Koolstofdatering: Kalibratie

12 november 2020

Het principe van de koolstofdatering mag dan simpel zijn en correctie voor de halfwaardetijd eveneens, er is een fundamenteler probleem: het gehalte koolstof-14 in de atmosfeer is niet constant. Het heeft door de eeuwen heen gevarieerd. En die variatie, veroorzaakt door de stormen van deeltjes die supernova’s op ons zonnestelsel afvuren, is niet regelmatig geweest. Dit valt niet simpel om te rekenen. Het jaarringenonderzoek maakte het echter mogelijk dit op te lossen.

Door simpel terug te tellen kun je van een jaarring bepalen uit welk jaar hij stamt. Iedereen heeft het als kind weleens gedaan. Je kunt nu van het hout van die jaarring meten hoeveel koolstof-14 erin zit. Dit onderzoek is aangevuld met andere studies naar fenomenen met een jaarcyclus, zoals de jaarringen in koraal (kalk), ijskernen uit de poolgebieden en zogeheten “varven” uit meersedimenten. Dankzij dit onderzoek, dat nog volop plaatsvindt en leidt tot steeds verfijndere resultaten, hebben we nu een grafiek die voor de afgelopen 46.000 jaar laat zien hoe de werkelijke (kalender)datering afwijkt van de (gemeten) koolstofdatering. Dit is de roemruchte kalibratiecurve.

Deel:
De ouderdom van de Artemidorospapyrus

Koolstofdatering: Halfwaardetijd

12 november 2020

Wie een monster wil dateren, kan de hoeveelheid overgebleven koolstof-14 op verschillende manieren meten. Na een voorbewerking zijn er ruwweg twee methoden: je hangt er een geigerteller bij of je gooit het hele monster door wat bekendstaat als een accellerator mass spectrometer (AMS).

De geigerteller telt gedurende een bepaalde periode het aantal vervallende radioactieve atomen. Aan de hand daarvan kan statistisch worden bepaald hoeveel er nog aan koolstof-14 in zit. Hoe ouder het monster, hoe langer de meetperiode om tot een betrouwbare uitkomst te komen. Je moet dus van te voren al een idee hebben hoe oud je monster ongeveer is, anders kun je de meetduur niet bepalen. Die kan bij heel oude monsters weken duren.

Deel:
Koolstofdatering uitgelegd (Universiteitsmuseum, Groningen)

Koolstofdatering: Het principe

12 november 2020

De ontwikkeling van de koolstofdateringstechniek is een van de belangrijkste doorbraken geweest in de oudheidkunde. Tot de jaren veertig waren vrijwel alle archeologische dateringen namelijk gebaseerd op aardewerk, waarvan de ouderdom op zijn beurt weer was gebaseerd op teksten, zoals de koningslijsten van Egypte en Mesopotamië of de lijst van Siciliaanse stadsstichtingen van Thoukydides. Dit was de methode van Montelius.

Koolstofdateringen veranderden dat. Voortaan konden archeologen zonder teksten vaststellen hoe oud iets was. En dat, lieve kijkbuiskinderen, veranderde de discipline zélf: van een vak dat afhankelijk was van de filologische vakgebieden emancipeerde het tot een zelfstandig vak. De discipline veranderde – net als de historische taalkunde – van een kunsthistorische geesteswetenschap in een harde science, wat overigens niet wil zeggen dat er geen enkele onzekerheid is. Integendeel. In elk geval: er was sprake van een échte wetenschappelijke innovatie en niet van zo’n flauwe aanpassing van de positieve heuristiek die sinds de jaren tachtig aan de universiteit moet doorgaan voor innovatie.

Deel:

Kinderspel

2 november 2020

Ik ben – zoals u weet – provinciaal Romeins archeoloog, maar soms kan ik me enorm interesseren in het Paleolithicum. Gewone mensen zeggen daar ‘oude steentijd’ tegen. Het is de periode van de vroege Hominiden (oud Paleo), de Neanderthalers (midden Paleo) en de opkomst van onszelf (jong Paleo).

Als ik het tenminste goed heb, want ik ben beslist geen steentijd-specialist, om niet te zeggen dat ik er bijna niets van weet, behalve dan de indeling, maar die is bij archeologen bijna altijd in drieën: vroeg-midden-laat of oud-midden-jong. Nu kunt u het ook.

Deel:
Categoriën: Prehistorie