Besnijdenis des Heren

1 januari 2021

Dat Jezus een Jood was, zal geen weldenkend mens ter discussie stellen. Lukas, wiens evangelie ik de laatste tijd aan het becommentariëren ben, vermeldt dat de baby op de achtste dag door de besnijdenis werd opgenomen in het Verbondsvolk en de naam Jezus kreeg (Lukas 2.21). Het is onmogelijk het belang van deze passage te overschatten. “Wie niet op de achtste dag wordt besneden, is geen kind van het Verbond dat de Heer sloot met Abraham,” lezen we in Jubileeën, “maar behoort tot de kinderen der vernietiging.” De auteur is er overigens ook zeker van dat de engelen besneden waren geschapen.

Het belang van de besnijdenis stond niet ter discussie, maar de rabbijnse literatuur kent wel wat discussie over detailkwesties, waarvan sommige voorspelbaar zijn: mag je bijvoorbeeld een baby besnijden op de sabbat? Ondanks deze kwesties stond niet ter discussie dat, althans voor mannelijke Joden, de besnijdenis de duidelijkste scheidslijn was tussen enerzijds het Verbondsvolk en anderzijds de Grieken en Romeinen. Uit de Griekse en Latijnse bronnen weten we dat de andere bewoners van het Middellandse-Zee-gebied de besnijdenis ook herkenden als een Joodse gewoonte. Lukas presenteert Jezus dus, voor iedereen begrijpelijk, als Jood.

In de kerkelijke kalender wordt Jezus’ geboorte gevierd op 25 december – ongeacht of deze datum feitelijk correct is – en dus is Jezus’ besnijdenis op 1 januari. Diverse kerken vieren dit als “besnijdenis des heren”. Je kunt en mag de draak steken met de ik meen twintig voorhuiden die her en der in Europa worden bewaard, maar het heeft mij altijd getroffen als sympathiek dat christenen op de eerste dag van het jaar benadrukken dat ze de broers zijn van de joden. Sympathieker althans als de vervloekingen die ook deel uitmaken van de christelijke traditie.

De tekst van het Lukasevangelie gaat naadloos over op twee verdere ceremonies, die niet minder joods zijn:

Toen de tijd was aangebroken dat ze zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze hem naar Jeruzalem om hem aan de Heer aan te bieden, zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: ‘Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.’

De eerste ceremonie, beschreven in Leviticus 12, verwijst naar de reinigingsperiode die moet verstrijken voordat een jonge moeder weer naar de tempel mag gaan. Die periode wordt met een offer afgerond: voor rijke mensen een ram en voor arme mensen twee duiven. Let op: de familie van Maria hecht er dus aan dat ze deel kan nemen aan de tempelcultus. Dat zal zeker niet voor elke joodse familie zo zijn geweest. We zien hier – niet voor het eerst – dat Jezus uit een milieu stamde waarin religie serieus werd genomen.

De passage is overigens curieus. Het ritueel is er voor Maria maar er staat dat “ze” zich ritueel rein moesten laten verklaren. Het lijkt erop dat Lukas de pointe niet helemaal heeft begrepen.

Toen ze toch in Jeruzalem waren, namen Jezus’ ouders de gelegenheid te baat voor een andere ceremonie: de wijding van de eerstgeboren zoon aan God, zoals bedoeld in Exodus 13. Een eerstelingenoffer dus. Ouders konden hun kind “terugkopen” voor een tarief van vijf sjekel (Numeri 18.15-16) – en dus niet voor een koppel duiven, want dat was het armeluistarief voor de reiniging van Maria. Opnieuw lijkt Lukas niet helemaal te begrijpen wat hij beschrijft.

En dat is wat het interessant maakt. Iemand die niet schrijft voor een joods publiek en zelf ook niet alles precies begrijpt, legt er enorm de nadruk op dat Jezus behoorde tot het Verbondsvolk. Dat is een belangrijk punt. In de late eerste eeuw, toen Lukas schreef, gingen de christenen en de rabbijnse joden steeds verder uit elkaar. Zie bijvoorbeeld de evangeliën van Mattheüs en Johannes en de Brief van Barnabas. De auteur van het Lukasevangelie was niet van plan daarin mee te gaan.

Dat wil niet zeggen dat Lukas de niet-joodse christenen vergeet. Na zijn beschrijving van de ceremonieën presenteert hij Simeon: “een rechtvaardig en vroom man, die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken”. In zijn mond legt Lukas de tekst die bekendstaat als het Nunc dimittis: het laatste van de vier gezangen waarmee het Lukasevangelie opent (de andere zijn het lied van Zacharia, het lied van Maria en het lied van de engelen). De strekking is dat nu alle volken gered zullen worden en dat dit heil Israël tot eer strekt. Een oude profetes, Hanna, bevestigt dit.

Simeon heeft echter nog een laatste opmerking:

Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden.

Welbeschouwd tactloos om te zeggen tegen een jonge moeder – Maria zal hooguit vijftien zijn geweest – maar Lukas kijkt al richting Golgota.

[Het bericht Besnijdenis des Heren verscheen oorspronkelijk op Mainzer Beobachter.]

Deel dit blog:
De messiaanse maaltijd

De eindtijd, zoals afgebeeld in het Bachkovo-klooster. De drie aartsvaders zitten links. In deze reeks, waarin ik het Nieuwe Testament Read more

Het Onze Vader (3)

Reliëf met iemand in gebed (Makthar) Ik had vorige week een beginnetje gemaakt met het Onze Vader, een onderdeel van Read more

Het Onze Vader (2)

Dagelijks brood (Ezinge) In de Bergrede, zoals bekend door de auteur van het Matteüsevangelie samengesteld uit Q-materiaal en dus per Read more

Geen plaats in de herberg

Het is bijna kerstmis. Het is zinvol in mijn reeks over het Nieuwe Testament een beroemde passage uit het Evangelie Read more


Categoriën: Christendom, Jodendom