Het Meer van Gennesaret

De roeping van de eerste leerlingen (2)

2 mei 2021

Als we kijken naar de tekst die ik zojuist plaatste, valt meteen op dat Lukas het verhaal van Jezus’ roeping van de eerste leerlingen, oorspronkelijk verteld door Marcus, veel sterker aanpast dan Matteüs. Lukas’ versie bevat niet alleen een wonderbaarlijke visvangst extra, maar hij verschuift ook informatie (het slotzinnetje duikt op in een ander hoofdstuk) en past de geografische informatie aan. Ik heb geen idee waarom hij Marcus’ naam “Meer van Galilea” verandert in “Meer van Gennesaret”. Meestal doet Lukas moeite om de topografie duidelijk te zijn voor zijn publiek, dat het land van Israël niet kende, maar dit keer verandert hij de naam van een vrij bekende landstreek in die van een obscuur vissersdorp. Wie een verklaring weet, mag het zeggen.

Vispartij

Dan is er de vispartij. Hier maakt Lukas een buiging naar een van oorsprong niet joods publiek. De heidense wereld kende het concept van de theios anêr, de goddelijke man. Dat is een sterveling met eigenschappen die hem boven de rest van de mensheid uittillen; tot de voorbeelden behoren de Siciliaanse slavenopstandeling Eunus, een Babylonische profeet die beweerde de uitverkorene van Nanaia te zijn, de charismatische wonderdoener Apollonios van Tyana, een filosoof die zich Peregrinus Proteus noemde en een zekere Alexander, die de slangengod Glykon introduceerde. Maar ook vorsten behoorden tot deze categorie. Dit soort mannen – volgens mij altijd mannen – hadden een lijntje met het hogere en verrichtten wonderen waarmee ze heel concreet heil bewerkstelligden. Apollonios kon een schat opsporen, keizer Vespasianus verrichtte genezingen, Jezus zorgde voor wonderbaarlijke visvangsten. Dit was een concept dat heidenen herkenden en waaraan Lukas appelleerde.

Deel:
Categoriën: Christendom, Jodendom
De “Jezusboot” in Ginosar

De roeping van de eerste leerlingen (1)

2 mei 2021

Kijk, het zit zo. Je wil je medemens in nood natuurlijk helpen, en dat geldt ook voor mensen in grote geestelijke nood, maar er zijn grenzen. Pelgrims die betalen om, net zoals de eerste leerlingen van Jezus van Nazaret, netten te mogen uitwerpen in het Meer van Galilea, hebben hun recht op humanitaire hulpverlening verspeeld. Vandaar dat je in Ginosar, het antieke Gennesaret, een scheepswrak kunt bekijken dat al sinds jaar en dag wordt gehypet als de boot van Jezus. Het is niet uit te sluiten dat Jezus het bootje heeft gezien, maar er is een koolstofdatering uit 40 v.Chr. ± 80, zodat er fors meer kans is dat het scheepje al is vergaan voordat Jezus zich vestigde in Kafarnaüm. Kortom: over de rug van mensen die ook echt niet beter verdienen maakt de archeologie, de scheepvaartarcheologie in dit geval, zichzelf weer eens ondergeschikt aan andere doeleinden dan het delen van inzicht.

Omdat dat niets nieuws is, gaan we snel naar het Bijbelverhaal in kwestie, dat gaat over de roeping van de eerste leerlingen. Middenin het origineel, links en rechts leest u hoe Matteüs en Lukas het hebben aangepast. De Nederlandse versie is de Nieuwe Bijbelvertaling.

Deel:
Categoriën: Bron, Christendom, Jodendom
Marcus (miniatuur van de Armeense miniaturist Momik; Noravank)

Het Geheime Evangelie van Marcus

28 april 2021

Als één ontdekking de titel “bizarste oudheidkundige vondst van de twintigste eeuw” moet krijgen, dan is het Geheime evangelie van Marcus een geschikte kandidaat. Deze tekst is uitsluitend bekend als citaat uit een brief van de vroeg-derde-eeuwse filosoof Clemens van Alexandrië aan een verder onbekende Theodoros. Die brief is verloren gegaan maar is in de achttiende eeuw in een Palestijns klooster overgeschreven op de laatste bladzijden van een zeventiende-eeuws boek. Dat is in 1958 gefotografeerd door de Amerikaanse oudheidkundige Morton Smith (1915-1991). Hij publiceerde de vondst in 1973. Het achttiende-eeuwse handschrift is voor het laatst gezien in 1983, toen ook nieuwe foto’s zijn gemaakt. Een poging in 2011 om het boek te traceren was succesvol maar op dat moment ontbraken de beschreven bladzijden. Hierdoor is een analyse van de inkt, die zou kunnen helpen bepalen of de tekst van de brief is geschreven in de achttiende eeuw, niet langer mogelijk.

Marcus in meervoud

De eerste, nog onbeantwoordbare vraag is dus of het achttiende-eeuwse handschrift inderdaad stamt uit die tijd. Als dit zo is, mogen we aannemen dat de brief van Clemens aan Theodoros ook echt is, hoewel het argument niet deugdelijker is dan dat we geen reden kunnen bedenken waarom iemand destijds zo’n vervalsing zou hebben gemaakt. De tweede grote vraag is wat Clemens precies citeert. Rond 200 n.Chr. circuleerden al allerlei teksten die dienden om de evangeliën aan te vullen en het is mogelijk dat Geheime Marcus is geschreven om het echte Evangelie van Marcus uit te breiden met informatie waaraan deze of gene groep christelijke gelovigen behoefte had. Het alternatief is dat het canonieke Marcusevangelie een uittreksel is van Geheime Marcus en dat de tekstvondst dus een van de alleroudste christelijke teksten is. Weer een andere mogelijkheid is dat de twee Marcus-teksten allebei teruggaan op een oudere bron, een Oer-Marcus.

Deel:
Categoriën: Christendom
Christus, met links en rechts van hem vertegenwoordigers van de joodse en heidens christenen (Santa Pudenziana, Rome).

De historische Jezus

25 april 2021

Het is zondag, de dag waarop ik meestal iets blog over het Nieuwe Testament en probeer uit te leggen dat deze kleine bibliotheek, ongeacht de betekenis die ze heeft voor het christendom, ook met vrucht valt te lezen als verzameling joodse teksten. En omdat ik tevens bezig ben met een reeks filmpjes over oudheidkundige boeken, moet het vandaag maar gaan over een boek over de beroemdste jood van allemaal.

Wetenschap en obscurantisme

Al in de achttiende eeuw begreep men dat de Christus van de kerk en de historische Jezus niet dezelfde zijn. Ik blogde lang geleden al eens over de Jefferson-bijbel, een van de geestigste pogingen om het probleem op te lossen. Niet de best-doordachte overigens. Pas de Duitse geleerden die de Tweebronnenhypothese opstelden brachten het onderzoek werkelijk verder: achter de drie eerste evangeliën gingen maar twee bronnen schuil, aangeduid als P en Q. Waarbij P een aanduiding was voor het evangelie van Marcus, die geacht werd een leerling van P(etrus) te zijn, en waarbij Q een uitsprakenverzameling was.

Deel:
Categoriën: Boek, Christendom, Jodendom
Twee snippers van de Dode Zee-rollen met daarop de tekst van Prediker (Jordan Museum, Amman)

Popović over de Dode-Zee-rollen

18 april 2021

Over de Dode-Zee-rollen zijn honderden boeken geschreven in tientallen talen. Het boek dat de Groningse hoogleraar Mladen Popović in 2013 presenteerde bij de expositie in het Drents Museum in Assen is een van de betere. Het biedt geen schijnzekerheden, zoals de “conclusie” dat het zou gaan om de bibliotheek van de sekte van de essenen. Dat is op zich een respectabel idee, ooit door Géza Vermes naar voren gebracht, maar het is zeker niet bewezen.

Deel:
Categoriën: Boek, Christendom, Jodendom

Vroegchristelijke teksten

16 april 2021

Mijn corona-app vertelt me dat ik onlangs een kwartier ben geweest in de nabijheid van iemand met de nare ziekte – ik wens hem of haar beterschap – en dus zit ik even thuis en is er tijd voor nog een filmpje. In de reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast” vertel ik u over Géza Vermes’ boek Christian Beginnings. Ik schreef er al eerder over.

Het laatste boek van de in 2013 overleden grote geleerde leest als een trein. Hier en daar gaat hij wel erg kort door de bocht (en mijn samenvatting van het subordinationisme is dat zeker ook), maar het boekje is een fijne introductie tot de vroegchristelijke literatuur en het filmpje vindt u hieronder.

Deel:
Categoriën: Boek, Christendom, Jodendom
Een papyrus uit Elefantine met een deel van de tekst van de Behistuninscriptie, vertaald in het Aramees (Neues Museum, Berlijn)

Het Aramees: de eerste wereldtaal

14 april 2021

De oudste wereldtaal is het Aramees. Of eigenlijk is het niet één taal, maar een familie van talen. Het aardige is dat het Aramees al drie millennia te volgen is. Aanvankelijk was het de taal van – u raadt het al – de Arameeërs in Syrië, maar later was het de kanselarijtaal van het Perzische Rijk en toen dat ten onder was gegaan, bleef het Aramees in gebruik in het gehele Nabije Oosten. In het Romeinse Rijk en het Parthisch/Sasanidische Rijk ontstonden joodse, samaritaanse en mandese varianten.En ook christelijke, trouwens, die nog altijd worden gesproken in een paar dorpen ten noorden van Damascus. Ik weet niet of dat nog steeds de situatie is want tijdens de Syrische Burgeroorlog is stevig geplunderd in die regio en ik sluit niet uit dat ook de bewoners het hard te verduren hebben gehad. Mogelijk is het Aramees sinds kort geen levende taal meer.

Deel:
Categoriën: Boek, Christendom, Levant
Een vroegchristelijke muurschildering van een avondmaalscène (Callixtus-catacomben, Rome; late tweede eeuw)

Langs elkaar heen praten tot de dood erop volgt (2)

14 april 2021

En dat brengt me op het eigenlijke thema van dit stukje: langs elkaar heen praten. Voor Plinius sloegen de twee christinnen wartaal uit. Ook de kloof tussen Saturninus en de Noordafrikaanse christenen die hij voor zich heeft wordt niet overbrugd. In een nieuw commentaar op deze martelaarsakte gaat Vincent Hunink ervan uit dat de hier ondervraagde christenen met opzet uitspraken doen die de overheidsfunctionaris niet kan begrijpen. Het is in zijn visie moedwil om misverstand te vergroten, omdat deze christenen er gewoon op aansturen de marteldood te mogen ondergaan. Ik ben onder de indruk van de geleerde, zeer informatieve en veelal goed doordachte studie van Hunink, maar op dit punt ben ik het helemaal niet met hem eens. Vervolging is niet het doel van het volgen van Christus, maar een gevolg.

“Als u uw oren kalm te luisteren biedt, vertel ik een mysterie van eenvoud.” Dat zegt de christelijke woordvoerder tegen Saturninus. Het is geen toonbeeld van duidelijke communicatie. Vermoedelijk biedt de christen aan te onthullen wat de christelijke leer is en bedoelt hij dat die gemakkelijk te begrijpen is. Maar zijn woordkeus is verwarrend en Saturninus maakt eruit op dat de christen hem wil inwijden in deze afstotelijke cultus. Dat nuanceverschil hangt samen met wat enerzijds Saturninus onder mysterium verstaat, en met hoe anderzijds de christen het woord begrijpt. In de brieven van Paulus komt de Griekse versie van ditzelfde woord (mysterion) liefst eenentwintig keer voor en dan heeft het voornamelijk te maken met de kernleer van het christendom, een door God voor iedereen onthuld geheim – niet met het inwijden van nieuwelingen.

Deel:
Senatoren (kopie van de Ara Pacis, Vaticaanse Musea, Rome)

Langs elkaar heen praten tot de dood erop volgt (1)

14 april 2021

“Verwerpelijk bijgelovig geraaskal.” In woorden van die strekking typeert Plinius, Romeins provinciebestuurder, in een brief aan keizer Trajanus de uitspraken van twee christelijke vrouwen. Van hun geloofspraktijk en ethische code kan Plinius nog wel iets begrijpen, maar wat het christelijke geloof zelf inhoudt, daar kan deze gezagsdrager niets mee.

We weten dat Plinius’ aanpak van christenen in zijn provincie Bithynië uitmondde in executie, maar kunnen niet nagaan wat de vrouwen tegen Plinius zeiden toen hij ze de duimschroeven aandraaide. Van een soortgelijk verhoor van later in de tweede eeuw is echter wel iets bewaard gebleven in de vorm van een martelaarsakte.

Deel:
Een detail van een “boom van Jesse” uit het Bachkovo-klooster in Bulgarije

Henoch en de voorouders van Jezus

11 april 2021

Ik eindigde het vorige stukje, waarin ik benadrukte dat de evangelist Lukas probeerde de ontstane conflicten tussen de farizeeën en vroegste christenen te verbergen, met de vraag of dat alles bij Jezus’ geslachtslijst niet wat minder eentonig had gekund. Immers, Mattheüs heeft in zijn evangelie heel wat minder namen nodig om hetzelfde punt te maken en drukt zich bovendien een stuk beknopter uit. (Uiteraard zijn beide genealogieën fictief.)

Lukas heeft echter goede redenen om het namenbestand te vergroten: door Jezus van 76 voorouders te voorzien, behoort hij tot de 77e generatie sinds de schepping, en dat is geen toeval. Voor de goede verstaander had Lukas hier verwezen naar een profetie die was opgenomen in het Boek van Henoch. Daar heb ik het al een paar keer over gehad maar ik moet het toch eens netjes introduceren. Bij dezen.

Deel:
Categoriën: Christendom, Jodendom