het uiterste zuidoosten van Luxemburg, tegen de Moezel aan (hier). Wonderlijk genoeg lag het kwintet tussen de Bronstijdgraven, drie eeuwen ouder. Het is echter nog wonderlijker.

Deel:
Categoriën: Kelten, Prehistorie
Dit is niet Hannibal

Hannibal in Italië: waarom?

5 juni 2021

Zoals ik al vertelde, werk ik momenteel aan een boekje over Hannibal in de Alpen. Het doel is uit te leggen waarom pogingen zijn route naar Italië vast te stellen, wel moeten mislukken. Waarom Hannibal besloot tot deze expeditie, is eigenlijk van ondergeschikt belang. Dat is meer een vraag voor een andere gelegenheid – bijvoorbeeld voor een blogstukje.

Ik begrijp het gewoon niet. We kunnen niet in Hannibals geest kijken maar mogen speculeren. Het is redelijk aan te nemen dat hij wel een paar dingen wist over zijn tegenstanders, de Romeinen.

Deel:
De driehoofdige Gallische godheid Lugus (Musée Saint-Rémi, Reims)

MoM | De Gallische taal

24 mei 2021

Het oude Gallisch is wat ze een Trümmersprache noemen, een taal waarvan alleen wat sporen zijn overgebleven. De Galliërs, die ooit leefden op de Povlakte en in de regio die we nu Frankrijk noemen, zijn immers tussen 225 v.Chr. en 50 v.Chr. door de Romeinen onderworpen, waarna het Latijn de dominante taal van West-Europa werd. Anders dan in het oosten, waar het Grieks, Egyptisch en Aramees overleefden, verdwenen de westerse talen vrijwel geheel. Zodoende kennen we van het antieke vocabulaire maar zo’n duizend woorden. Het weinige bewijsmateriaal bestaat uit:

een klein maar nog groeiend aantal inscripties (zoals het loden plaatje van Rézé), een vrij groot aantal personennamen (Ambiorix, Vercingetorix…), een eveneens vrij groot aantal plaatsnamen (Noviomagus, Lugdunum…), met riviernamen als speciale categorie (Axona, Isara…), Indo-Europese oervormen, kanttekeningen in antieke teksten.

Een voorbeeld van dat laatste is de opmerking van de laatantieke auteur Orosius dat de Gaesatiërs (die ooit de Galliërs op de Povlakte te hulp schoten in een oorlog met Rome) geen stam waren maar een groep huurlingen, wat op zichzelf natuurlijk zomaar een losse claim is, maar wordt bevestigd doordat het woord gaiso “speer” betekent. Het zijn dus speerwerpers.

Deel:
Categoriën: Kelten, Prehistorie

Pytheas

18 mei 2021

Ik wou een blogje schrijven maar het werd niet goed. Een filmpje dus maar: het geestige boek van Barry Cunliffe over Pytheas van Marseille, die in de vierde eeuw v.Chr. naar Britannië kwam, IJsland bezocht en de eerste beschrijving gaf van de Waddenzee.

Deel:
Categoriën: Boek, Kelten, Prehistorie

Skaras of Arar? (1)

28 januari 2021

De Romeinse historicus Livius en zijn Griekse voorganger Polybios stemmen soms woordelijk overeen. Ik heb het voor Hannibals tocht over de Alpen weleens bij elkaar gezet: hier kunt u zien dat ze precies hetzelfde vertellen. Des te leuker zijn natuurlijk de punten waar ze verschillen en concreet denk ik aan een zinnetje uit Polybios (Wereldgeschiedenis 3.49.6) dat overeenkomt met Livius’ Geschiedenis sinds de stichting van de stad 21.31.4. Het gaat om de beschrijving van een eiland tussen de Rhône en de… ja, daar zit dus het probleem. Als u de links naar Polybios en Livius gebruikt, zult u in het Grieks en Latijn Isara lezen, maar dat staat er niet.

De meeste middeleeuwse Polybioshandschriften noemen de tweede rivier Skaras, met als uitzondering een in München bewaarde Byzantijns manuscript dat bekendstaat als de Bavaricus of Monacensis graecus 157. Daar staat Skaros en dat kan alleen een kopiistenfout zijn. Dit handschrift is namelijk een kopie van een verloren voorbeeld dat ook is gebruikt door de klerk die de Vaticanus graecus 1005 vervaardigde, en die noteerde Skaras. Een van de twee kopiisten maakte een overschrijffout en dat zal niet degene zijn geweest die hetzelfde schreef als de andere handschriften. We mogen aannemen dat het Skaras en niet Skaros was wat Polybios schreef.

Deel:

Krijgsolifant

26 december 2020

Het bovenstaande beeldje, tegenwoordig te zien in het Louvre in Parijs, is afkomstig uit Myrina, een havenstadje op het Griekse eiland Lemnos. Een krijgsolifant valt een soldaat aan die we aan de hand van zijn grotendeels naakte lichaam en zijn langwerpige schild kunnen identificeren als een Kelt – denk aan de Stervende Galliër die uit Pergamon.

Het beeldje moet zijn gemaakt door iemand die weleens een olifant had gezien (wat in de Oudheid bepaald niet vanzelfsprekend was). De kleine oren helpen om het dier te identificeren als een Indische olifant uit het Seleukidische leger. Wellicht mogen we een stap verder gaan: het stelt een scène voor uit de Olifantenslag uit 275 v.Chr., waarin de Seleukidische vorst Antiochos I Soter de Galaten versloeg, een groep Kelten die Anatolië was binnengevallen. Hij dankte er zijn bijnaam Soter aan, “de redder”.

Deel:
Categoriën: Hellenisme, Kelten
Nehalennia (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Nehalennia

30 november 2020

Tweeduizend jaar geleden, toen Zeeland nog niet uit verschillende eilanden bestond maar uit één groot veenmoeras dat door hoge duinen tegen de zee werd beschermd, vereerden de inheemse bewoners van dit gebied een godin met de naam Nehalennia. Deze godin is misschien wel de meest bekende godheid van ons voorchristelijke verleden. Waar namen als Wodan en Donar de meeste mensen niet veel zeggen, heeft vrijwel iedereen van Nehalennia gehoord.

Ze is ons bekend door tientallen altaarstenen en votiefbeeldjes die in de afgelopen eeuwen uit de Oosterschelde zijn gevist. De godin wordt op deze stenen monumenten afgebeeld als een plechtstatige op een troon gezeten dame met een fruitmand in haar arm en een huilende hond aan haar zij. De altaarstenen dateren uit de Romeinse tijd en de votiefinschriften op deze stenen zijn dan ook in het Latijn geschreven. Haar naam daarentegen is overduidelijk niet Latijn en moet dus inheems zijn geweest. Uit de inscripties kunnen we opmaken dat Nehalennia door koopmannen en zouthandelaren werd aangeroepen om zeelui en vracht tijdens gevaarlijke reizen te beschermen. Verder is het enige dat we over deze geheimzinnige vrouw weten haar raadselachtige naam die lange tijd elke taalkundige verklaring trotseerde.

Deel:
Marcus Aurelius (Museum Avenches)

Marcus Aurelius

18 november 2020

Het bijgevoegde plaatje toont de gouden buste van de Romeinse keizer Marcus Aurelius, die regeerde van 161 tot 180. Het anderhalve kilo zware voorwerpen is gevonden in Avenches in Zwitserland.

Toen Germaanse plunderaars naderden, heeft iemand de buste bewaard door het in een afwateringskanaal te gooien, maar hij lijkt zelf te zijn gedood tijdens het gevecht, want hij heeft het nooit uit het water gevist. Archeologen hebben het gevonden en ik zag het voorwerp op de Keltenexpositie in Stuttgart. Het portret is indrukwekkend om te zien, maar wonderlijk genoeg liepen de mensen vrij snel langs dit portret.

Deel:
Afrodite (Archeologisch Museum van Zagreb)

Afrodite

11 november 2020

Ik had u al gezegd dat het Archeologisch Museum in Zagreb zo mooi is, dus dat hoef ik hier niet te herhalen, en anders leest u het maar hier. Ook het bovenstaande bronzen beeldje, waarvan ik helaas alleen een onscherpe foto kon maken, is er te zien. Het is gevonden in Konjic en dat alleen al vertelt een verhaal, want dat ligt hartje Bosnië, halverwege Sarajevo en Mostar. De aanwezigheid van dit voorwerp in de hoofdstad van Kroatië herinnert aan de tijd waarin Joegoslavië nog bestond.

Niet minder interessant is wat het voorstelt. Dit is namelijk een inheemse kopie van een van de allerberoemdste beelden uit de Oudheid, de Afrodite van Knidos. Dat beeld is in de vierde eeuw v.Chr. gemaakt door Praxiteles en vormde destijds een schandaal: de Grieken waren gewend aan mannelijk naakt en nu presenteerde de kunstenaar een vrouw zonder kleren. Minstens zo erg was dat de preutsheid alleen maar schijn was. De handen accentueren immers precies die delen van het lichaam die ze lijken te bedekken. Dat is niet alleen een hedendaagse interpretatie, we hebben antieke bronnen die ook de aandacht vestigen op het erotische karakter van dit beeld (zoals). Hieronder heeft u een Romeinse adaptatie van Praxiteles’ beeld.

Deel:
Gereconstrueerde kelder op de Titelberg

De Titelberg (en andere Keltische heuvelforten)

11 november 2020

Niet ver van de stad Luxemburg ligt de Titelberg. Dat is een oud Keltisch heuvelfort, vrijwel zeker de voornaamste nederzetting van de stam van de Treveri. Later zou Augusta Treverorum hun hoofdstad zijn, het huidige Trier.

Laat ik maar eerlijk zijn: de Titelberg viel tegen. Om te beginnen omdat je moet weten hoe je er moet komen (de weg naar het plateau begint aan de zuidelijke kant van de heuvel, niet aan de noordkant). Eenmaal boven staan er op sommige plekken in het bos weliswaar borden met uitstekende uitleg, maar wat er feitelijk valt te zien is een beetje teleurstellend. Op twee plaatsen zijn de ruïnes aanschouwelijk gemaakt, maar ja, dat zijn alleen wat kelders en putten. Een gereconstrueerde boerderij zou leuker zijn geweest.

Deel:
Categoriën: Kelten