Boeddhisme 4: het achtvoudige pad

Boedhaportret uit Fayaz Tepe (Nationaal Museum van Oezbekistan, Tasjkent)
12 mei 2021

Het Boeddhisme was vanaf ongeveer 400 BCE tot circa 700 CE de leidende godsdienst en filosofie van de toenmalige rijken in het huidige Afghanistan, Pakistan, Nepal en India. Daarna werd het verdrongen en overvleugeld door de oplevende hindoeïstische religies in hun moderne vormen en de islam. Het boeddhisme kon zich echter handhaven via China en werd een filosofie van het verre oosten. Maar daarvoor had het ook zijn invloed op de westerse wereld van de oudheid. In de filosofie beïnvloedde het boeddhisme denkers als Hegesias en Pyrrho wellicht zelfs rechtstreeks, en het opkomende christendom en andere religies en filosofieën waarschijnlijk indirect. Ook zijn er Hellenistisch-Boeddhistische rijken geweest. Alle reden om in deze serie de filosofie van het boeddhisme te bekijken. Het eerste deel is hier. (NB: de (meta)fysica van Boeddha is al eerder hier behandeld en blijft in deze serie daarom minder belicht.)

Het eerste pad dat de boeddhist bewandelt, is het pad van het inzicht in de werking van het lijden. De boeddhist leert te begrijpen wat lijden is, en vervolgens hoe het kan worden opgeheven. Dit is het inzicht in de eerder genoemde ‘vier waarheden’.

Het tweede pad is het nastreven van de juiste gedachten en bedoelingen: de boeddhist is onzelfzuchtig, liefdevol, vriendelijk, geweldloos en harmonieus, en heeft mededogen.

Het derde pad is het pad van het juiste spreken. De boeddhist liegt niet, lastert niet, vloekt niet, en hij loopt over het algemeen niet slap te leuteren. Hij kiest zijn woorden met zorg.

Het vierde pad is het pad van het juiste handelen. Niet doden en niet stelen uiteraard. Daarbij laat de boeddhist zijn aandacht niet afleiden van zichzelf door misbruik van zintuiglijke genoegens. In andere woorden, een ware boeddhist zal zich dus niet verliezen in vreet- en zuippartijen en liederlijke orgieën.

Dat betekent niet noodzakelijkerwijs dat boeddhisten zich zoveel mogelijk moeten onthouden van de geneugten des levens. Het met geweld onderdrukken van natuurlijke behoeften leidt alleen maar tot ellende. Wie zich traint door het achtvoudige pad te volgen, zal echter merken dat zijn behoeften vanzelf veranderen. Als de boeddhist zijn bestemming vindt, worden eten, drinken en seksualiteit niet zomaar consumptieve activiteiten, maar deel van de spirituele beleving. Hij is niet langer gericht op wat hij wil, maar op wat hij nodig heeft. Vaak zijn dit heel verschillende dingen, want wat een mens nodig heeft, is uiteindelijk niet veel. Om gelukkig te zijn heeft een boeddhist aan eenvoud genoeg. Lichamelijke uitspattingen zitten hem vooral in de weg.

Het vijfde pad is het pad van het juiste leven en levensonderhoud: de boeddhist gaat niet naar hoeren, gebruikt geen drugs en heeft geen wapens. Verder eet hij geen vlees, en hij heeft ook geen slaven. Handel drijven in al die zaken doet hij ook niet, en hij koopt ook niet van handelaren die op hun beurt gebruikmaken van al die slechte zaken. En daarbij accepteert hij geen producten van grondstoffen die gewonnen zijn met behulp van het doden van dieren of het onderdrukken van mensen. Dit is in onze samenleving trouwens nog een hele opgave.

Het zesde pad is het pad van de juiste inspanning. Want het volgen van dat tweede, derde en vierde pad – van de juiste gedachten, woorden en handelingen – vergt nogal wat training. De boeddhist streeft naar het hebben van positieve gedachten, en wekt die zodoende bij zichzelf op. Hij vermijdt heilloze ondernemingen … en hij probeert zich te onthouden van negatieve en zelfzuchtige gedachten.

Het zevende pad is het pad van het bewustzijn. De boeddhist probeert zich volledig bewust te worden van alle aspecten van zijn lichaam, van zijn gevoelens, van de inhoud van zijn gedachten en dat wat de boeddhist ‘de mentale objecten’ noemt.

De mentale objecten zijn de manieren waarop zijn geest werkt. Mentale hindernissen, zoals verlangen, kwade wil, luiheid, rusteloosheid of angst. Gevaarlijke neigingen, in het bijzonder als het gaat om gehecht raken aan gewaarwordingen en materiële zaken. De zintuigen en de geest, en de geestestoestanden die de boeddhist kunnen helpen: vreugde, kalmte, concentratie, energie en gelijkmoedigheid.

Het achtste pad is het pad van de wijsheid die bereikt wordt door zich te verdiepen in de boeddhistische traditie en andermans wijsheid. Deze wijsheid groeit ook als gevolg van eigen ervaringen: zowel uiterlijke ervaringen als zelfinzicht. Dat laatste wordt vooral bereikt door meditatie, waarin de staat van hyperbewustzijn wordt geoefend.

Over de lichamelijke mens neemt het boeddhisme een bijzonder nuchter standpunt in. Het lichaam wordt in boeddhistische geschriften omschreven als een zak beenderen en vlees, met een gat van voren voor het eten en een gat van achteren voor de verwerkte producten. Meer niet.

Dit lezende zul je misschien begrijpen dat al die paden niet op zichzelf staan, maar elkaar kunnen versterken. Wie zich bewust wordt van zijn gedachten (het zevende pad), kan ook negatieve gedachten vermijden (het tweede pad). Enzovoort. Over elk pad zijn hele boeken vol geschreven. Omdat Boeddha zijn oorspronkelijke leer mondeling verspreidde, is deze samengevat in overzichtelijke rijtjes van termen. Deze rijtjes kan de boeddhist gemakkelijk uit zijn hoofd leren, en voor zichzelf telkens aflopen.

Je herkent de rijtjes wellicht in het verhaal hierboven. De vier waarheden, de drie juwelen en het achtvoudige pad zijn rijtjes die ik letterlijk heb genoemd. Maar zo kan je bijvoorbeeld ook de vier aspecten van het bewustzijn herkennen in het zevende pad. En de laatste daarvan, de mentale objecten, vallen uiteen in een aantal groepen aspecten, waarvan er één de groep van de zintuigen is, welke weer opgedeeld wordt in een rijtje van zes zintuigen (ja, het boeddhisme onderscheidt er zes).

Ik ben lang niet alle rijtjes afgegaan. Voor ons is het voldoende te weten dat iedere spaak in het rad is opgedeeld in rijen van begrippen, die op hun beurt vaak weer zijn ingedeeld in meer rijtjes van begrippen, die precies moeten aangeven waar de Boeddha op doelt, en waar iemand die de boeddhistische leer volgt zijn aandacht naar zou moeten laten gaan.

[Morgen meer. Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek De wereld vóór God, waarin de filosofische stromingen van de oudheid, van China tot Rome, voor de leek zeer laagdrempelig maar toch vrij uitgebreid wordt uitgelegd. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
Boeddhisme 6: een oosterse filosofie

Het Boeddhisme was vanaf ongeveer 400 BCE tot circa 700 CE de leidende godsdienst en filosofie van de toenmalige rijken Read more

Boeddhisme 5: een religie zonder God

Het Boeddhisme was vanaf ongeveer 400 BCE tot circa 700 CE de leidende godsdienst en filosofie van de toenmalige rijken Read more

Boeddhisme 3: de leer van Boeddha

Het Boeddhisme was vanaf ongeveer 400 BCE tot circa 700 CE de leidende godsdienst en filosofie van de toenmalige rijken Read more

Boeddhisme 2: Boeddha en de Indiase filosofie

Het Boeddhisme was vanaf ongeveer 400 BCE tot circa 700 CE de leidende godsdienst en filosofie van de toenmalige rijken Read more


Categoriën: Indus-beschaving