Hoogbejaard

28 november 2020

Bovenstaande inscriptie komt uit de negentiende-eeuwse Voyage archéologique dans la Régence de Tunis (Tome 1), het reisverslag van de rondreizende archeoloog Victor Guérin. Deze inscriptie is aangetroffen in de buurt van het voorlopig nog onvindbare monument van Lucius voor zijn overleden geliefde Urbanilla en wel in Ksour Sidi Aïch (Tunesië). Afgaande op de beschrijving van het monument en het omringende landschap, denk ik zelf dat de inscriptie op één van de twee torens moet staan die vroeger op Panoramio zichtbaar waren.

Deel:
Vindolanda-tablet 291 (©Wikimedia Commons | User Fæ)

Verjaardagsfeestje

23 november 2020

Vindolanda was een Romeins legerkamp (castra) bij de muur van Hadrianus (Engeland). Oorspronkelijk bestond het kampement uit houten gebouwen (de eerste versie stamt uit ca. 85), maar in de tweede eeuw werd het fort verstevigd tot een permanente nederzetting met stenen gebouwen. Naast het kamp ontstond een dorp met allerlei voorzieningen, waaronder een badhuis en een hotel (mansio), en uit inscripties blijkt dat dit deze nederzetting een eigen bestuur had en Vindolanda heette (geen Latijnse naam).

Omstreeks het jaar 100 -de muur van Hadrianus was toen nog niet gebouwd en ook van het dorp was nog geen sprake- werd het fort bewoond door ongeveer 1000 Bataafse huurlingen onder het bevel van de prefect Flavius Cerealis. In de resten van zijn hoofdkwartier (praetorium) werd in 1973 een grote hoeveelheid schrijfplankjes gevonden, die handgeschreven correspondentie bevatte. Hierdoor weten we veel van het dagelijkse leven in het kamp. De Vindolanda tabletten behandelen militaire en administratieve zaken, maar ook persoonlijke correspondentie.

Deel:
Wijding aan Hludana (Fries Museum, Leeuwarden)

Hludana

22 november 2020

De naam Hludana is misschien verwant met de Germaanse onderwereldgodin Holda of Hulda, die we nog kennen uit het sprookje van Vrouw Holle. Er zijn vijf inscripties gevonden die gericht zijn aan de godin Hludana. Ze zijn afkomstig uit het gebied rond de Rijn en dateren uit de tweede eeuw.

Wij-inscriptie, gevonden in Beetgum

De bovenstaande is te zien in het Fries Museum in Leeuwarden.

Deel:
Inscriptie uit Lascuta (Louvre, Parijs)

Vrijgelaten slaven

21 november 2020

Een klein, bronzen plaatje dat in de buurt van Cádiz uit de grond kwam, wordt gezien als de oudste Latijnse inscriptie van Spanje. De inscriptie stamt uit 189 v. Chr, toen Lucius Aemilius Paulus praetor was in de Romeinse provincie Hispania. Hij was de zoon van de gelijknamige consul die omkwam bij de slag bij Cannae tegen Hannibal in de Tweede Punische oorlog tussen Rome en Carthago. In die tijd was een groot deel van Hispania nog in handen van de Carthagers. Aemilius junior zal dus zijn redenen hebben gehad om juist dit gebied goed onder controle te houden.

Romeinse geschiedschrijvers melden dat er veel opstanden waren. Spanje was verdeeld in verschillende stammen, die niet allemaal zaten te wachten op de Romeinse cultuur en gewoontes. Romeinse legerkampen werden regelmatig belaagd. Livius meldt dat Aemilius het aan de stok kreeg met de Lusitaniërs. Onderstaande inscriptie kan hiermee in verband staan. Misschien heeft Aemilius de stad Hasta Regia belegerd en een opstand van slaven gestimuleerd met Romeins burgerschap in het vooruitzicht? De ware toedracht blijft onduidelijk, maar de inscriptie had zo een inspiratiebron kunnen zijn voor een aflevering van Game of Thrones.

Deel:

Lex Spoletina

20 november 2020

In de provincie Umbrië zijn in de negentiende eeuw twee inscripties gevonden die nagenoeg hetzelfde zijn. Ze waren geplaatst in of bij de entree van een lucus, een stuk bos dat aan een god gewijd was. De inscriptie, ook wel bekend als Lex Spoletina, is voor Romeinse begrippen oud: waarschijnlijk is de steen geplaatst rond 241 v. Chr., toen het gebied een Romeinse kolonie werd. De tekst is Oudlatijn.

Onderstaande inscriptie bevindt zich nu in het archeologisch museum Sant’Agata in Spoleto, maar een kopie ervan is nog altijd te vinden in het bos.

Deel:
Etruskische dansers in het Graf van het Triclinium (Tarquinia)

De Akkerbroeders

20 november 2020

De volgende inscriptie is opgetekend in de derde eeuw na Christus, maar de Oudlatijnse tekst was zo onbegrijpelijk, dat de laaggeletterde steenhouwer waarschijnlijk geen idee had wat hij aan het beitelen was (tekstvariaties als pleores/ pleoris en semunis/ simunis vallen te verklaren als overschrijffouten). De tekst, een gezang of gebed, behoort misschien wel tot de oudste Latijnse teksten die ons zijn overgeleverd.

Hoewel het gebed kennelijk in de late oudheid nog werd opgezegd, moet de inhoud ervan voor een derde-eeuwse Romein geklonken hebben zoals wij de woorden van het Oudhollandse volkslied ‘Vier weverkens zag men ter botermarkt gaan’ ervaren. Het klinkt bekend, maar wat er precies mee bedoeld wordt, is even puzzelen. Het lied werd gezongen door de Fratres Arvales oftewel ‘de Akkerbroeders’, een groep van twaalf priesters, die volgens de legende ontstaan was in de tijd van Romulus en de beginjaren van de stad Rome. Ieder jaar, in mei, organiseerden de broeders een offerfestival ter ere van Dea Dia (een Romeinse variant van Demeter) om vruchtbaarheid over de geploegde akkers af te roepen. Dit lied werd waarschijnlijk gebruikt in de processie.

Deel: