"Op bevel van een droom": inscriptie uit Grand.

Dromen zijn geen bedrog

6 januari 2021

Het zal niemand die een antieke bron leest zijn ontgaan: er gebeuren allemaal zaken die niet kunnen. Keizer Vespasianus kan zieken genezen, keizer Marcus Aurelius heeft een efficiënte regenmaker in dienst, voortekens komen uit. En dromen, dromen zijn geen bedrog.

Probleem was destijds alleen dromen goed uit te leggen. Gelukkig waren er droomduiders die tegen betaling wel even vertelden wat een droom te betekenen had. Een van hun handboeken, het Dromenboek van Artemidoros van Daldis, is over. Als hij het heeft over mensen die in hun droom een waarzegger raadplegen, is dat voor hem een kans om uit te leggen welke zieners betrouwbaar zijn – u raadt al welke – en welke niet. Hoofdstuk 2.69 is hier in de vertaling van Simone Mooij.

Deel:
Corbulo (Louvre, Parijs)

Corbulo bij de Friezen

30 december 2020

Een van de bekendste verhalen over Romeins Nederland: Tacitus’ verslag van de campagne van generaal Corbulo tegen de Friezen. U moet deze mensen niet alleen zoeken in het huidige Friesland, maar ook in wat nu Noord-Holland heet, en het is bepaald niet onmogelijk dat de hier beschreven actie gericht was tegen de mensen die destijds leefden in de omgeving van het huidige Velsen. Daar is een Romeinse vlootbasis gevonden die in deze jaren in gebruik is geweest en ook was daar een belangrijk Fries heiligdom.

De Nijmeegse classicus Vincent Hunink heeft onlangs een vertaling afgerond van Tacitus’ Annalen. Ze verschijnt volgend jaar en Hunink heeft geprobeerd het bijterige van Tacitus’ zinnen in het Nederlands te vangen. Hieronder is de passage in kwestie (Annalen 11.19-20). Voor het goede begrip: het is onrustig in het noordelijk kustgebied, vooral bij de Chauci (de bewoners van de terpen en wierden), die onder leiding van een Gannascus piraterij hadden bedreven. De (volgens Tacitus) zwakke keizer Claudius heeft Corbulo gestuurd met nieuwe troepen.

Deel:

De zee! De zee!

23 december 2020

In ons wekelijkse stukje uit een antieke bron vandaag maar eens een superberoemd fragment uit een superberoemde tekst, namelijk de Anabasis van Xenofon. Dat is een van de boeiendste mensen uit de Oudheid: leerling van Sokrates, bevriend met werkelijk toe deed in zijn tijd, publicist, huurling, jager, historicus, reiziger, balling. Auteur van talloze vlot geschreven, interessante teksten. Ze zijn nog overgeleverd ook.

En ook: commandant van een groep Griekse soldaten in Perzische dienst die na een moeizame opmars richting Babylon terug moest keren, dwars door het besneeuwde Armenië. Duizenden mannen, in een land waar ze weg noch steg kenden: de Anabasis is niet alleen een bloedspannend verhaal maar ook een schitterend sociologisch rapport over de interne dynamiek van zo’n groep mannen. De vertaling van dit deel van Anabasis 4.7 is van Marc Moonen.

Deel:
Categoriën: Anatolië, Bron, Griekenland
Een Byzantijnse muzikant (Qasr Libya)

Aristainetos

16 december 2020

Wellicht verscheen ze in de zesde eeuw n.Chr., misschien heette de auteur Aristainetos en vrijwel zeker heette de collectie niet Liefdesbrieven. Het enige dat we weten is dat er een laatantieke verzameling fictieve correspondentie bestaat, vervaardigd door een Griekstalige auteur die zich liet inspireren door eerdere auteurs van minnebrieven, door Plato en door de toneelstukken van de Nieuwe Komedie.

Een deel van het literaire plezier zit in het intellectuele spel van verwijzingen en knipogen, maar ook voor wie niet alle dubbele bodems herkent, is er plezier te beleven aan de levendige presentatie. De volgende tekst zal niet helemaal zijn wat een muzikant meemaakte in Constantinopel, maar toont dat de erotische fantasieën in moderne mannenbladen (die u natuurlijk nooit leest) van alle tijden zijn. De vertaling van Brief 1.2 is gemaakt door Hein van Dolen en kan hier worden besteld.

Deel:
Categoriën: Bron, Byzantijnse Rijk
Justinianus en enkele hovelingen (San Vitale, Ravenna)

De duivel in hoogsteigen persoon

15 december 2020

De regering van keizer Justinianus (r.527-565) begon voorspoedig. Generaal Belisarius herstelde het Romeinse gezag over Africa, Sicilië en Italië, er kwam nieuwe wetgeving, en een crisis in Constantinopel kon snel worden bedwongen. De successen konden echter niet aanhouden. Een klimaatramp en een epidemie zorgden voor grote problemen; er was oorlog in het oosten.

Bronnen uit het midden van de zesde eeuw, zoals Jordanes’ dubbele geschiedenis van de Romeinen en de Goten, documenteren de teleurstelling. In deze context zal ook de basis zijn gelegd van de Geheime geschiedenis van Prokopios, die zijn teleurstelling in de keizer ook al documenteerde in de jongere delen van zijn geschiedenis van Justinianus. In de Geheime geschiedenis maakt hij het echter wel heel bont. Hoofdstuk 12 is hier te lezen in de vertaling van Hein van Dolen. Wat betreft het hoofd van Justinianus – zie het vorige stukje.

Deel:
Categoriën: Bron, Byzantijnse Rijk

Daniël 11

12 december 2020

Het is Chanoeka en dat is een mooi moment om het eens te hebben over de Makkabeeënopstand, de revolte van de Joden tegen de Seleukidische vorst Antiochos IV Epifanes. Die had de tempelcultus in Jeruzalem in hellenistische zin aangepast; de joden hadden het uitgelegd als blasfemie en waren in opstand gekomen; dat leidde tot het herstel van de tempelcultus zoals de joden het graag wilden; en dat is wat joden met Chanoeka herdenken.

Over deze tijd hebben we een contemporaine bron: het bijbelboek Daniël. Het gaat bewijsbaar op ouder materiaal terug, maar is even bewijsbaar afgerond in 165 v.Chr. Het bewijs in kwestie is hoofdstuk 11. Hier is, in de Willibrordvertaling, de tekst van een van Daniëls in apocalyptische termen verwoorde toekomstvoorspellingen, onderbroken met commentaar. De diverse “toekomstige” gebeurtenissen zijn in feite verleden (hindsight as foresight), tot de tekst aan het einde begint te ontsporen. Dat is het moment waarop de auteur werkelijk begint te voorspellen wat hij dacht dat zou gaan gebeuren – en wat in feite niet gebeurde. Dat biedt een manier om de tekst te dateren rond 165 v.Chr.

Deel:
Categoriën: Hellenisme, Jodendom

Ganzen uit Vlaanderen

9 december 2020

De Romeinse auteur Plinius de Oudere moet een bijzondere man zijn geweest: officier, bestuurder, encyclopedist en nieuwsgierig Aagje – hij overleed toen hij zich te dicht bij de uitbarstende Vesuvius waagde. De door hem vervaardigde encyclopedie, de Natuurlijke Historie, verraadt niet alleen iemand die graag toont dat alle kennis die de Grieken hebben opgedaan ook die van de Romeinen is, maar ook iemand die in alles wel iets bijzonders kan herkennen. Hij ziet ook de humor van veel dingen, zoals van de ganzen van de Morini, een volk dat leefde in het (Frans-)Vlaamse kustgebied.

Deel:
Portret van een Germaan (British Museum Londen)

De Chamaaf Nebisgast

1 december 2020

Eunapios van Sardes is een laat-Romeinse historicus, die leefde rond het jaar 400 n.Chr. Hij was geen christen en zoals wel meer mensen in zijn tijd had hij grote bewondering voor keizer Julianus de Afvallige, die wel wordt gezien als laatste kampioen van het heidendom. Nu was Julianus’ regering spectaculair onsuccesvol geweest, en daarom legden zijn bewonderaars vaak de nadruk op de militaire successen die hij, vóór hij keizer was geworden, had behaald in West-Europa.

Eén campagne voerde hem naar de Lage Landen, waar de Franken en Chamaven een inval hadden gedaan. Julianus stond de Franken toe zich als boeren te vestigen in de Kempen: zandgrond die de Romeinen konden missen. (De lössgronden hielden ze voor zichzelf en zo komt het dat de Taalgrens ruwweg samenvalt met de grens tussen löss en zand.) De Chamaven kregen opdracht terug te keren naar de Liemers, d.w.z. het gebied tussen Rijn en Oude IJssel. Ergens aan de Rijn kwam het tot een ontmoeting tussen generaal Julianus en de Chamaafse leider Nebisgast. Eunapios’ verslag, het twaalfde fragment uit zijn geschiedwerk, is gekleurd maar interessant. Het was nog nooit eerder in het Nederlands was vertaald, tot Hein van Dolen dit varkentje waste.

Deel:
Categoriën: Bron, Lage Landen