Heraclius bestrijdt de Perzen (Louvre)

Als God de strijd verliest

11 maart 2021

De ‘bekering’ van keizer Constantijn behoort tot de meest ingrijpende gebeurtenissen in de Romeinse geschiedenis. Alle mooie verhalen ten spijt is het duidelijk dat hij deze stap zette niet zozeer vanuit een diepe religieuze overtuiging maar uit politieke berekening. De keuze was een voortzetting van de vernieuwingen (de renovatio) in gang gezet door zijn voorganger Diocletianus, gericht op het versterken van de eenheid en de militaire slagkracht van het rijk. Eenheid van het rijk vereiste in diens ogen eenheid van geloof. Diocletianus schoof daarom Heracles en Jupiter naar voren als rijks-oppergoden, en ook besloot hij om de christenen te vervolgen. Constantijn kwam echter tot de conclusie dat die aanpak de eenheid van het rijk alleen maar bedreigde – en besloot hij uiteindelijk tot een andere aanpak.

Na enige jaren gespeeld te hebben met de verering van één zonnegod, koos hij (nadat hij ook het oostelijk deel van het rijk had verworven) bewust voor het christendom als wapen om het immense rijk bijeen te houden. Een nieuw begin met een nieuwe staatsreligie. Het was het proberen waard.

Deel:

‘Het was haat uit liefde’

26 februari 2021

Als het gaat om de kerstening van het Romeinse rijk (en de ondergang van de klassieke goden) dan hoort daar de naam bij van keizer Constantijn de Grote (r.306-337). Maar hij zette slechts de eerste stappen. Een echte keuze vóór het christendom (en de bijbehorende subsidiëring van de kerk) liet enige tijd op zich wachten. De heidense eredienst werd niet verboden. Dat alles gebeurde eigenlijk pas onder keizer Theodosius (r.379-394).

Hij maakte het vereren van de traditionele goden strafbaar. Toch was er één godsdienst die deze ommezwaai zonder veel kleerscheuren wist te doorstaan, en dat was het jodendom. Die godsdienst was en bleef toegestaan. Christelijke leiders verkondigden weliswaar dat de Joden Christus hadden vermoord en ze deden vaak hun uiterste best om de Jodenhaat onder christenen aan te wakkeren, maar hun succes was beperkt. In de dagelijkse omgang gingen joden en christen veelal vreedzaam met elkaar om.

Deel:

Interview met Marcel Hulspas

11 februari 2021

Een van de bekendste uitspraken over de profeet Mohammed is die van de Franse geleerde Ernest Renan (1823-1892), die zei dat het ontstaan van de islam niet had plaatsgevonden in het geheim, zoals bij zoveel religies het geval was geweest, maar in het volle licht van de geschiedenis. Voor iemand die geen hoge pet op had van de islam was dat een opmerkelijke uitspraak. Renan nam namelijk voetstoots aan dat de verhalen die moslims over hun profeet vertelden, bedoeld waren om letterlijk te worden genomen. Dat is maar de vraag. De verhaalcultuur was destijds een andere.

Maar er is meer aan de hand. Zo fantastisch goed is de vroege islam helemaal niet gedocumenteerd. De voornaamste bron is het Leven van de Profeet door Ibn Ishaq, geschreven ruim een eeuw na het overlijden van Mohammed. Het boek, in het Nederlands vertaald door Wim Raven, gaat terug op ouder materiaal dat lastig is te authenticeren. We zouden graag wat meer bronnen willen hebben die niet door gelovigen zijn geschreven.

Deel:

Tip voor Valentijnsdag!

6 februari 2021

Ik maak even gebruik van mijn blog om reclame te maken. Als u geen zin hebt in reclame, zapt u gewoon weg en leest u bijvoorbeeld daar verder, even goede vrienden.

Ter zake. Als er iemand is voor wie ik graag reclame maak, is het de classicus Hein van Dolen, van wie ik buitengewoon veel heb geleerd. De reguliere lezers van deze blog zullen hem al wel kennen; in dit filmpje legt hij de Lachmannmethode uit. Hij is ook de auteur van dit leuke kinderboek en van een boek met Byzantijnse keizerinnenbiografieën. Maar bovenal is Van Dolen vertaler en hij hoopt vooral dat de in Nederland en Vlaanderen volstrekt vergeten Byzantijnse literatuur wat bekender wordt.

Deel:
Categoriën: Boek, Bron, Byzantijnse Rijk

De grote volksverhuizingen

3 januari 2021

Momenteel lees ik de Geschichte der Völkerwanderung. Europa, Asien und Afrika vom 3. bis zum 8. Jahrhundert n.Chr., waarin de Duitse oudhistoricus Mischa Meier, een overzicht biedt van wat momenteel bekend is over de Grote Volksverhuizingen. Wellicht heeft Meier niet voldoende te doen aan de universiteit van Tübingen, want het boek telt een lieve 1500 bladzijden: 1100 bladzijden tekst en nog 400 pagina’s noten. Het is fascinerende lectuur want er is geen tegel die Meier niet even optilt om te zien wat er onder zit. En wat hij eronder vandaan haalt is altijd de moeite waard. Er is bijvoorbeeld een even uitvoerige als boeiende beschrijving van wat een “volk” nu eigenlijk is en wat “verhuizing” nog betekent nu duidelijk wordt hoe mobiel mensen in de Oudheid waren.

Het boek is thematisch van opbouw. Na een dikke honderd pagina’s waarin hij uitlegt dat de bronnen niet zomaar geloofd mogen worden en dat archeologie ook niet alles is, was in elk geval deze lezer al totaal onder tafel gebeukt. Ik meende dat we, als het ging over de Grote Volksverhuizingen, toch wel wat zekerheden hadden, maar dat de val van Rome in 410 – zo’n beetje het hoogte/dieptepunt van het tijdvak in kwestie – eigenlijk nauwelijks in de bronnen staat vermeld, had ik me nog nooit zo gerealiseerd. Zeker, oudheidkundigen citeren Hieronymus’ verdrietige uitbarsting en Orosius’ verslag van de plundering, maar eigenlijk stellen die bronnen zoveel niet voor. De ene is geschreven in Betlehem, dus bepaald geen ooggetuigenverslag, en de andere is christelijke propaganda van vele jaren later.

Deel:
Laatantiek schip (Qasr Libya)

De eerste Arabische marine

31 december 2020

In 640 veroverden de Arabieren de Romeinse provincie Egypte, maar in 646 werd Alexandrië alweer terugveroverd door een Romeinse vloot. Die bleef niet zo lang, maar het was een schok te beseffen hoe gemakkelijk het nieuwe Arabische rijk vanuit zee binnen was te vallen. De capabele gouverneur van Syrië, Mu‘āwiya, die later kalief zou worden, overtuigde zijn wat passieve oudoom kalief ‘Uthmān van de noodzaak, een marine op te bouwen. Hij kreeg toestemming en dwong talloze scheepsbouwers in Egypte en Syrië schepen te bouwen. Na drie jaar lag er een vloot van maar liefst zeventienhonderd schepen voor de Syrische kust: ‘de zee was niet meer te zien van de masten’.

Nu moest die vloot natuurlijk uitgeprobeerd worden. Men bracht soldaten aan boord, 12.000 naar men zegt, en voerde in het voorjaar van 649 een overval uit op het nog Romeinse eiland Cyprus. De bewoners daar lieten de soldaten ongehinderd aan land gaan omdat zij dachten dat het Romeinen waren. Ze konden zich blijkbaar niet voorstellen dat er zoiets als een Arabische vloot bestond. De troepen konden gewoon doorlopen naar de hoofdstad Constantia (Grieks Σαλαμίνα, Salamina), niet ver van het huidige Famagusta, die zij bezetten en plunderden. Zeer grote hoeveelheden goud en zilver en talloze slaven en slavinnen werden buitgemaakt. Zo werden de kosten van de vlootbouw er aardig uitgehaald.

Deel:
Categoriën: Arabië, Byzantijnse Rijk
Het enige overgebleven fragment van Darius' Rode-Zee-kanaal-inscriptie (Louvre Parijs)

Medina 642 AD: Gratis graan en geld

19 december 2020

In Medina, de oase waar Mohammed zijn staat had gesticht, woedde in 639 een vreselijke hongersnood. Om te voorkomen dat dit nog eens zou gebeuren organiseerde kalief ‘Umar de aanvoer van graan uit Egypte per schip. In 640 was Egypte voor de Arabieren veroverd door ‘Amr ibn al-‘Ās; Alexandrië iets later. Een van de eerste dingen die hij liet doen was het opknappen van het Bubastiskanaal, dat liep van het huidige Zagazig in de Nijldelta naar het huidige Ismā‘īlīya en dan naar het zuiden door het Krokodillenmeer en de Bittermeren naar Qulzum, ergens bij Suez. Het ging dus om een waterverbinding van de delta naar de Rode Zee. In een verbinding Rode Zee – Middellandse Zee was niemand geïnteresseerd. Alexandrië was immers de zeehaven, en de schepen waren klein genoeg om ook over de Nijl of door een kanaal te varen. En anders werd er een keer verladen; alles was goedkoper dan transport over land.

Deel: