Vingerwijzing

3 mei 2021

Wie ondanks corona toch in de Musei Capitolini in Rome zou komen, kan er de bronzen hand van keizer Constantijn uit circa 330 ietwat vollediger zien dan anders. Dankzij een stuk vinger uit het Louvre. Wat ooit als een deel van een teen werd gezien door iemand die weinig van anatomie wist en dus een zware vingerwijzing verdient, zijn eigenlijk de twee bovenste kootjes van een wijsvinger. Drie jaar geleden onderzocht een alerte dame aan de Seine antieke bronstechnieken en dacht bij die halve vinger aan de restanten van een reusachtig bronzen beeld in de Capitolijnse Musea (kop, linkerhand en globe – foto infra). Een ernstige vingerwijzing was de breuklijn in het brons. 3D deed de rest en dus vloog de vinger naar de Tiber voor een gelegenheidstentoonstelling. Je kan maar hopen dat die vinger nadien niet meer in een Parijse doos verdwijnt. Dan zet Constantijn misschien een vriendelijker tronie op.

[oorspronkelijk op de eigen blog van Patrick Lateur]

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk

Wereldboekendag in het Latijn

23 april 2021

Gaudes carminibus; carmina possumus donare et pretium dicere muneri. Jij houdt van een gedicht en een gedicht kan ik geven en ook de waarde van zo’n geschenk ken ik. (Horatius, Oden IV.8.11-12 – Schrijvers)

At tu Romano lepidos sale tinge libellos: adgnoscat mores vita legatque suos. Jij moet als dichter van Rome je boeken met geestigheid kruiden opdat het leven zichzelf leest en al lezend herkent. (Martialis, Epigrammen VIII.3.19-20 – Van Dooren)

Deel:
Categoriën: Boek

De klassieken verdacht?

22 april 2021

In De Groene Amsterdammer van 14 april een vrij gezond stuk over het lezen van Ovidius in het #MeToo-tijdperk. Casper Luckerhof besluit zo:

Het moet klaar zijn met die eerbiedwaardige lezingen die het onmogelijk maken om fundamentele discussies te voeren. Alleen zo kunnen we de klassieke oudheid inclusiever maken.

Deel:
Categoriën: Algemeen

Vuurbergen

31 maart 2021

Op IJsland braakt de Fagradalsfjall almaar vuur, de Etna op Sicilië is even aan rust toe. Vanmorgen bots ik in Aischylos’ Prometheus geboeid op deze verzen over het monster Tyfos, geplet onder de Etna, gestraft door Zeus:

καὶ νῦν ἀχρεῖον καὶ παράορον δέμας κεῖται στενωποῦ πλησίον θαλασσίου ἰπούμενος ῥίζαισιν Αἰτναίαις ὕπο· κορυφαῖς δ᾽ ἐν ἄκραις ἥμενος μυδροκτυπεῖ Ἥφαιστος, ἔνθεν ἐκραγήσονταί ποτε ποταμοὶ πυρὸς δάπτοντες ἀγρίαις γνάθοις τῆς καλλικάρπου Σικελίας λευροὺς γύας· (363-369)

Deel:
Categoriën: Italië

Waanzinnig fluoriet

27 maart 2021

Gisteren stond ik in Tongeren oog in oog met de Romeinen. Heerlijke tentoonstelling. Naast de verzameling uit het British Museum zag ik er trouwens ook voor het eerst een uitzonderlijk stuk dat een paar jaar geleden opdook uit de Tongerse ondergrond.

Ik keek mijn ogen uit op een drinkbeker in fluoriet, een mineraal uit Iran. Naar het schijnt zijn er slechts twee bewaard. Het GRM stelt hem voor als de ‘Beker van 1 miljoen’, geïnspireerd door wat Plinius Maior in Naturalis historia XXXVII.20 over Nero vermeldt. Hij kocht er zich eentje voor een miljoen sestertiën: ‘memoranda res tanti imperatorem patremque patriae bibisse – een gedenkwaardige zaak, dat een keizer en vader des vaderlands zo duur heeft gedronken.’

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk

Aeschyleïsch trio

18 maart 2021

Eergisteren kwam de Aischylos van Burgersdijk aankloppen. Een klepper van een boek dat in een Roeselaars antiquariaat wellicht jarenlang lag te wachten op een koper. Leendert Alexander Johannes, een natuurkundige nota bene én vertaler van Shakespeare, was de eerste die de volledige Aischylos bracht. In 1880 verscheen zijn Prometheus in De Gids, de zeven stukken én de complete Sofokles werden na zijn dood door zoon Burgersdijk in 1903 uitgegeven. In datzelfde jaar publiceerde Pieter Cornelis Boutens in Haarlem bij Enschedé zijn Agamemnon, die in 1947 met de andere stukken van Aischylos werd gebundeld als vierde deel van zijn Verzamelde Werken. Zowat een decennium later bracht Emiel De Waele de Agamemnon als nummer 117 in de Klassieke Galerij van De Nederlandsche Boekhandel, andere stukken volgden en in 1975 verscheen zijn Aeschylosvertaling in één boekdeel. Homeros werd in ons taalgebied vanaf de zestiende eeuw meermaals vertaald. Aischylos moet zich tevreden stellen met drie vertalingen gespreid over de twintigste eeuw. Bij leven en welzijn zou ik daar graag iets aan doen en van dat trio een kwartet maken. Ik ondertekende vorige week een contract met Athenaeum-Polak & Van Gennep.

[Verscheen oorspronkelijk op de blog van Patrick Lateur]

Deel:
Categoriën: Griekenland
Bronzen van Riace, midden 5de eeuw v.C. (© Museo Archeologico Nazionale, Reggio Calabria)

Zeven tegen Thebe

10 maart 2021

Deze week leg ik in mijn Aischylostraject zowat de laatste hand aan de vertaling van Zeven tegen Thebe, waarin Polyneikes met zes aanvoerders oprukt tegen het Thebe van zijn broer Eteokles. Meer lees- dan speelstuk. Maar aangrijpend door het broederdrama. Terwijl hier binnenskamers de zeven aanvoerders de muren van Thebe belegerden, overleed eind vorige week in Rome de man die twee van de zeven herkende in de beroemde bronzen van Riace. De beelden doken 50 jaar geleden op voor de kust van Calabrië en zijn te zien in het museum van Reggio di Calabria. De hypothese van archeoloog Paolo Moreno blijkt toonaangevend. Hij herkende Tydeus, het jong geweld met veel lawaai, en Amfiaraos, de oude wijze waarzegger die zijn eigen dood voorspelt. De beelden zouden in Argos zijn gemaakt, de jonge Tydeus door Ageladas van Argos en de oude Amfiaraos door Alkamenes van Lemnos. Namedropping? Zo’n verband tussen beeld en woord geeft mijn huiswerk een heel aparte dimensie. Jaren geleden stond ik in Reggio voor die twee heren en wist toen niet dat zij nog op mijn bureau zouden belanden.

[Oorspronkelijk op de eigen blog van Patrick Lateur.]

Deel:
Categoriën: Nog te categoriseren

Alexandermozaïek

5 maart 2021

Ik lees dat in Napels het beroemde Alexandermozaïek gerestaureerd wordt. Twee miljoen steentjes op achttien vierkante meter, een momentopname in de Slag bij Issos (Anatolië), november 333 v.C. Zowat twee eeuwen later werd in Pompeji het mozaïek gelegd in het Huis van de Faun. En mocht men dus met slepende voeten achteloos over de Macedoniër en de Pers schuiven. Alexander de Grote versus Darius III, ruiter versus strijdwagen, furie versus angst. Telkens ik in het Nationaal Archeologisch Museum voor het slagveld stond, was ik verwonderd dat in die linkerhelft met zoveel lacunes uitgerekend het gezicht van Alexander bewaard bleef. En dat de verliezende Pers dominanter voorgesteld werd dan de winnaar. En dat Bucephalus naar mij keek. Wie zijn ogen over het mozaïek laat glijden merkt veel op. Merkwaardig vond ik altijd die kale boom op de achtergrond rechts van Alexander. Men zou op grond van die ‘Albero secco’, die Marco Polo vermeldt in Il Milione XXX, de slag hebben gelocaliseerd. Potentialis. Maar dàt zo’n dorre boom daar stond, moet voor Darius een slecht voorteken zijn geweest.

[Oorspronkelijk op de blog van Patrick Lateur]

Deel:
Categoriën: Macedonië, Musea

Amanda Gorman

1 maart 2021

Zelfs de vertalerswereld ontsnapt niet aan het politiek correcte denken. Katelijne De Vuyst vertaalde per direct The Hill We Climb op vraag van De Standaard. Ik vraag me af hoe de Gorman-Rijneveld-kwestie voor haar aanvoelt bij het lezen van de krantenstukken en de stemmen in de sociale media boven en onder de Moerdijk. De zwaar identitair gekleurde discussie vergeet – o ironie – de kern zelf van wat Amanda Gorman bracht: die heuvel is haalbaar wanneer we will never again sow division en dankzij all the bridges we’ve made.

Vandaag bestorm ik weer de muren van Thebe en moet ik tegelijk in de sandalen van Eteokles staan. Maar begrijp ik die broedertwist wel? Kan ik Aischylos wel vertalen? Wat een hybris was het om Pindaros en Homeros om te zetten! En dan gaat het niet eens om kleur en ras, maar om tijd die alles verslindt.

Deel:
Categoriën: Algemeen

Fundamenten in Fundi

21 februari 2021

De Romeinse civitas deed ik niet aan toen ik een paar jaren geleden in de buurt kwam, in kustplaatsen als Monte Circeo, Terracina, Sperlonga en Gaeta. In Fundi vond men onlangs wat resten van een amfitheater. En een civitas met zo’n bouwwerk moet toch wel iéts zijn geweest. In 312 v.C. werd de plek een etappe op de Via Appia, in 188 v.C. een civitas met stemrecht, zegt Livius (XXXVIII.36.7-9). Nog beter klinkt het als je weet dat de stad verbonden is met een grand cru: de Caecubum, waarbij Horatius en Martialis lyrisch werden. Horatius, Carmina I.20: ‘Caecubum et prelo domitam Caleno / tu bibes uvam – Drink bij u Caecubiër, een druivennat uit Caleense persen.’ (Paul Claes, 2015) Frans van Dooren (1996) vertaalt de grand cru’s bij Martialis, Epigrammen I.26 veralgemenend: ‘Massica solus habes et Opimi Caecuba solus – je oude flessen wijn heb je alleen.’ Maar ik betwijfel of Martialis die Caecubum wel zelf heeft geproefd. Want in zijn wijnboek (boek 14 van Naturalis historia) betreurt de iets oudere Plinius Maior de teloorgang van de Caecubiër bij gebrek aan zorg én aan ruimte door Nero’s plannen voor een kanaal tussen Baiae en Ostia (XIV.61). Bij de eerstvolgende gelegenheid wil ik in de vlakte van Fondi een glas drinken, Caecubiër of niet.

Foto boven: LatinaToday (detail)

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Tags: ,