CIL 06, 00921 (Capitolijnse Musea, Rome) (Conc.Min.BB.AA.CC.Div.riprod. | © DAIR)

Hoe spreek je “Caesar” goed uit?

24 april 2021

Waarom wordt de naam Caesar soms uitgesproken met ts en e aan het begin (‘Tsesar’) en soms met k en ai (‘Kaisar’)? En Cicero soms met ts of s aan het begin (‘Tsitsero’ of ‘Sisero’), soms met k (‘Kikero’)? Hoe kunnen we weten hoe de Romeinen destijds spraken, we hebben toch geen opnames uit die tijd?

Dat is waar natuurlijk, maar we kunnen desondanks de uitspraak tot op zekere hoogte reconstrueren. Zo is de naam Caesar in verschillende moderne talen overgenomen als term voor de hoogste heerser, namelijk als ‘keizer’ in het Nederlands en als ‘tsaar’ in het Russisch. Uit de zeer verschillende spelling en uitspraak blijkt dat de termen in beide gevallen in zeer verschillende perioden werden overgenomen. Toen de Germanen het woord ‘keizer’ overnamen, werd Caesar door de Romeinen blijkbaar nog met k en een tweeklank uitgesproken. Toen de Russen het woord overnamen, werd het uitgesproken met ts en een eenvoudige klinker.

Deel:
Vergilius (Bardo-museum, Tunis)

Een stamboom voor Vergilius

14 april 2021

Wanneer een oudheidkundige een tekst van Vergilius wil raadplegen, kan hij of zij naar zijn of haar boekenkast of naar een bibliotheek gaan en een editie tevoorschijn halen. Het is echter niet zo eenvoudig als het op het eerste gezicht lijkt: er bestaat namelijk helemaal geen eenduidige uitgave van Vergilius’ werk. Afgezien van het feit dat Vergilius vermoedelijk nog niet klaar was met de Aeneis toen hij stierf: Er is er geen originele tekst uit zijn tijd bewaard gebleven. En dit geldt voor de gehele oudheid en nog lang daarna: er zijn geen originele teksten uit de tijd van de auteur, en zeker geen auteursexemplaren.

Overschrijffouten

Alle teksten uit de oudheid zijn alleen bewaard gebleven omdat zij steeds opnieuw werden overgeschreven, vooral in kloosterbibliotheken. En daar beginnen de problemen: als je overschrijft, ontstaan er fouten. Stel dat een kopiist één fout per bladzijde maakt, maar 10% van de fouten van zijn voorgangers corrigeert. In een tekst van 100 bladzijden heeft het eerste exemplaar 100 fouten, het tweede 190, en het derde al 271.

Deel:
Jona op een sarcofaag, nu in het Vaticaan

Jona en de pompoen

19 maart 2021

Het bijbelse verhaal van Jona en de walvis was al heel populair onder de eerste christenen. Het is een zeer beeldend verhaal, dat samenhangt met de idee van de wedergeboorte, een belangrijk christelijk thema. Aangezien veel christenen uit eenvoudige milieus kwamen, konden zij niet lezen, en kenden zij de bijbel alleen mondeling of van afbeeldingen. Mozaïeken, sarcofagen en muurschilderingen beelden vaak het verhaal uit van Jona die door een grote vis werd opgeslokt en uitgespuwd. Af en toe wordt hij echter ook zittend of liggend onder een prieel afgebeeld. Dit deel van het verhaal is minder bekend en heeft betrekking op de volgende bijbelverzen:

Nadat Jona Nineve had verlaten, was hij aan de oostkant van de stad gaan zitten. Hij had er een hut gemaakt om in de schaduw af te wachten wat er met de stad zou gebeuren.  Nu liet God, de HEER, een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de plant. Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, liet God de plant door een worm aanvreten, zodat hij verdorde. (Jona 3.5-7) Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

Deel:
Categoriën: Christendom, Jodendom
Laatantiek stierenoffer (Forum Romanum)

Waar komt het woord “religie” vandaan?

6 maart 2021

Het Nederlandse woord religie komt direct van het Latijnse woord religio, maar wat betekent dat eigenlijk? Uit de oudheid zijn ons twee etymologieën van het woord religio overgeleverd: een bij Lactantius, die het afleidt van een werkwoord dat ‘binden’ betekent, en een bij Cicero, die het afleidt van een werkwoord dat ‘lezen’ betekent. Welke van de twee is juist? Of hebben ze allebei ongelijk?

Lactantius: ‘binden’?

Het idee dat het woord religio is afgeleid van het werkwoord religare ‘binden’ wordt voor het eerst genoemd door Lactantius (ca. 250-325 n. Chr.). Hij was een christelijke schrijver met een duidelijke politieke agenda. Bovendien leefde hij eeuwen na het ontstaan van het Latijn; het is alsof men van een hedendaagse theoloog een uitspraak zou verwachten over de etymologie van een moeilijk oud Nederlands woord. Een ‘band met God’ klonk Lactantius erg goed in de oren, net zoals het dat waarschijnlijk voor veel gelovigen vandaag de dag nog doet. In de oudheid had men echter veel fantasie bij het herleiden van woorden. En geen enkele Latijnse schrijver vóór hem vermeldt dit idee, dat is ook al zeer verdacht.

Deel:
Zonsopkomst in Isthmia

Waren de Romeinen kleurenblind?

17 februari 2021

Iedereen die Homerus heeft gelezen, weet dat de zee ‘wijnkleurig’ wordt genoemd en zal zich afgevraagd hebben: hoe kan de zee de kleur van wijn hebben? Ook het andere kleurenspectrum kan op het eerste gezicht vreemd lijken: er is geen duidelijk woord voor ‘blauw’, en dingen die voor ons verschillende kleuren hebben, worden met dezelfde kleur aangeduid. Hetzelfde geldt voor de Romeinen. Dit heeft geleid tot de wijdverbreide overtuiging in de negentiende eeuw dat de Grieken en Romeinen gedeeltelijk kleurenblind waren. Dat zegt bijvoorbeeld Nietzsche:

Wie anders sahen die Griechen in ihre Natur, wenn ihnen, wie man sich eingestehen muß, das Auge für Blau und Grün blind war, und sie statt des ersteren ein tieferes Braun, statt des zweiten ein Gelb sahen (wenn sie also mit gleichem Worte zum Beispiel die Farbe des dunklen Haares, die der Kornblume und die des südländischen Meeres bezeichneten, und wiederum mit gleichem Worte die Farbe der grünsten Gewächse und der menschlichen Haut, des Honigs und der gelben Harze: so daß ihre größten Maler bezeugtermaßen ihre Welt nur mit Schwarz, Weiß, Rot und Gelb wiedergegeben haben). (Nietzsche, Morgenröte)

Deel:

MoM | Thesaurus linguae Latinae

4 januari 2021

De Thesaurus linguae Latinae is een wetenschappelijk woordenboek van het Latijn. Nu zou je kunnen denken: er bestaan toch al woordenboeken Latijn? Inderdaad, het meest bekend is voor Nederlanders het woordenboek van Pinkster, voor Engelsen de Oxford Latin Dictionary, en zo heeft elk taalgebied wel zijn Latijnwoordenboek.

Nu is er een aantal problemen met deze woordenboeken. Ten eerste zijn ze gemaakt op basis van maar een beperkt aantal teksten, meestal bestaand uit werken van  “grote” auteurs als Cicero, Caesar, Vergilius, Ovidius. Ten tweede bouwen ze meestal op elkaar op: zo is Pinkster oorspronkelijk een bewerking van het Duitse woordenboek van Pons, dat weer een bewerking is van Taschen-Heinichen. Op deze manier krijgen we steeds dezelfde lemmata met dezelfde betekenissen, en soms zelfs dezelfde fouten.

Deel:
Categoriën: Algemeen