Interview met Marcel Hulspas

11 februari 2021

Een van de bekendste uitspraken over de profeet Mohammed is die van de Franse geleerde Ernest Renan (1823-1892), die zei dat het ontstaan van de islam niet had plaatsgevonden in het geheim, zoals bij zoveel religies het geval was geweest, maar in het volle licht van de geschiedenis. Voor iemand die geen hoge pet op had van de islam was dat een opmerkelijke uitspraak. Renan nam namelijk voetstoots aan dat de verhalen die moslims over hun profeet vertelden, bedoeld waren om letterlijk te worden genomen. Dat is maar de vraag. De verhaalcultuur was destijds een andere.

Maar er is meer aan de hand. Zo fantastisch goed is de vroege islam helemaal niet gedocumenteerd. De voornaamste bron is het Leven van de Profeet door Ibn Ishaq, geschreven ruim een eeuw na het overlijden van Mohammed. Het boek, in het Nederlands vertaald door Wim Raven, gaat terug op ouder materiaal dat lastig is te authenticeren. We zouden graag wat meer bronnen willen hebben die niet door gelovigen zijn geschreven.

Deel:

Tip voor Valentijnsdag!

6 februari 2021

Ik maak even gebruik van mijn blog om reclame te maken. Als u geen zin hebt in reclame, zapt u gewoon weg en leest u bijvoorbeeld daar verder, even goede vrienden.

Ter zake. Als er iemand is voor wie ik graag reclame maak, is het de classicus Hein van Dolen, van wie ik buitengewoon veel heb geleerd. De reguliere lezers van deze blog zullen hem al wel kennen; in dit filmpje legt hij de Lachmannmethode uit. Hij is ook de auteur van dit leuke kinderboek en van een boek met Byzantijnse keizerinnenbiografieën. Maar bovenal is Van Dolen vertaler en hij hoopt vooral dat de in Nederland en Vlaanderen volstrekt vergeten Byzantijnse literatuur wat bekender wordt.

Deel:
Categoriën: Boek, Bron, Byzantijnse Rijk

De grote volksverhuizingen

3 januari 2021

Momenteel lees ik de Geschichte der Völkerwanderung. Europa, Asien und Afrika vom 3. bis zum 8. Jahrhundert n.Chr., waarin de Duitse oudhistoricus Mischa Meier, een overzicht biedt van wat momenteel bekend is over de Grote Volksverhuizingen. Wellicht heeft Meier niet voldoende te doen aan de universiteit van Tübingen, want het boek telt een lieve 1500 bladzijden: 1100 bladzijden tekst en nog 400 pagina’s noten. Het is fascinerende lectuur want er is geen tegel die Meier niet even optilt om te zien wat er onder zit. En wat hij eronder vandaan haalt is altijd de moeite waard. Er is bijvoorbeeld een even uitvoerige als boeiende beschrijving van wat een “volk” nu eigenlijk is en wat “verhuizing” nog betekent nu duidelijk wordt hoe mobiel mensen in de Oudheid waren.

Het boek is thematisch van opbouw. Na een dikke honderd pagina’s waarin hij uitlegt dat de bronnen niet zomaar geloofd mogen worden en dat archeologie ook niet alles is, was in elk geval deze lezer al totaal onder tafel gebeukt. Ik meende dat we, als het ging over de Grote Volksverhuizingen, toch wel wat zekerheden hadden, maar dat de val van Rome in 410 – zo’n beetje het hoogte/dieptepunt van het tijdvak in kwestie – eigenlijk nauwelijks in de bronnen staat vermeld, had ik me nog nooit zo gerealiseerd. Zeker, oudheidkundigen citeren Hieronymus’ verdrietige uitbarsting en Orosius’ verslag van de plundering, maar eigenlijk stellen die bronnen zoveel niet voor. De ene is geschreven in Betlehem, dus bepaald geen ooggetuigenverslag, en de andere is christelijke propaganda van vele jaren later.

Deel:
Laatantiek schip (Qasr Libya)

De eerste Arabische marine

31 december 2020

In 640 veroverden de Arabieren de Romeinse provincie Egypte, maar in 646 werd Alexandrië alweer terugveroverd door een Romeinse vloot. Die bleef niet zo lang, maar het was een schok te beseffen hoe gemakkelijk het nieuwe Arabische rijk vanuit zee binnen was te vallen. De capabele gouverneur van Syrië, Mu‘āwiya, die later kalief zou worden, overtuigde zijn wat passieve oudoom kalief ‘Uthmān van de noodzaak, een marine op te bouwen. Hij kreeg toestemming en dwong talloze scheepsbouwers in Egypte en Syrië schepen te bouwen. Na drie jaar lag er een vloot van maar liefst zeventienhonderd schepen voor de Syrische kust: ‘de zee was niet meer te zien van de masten’.

Nu moest die vloot natuurlijk uitgeprobeerd worden. Men bracht soldaten aan boord, 12.000 naar men zegt, en voerde in het voorjaar van 649 een overval uit op het nog Romeinse eiland Cyprus. De bewoners daar lieten de soldaten ongehinderd aan land gaan omdat zij dachten dat het Romeinen waren. Ze konden zich blijkbaar niet voorstellen dat er zoiets als een Arabische vloot bestond. De troepen konden gewoon doorlopen naar de hoofdstad Constantia (Grieks Σαλαμίνα, Salamina), niet ver van het huidige Famagusta, die zij bezetten en plunderden. Zeer grote hoeveelheden goud en zilver en talloze slaven en slavinnen werden buitgemaakt. Zo werden de kosten van de vlootbouw er aardig uitgehaald.

Deel:
Categoriën: Arabië, Byzantijnse Rijk
Het enige overgebleven fragment van Darius' Rode-Zee-kanaal-inscriptie (Louvre Parijs)

Medina 642 AD: Gratis graan en geld

19 december 2020

In Medina, de oase waar Mohammed zijn staat had gesticht, woedde in 639 een vreselijke hongersnood. Om te voorkomen dat dit nog eens zou gebeuren organiseerde kalief ‘Umar de aanvoer van graan uit Egypte per schip. In 640 was Egypte voor de Arabieren veroverd door ‘Amr ibn al-‘Ās; Alexandrië iets later. Een van de eerste dingen die hij liet doen was het opknappen van het Bubastiskanaal, dat liep van het huidige Zagazig in de Nijldelta naar het huidige Ismā‘īlīya en dan naar het zuiden door het Krokodillenmeer en de Bittermeren naar Qulzum, ergens bij Suez. Het ging dus om een waterverbinding van de delta naar de Rode Zee. In een verbinding Rode Zee – Middellandse Zee was niemand geïnteresseerd. Alexandrië was immers de zeehaven, en de schepen waren klein genoeg om ook over de Nijl of door een kanaal te varen. En anders werd er een keer verladen; alles was goedkoper dan transport over land.

Deel:
Een Byzantijnse muzikant (Qasr Libya)

Aristainetos

16 december 2020

Wellicht verscheen ze in de zesde eeuw n.Chr., misschien heette de auteur Aristainetos en vrijwel zeker heette de collectie niet Liefdesbrieven. Het enige dat we weten is dat er een laatantieke verzameling fictieve correspondentie bestaat, vervaardigd door een Griekstalige auteur die zich liet inspireren door eerdere auteurs van minnebrieven, door Plato en door de toneelstukken van de Nieuwe Komedie.

Een deel van het literaire plezier zit in het intellectuele spel van verwijzingen en knipogen, maar ook voor wie niet alle dubbele bodems herkent, is er plezier te beleven aan de levendige presentatie. De volgende tekst zal niet helemaal zijn wat een muzikant meemaakte in Constantinopel, maar toont dat de erotische fantasieën in moderne mannenbladen (die u natuurlijk nooit leest) van alle tijden zijn. De vertaling van Brief 1.2 is gemaakt door Hein van Dolen en kan hier worden besteld.

Deel:
Categoriën: Bron, Byzantijnse Rijk
Justinianus en enkele hovelingen (San Vitale, Ravenna)

De duivel in hoogsteigen persoon

15 december 2020

De regering van keizer Justinianus (r.527-565) begon voorspoedig. Generaal Belisarius herstelde het Romeinse gezag over Africa, Sicilië en Italië, er kwam nieuwe wetgeving, en een crisis in Constantinopel kon snel worden bedwongen. De successen konden echter niet aanhouden. Een klimaatramp en een epidemie zorgden voor grote problemen; er was oorlog in het oosten.

Bronnen uit het midden van de zesde eeuw, zoals Jordanes’ dubbele geschiedenis van de Romeinen en de Goten, documenteren de teleurstelling. In deze context zal ook de basis zijn gelegd van de Geheime geschiedenis van Prokopios, die zijn teleurstelling in de keizer ook al documenteerde in de jongere delen van zijn geschiedenis van Justinianus. In de Geheime geschiedenis maakt hij het echter wel heel bont. Hoofdstuk 12 is hier te lezen in de vertaling van Hein van Dolen. Wat betreft het hoofd van Justinianus – zie het vorige stukje.

Deel:
Categoriën: Bron, Byzantijnse Rijk
Justinianus (Venetië)

Het hoofd van Justinianus

15 december 2020

In 1998 was ik voor het eerst in Venetië en uiteraard ging ik naar de San Marco. Ik heb me destijds vergaapt aan de mozaïeken en de paarden, maar heb helaas het Tetrarchenreliëf gemist (het werd gerestaureerd) en heb de bovenstaande buste over het hoofd gezien. Ook bij een tweede bezoek heb ik het portret niet gezien, al kende ik een replica die te beobachten valt in Mainz in het onvolprezen Römisch-Germanisches Zentralmuseum.

Het portret, dat in 1204 uit Constantinopel werd meegenomen toen Kruisvaarders de boel daar plunderden, is gemaakt van porfier, een gesteente dat alleen in Egypte wordt gevonden. Dat maakt de datering simpel: het zal vermoedelijk dateren van vóór de Arabische veroveringen, want daarna nam de export van porfier sterk af. We hebben dus te maken met een vorst die voor pakweg 650 regeerde en inderdaad lijkt de buste op een keizer die we goed kennen: Justinianus.

Deel:
Categoriën: Byzantijnse Rijk

Wat is dit van kalligrafie?

12 december 2020

Voilà, vrienden, help mij eens. Hierboven is een reliëf van de aartsengel Gabriël, afkomstig uit een laatantieke kerk in Antalya en te zien in het enorme archeologische museum in de Turkse stad.

Maar wat heeft hij in de hand? Ik dacht eerst dat het een kalligrafie was met de naam “Allah”. En het is zeker mogelijk dat een gelovige moslim dit reliëf wat heeft aangepast. Alleen zit er dan een spelfout in. Ik heb geen idee wat dit is. De reageerpanelen staan voor u open.

Deel:
Sint-Nikolaas (Notre-Dame, Parijs)

Wie was Nikolaas van Myra? (5)

5 december 2020

Samenvattend zouden we kunnen zeggen dat Nicolaas bisschop is geweest van de havenstad Myra tijdens de regering van Constantijn de Grote. Het is moeilijk in de legenden een historische kern te ontwaren, want veel ervan hebben parallellen in Filostratos’ Leven van Apollonios en behoren dus tot de verhalen die destijds in Turkije werden verteld over elke charismatische, al dan niet christelijke godsdienstleraar. Zonder parallel in die verhalentraditie is de anekdote dat Nikolaas een bisschop een klap heeft uitgedeeld, en dat kan daarom historisch waar zijn.

Er is echter nóg een detail zonder parallel. We vinden het in het verhaal over de drie meisjes. Het verhaal zelf is niet uniek. Ook Apollonios schoot een arme vader te hulp. Er is echter een significant verschil: de motivatie. Filostratos maakt geen woorden vuil aan het lot dat de meisjes van een arme familie wacht. In de Nicolaaslegende wordt daar wel op ingegaan: ze zullen moeten gaan werken in het bordeel.

Deel: