Een vroegchristelijke muurschildering van een avondmaalscène (Callixtus-catacomben, Rome; late tweede eeuw)

Langs elkaar heen praten tot de dood erop volgt (2)

14 april 2021

En dat brengt me op het eigenlijke thema van dit stukje: langs elkaar heen praten. Voor Plinius sloegen de twee christinnen wartaal uit. Ook de kloof tussen Saturninus en de Noordafrikaanse christenen die hij voor zich heeft wordt niet overbrugd. In een nieuw commentaar op deze martelaarsakte gaat Vincent Hunink ervan uit dat de hier ondervraagde christenen met opzet uitspraken doen die de overheidsfunctionaris niet kan begrijpen. Het is in zijn visie moedwil om misverstand te vergroten, omdat deze christenen er gewoon op aansturen de marteldood te mogen ondergaan. Ik ben onder de indruk van de geleerde, zeer informatieve en veelal goed doordachte studie van Hunink, maar op dit punt ben ik het helemaal niet met hem eens. Vervolging is niet het doel van het volgen van Christus, maar een gevolg.

“Als u uw oren kalm te luisteren biedt, vertel ik een mysterie van eenvoud.” Dat zegt de christelijke woordvoerder tegen Saturninus. Het is geen toonbeeld van duidelijke communicatie. Vermoedelijk biedt de christen aan te onthullen wat de christelijke leer is en bedoelt hij dat die gemakkelijk te begrijpen is. Maar zijn woordkeus is verwarrend en Saturninus maakt eruit op dat de christen hem wil inwijden in deze afstotelijke cultus. Dat nuanceverschil hangt samen met wat enerzijds Saturninus onder mysterium verstaat, en met hoe anderzijds de christen het woord begrijpt. In de brieven van Paulus komt de Griekse versie van ditzelfde woord (mysterion) liefst eenentwintig keer voor en dan heeft het voornamelijk te maken met de kernleer van het christendom, een door God voor iedereen onthuld geheim – niet met het inwijden van nieuwelingen.

Deel:
Senatoren (kopie van de Ara Pacis, Vaticaanse Musea, Rome)

Langs elkaar heen praten tot de dood erop volgt (1)

14 april 2021

“Verwerpelijk bijgelovig geraaskal.” In woorden van die strekking typeert Plinius, Romeins provinciebestuurder, in een brief aan keizer Trajanus de uitspraken van twee christelijke vrouwen. Van hun geloofspraktijk en ethische code kan Plinius nog wel iets begrijpen, maar wat het christelijke geloof zelf inhoudt, daar kan deze gezagsdrager niets mee.

We weten dat Plinius’ aanpak van christenen in zijn provincie Bithynië uitmondde in executie, maar kunnen niet nagaan wat de vrouwen tegen Plinius zeiden toen hij ze de duimschroeven aandraaide. Van een soortgelijk verhoor van later in de tweede eeuw is echter wel iets bewaard gebleven in de vorm van een martelaarsakte.

Deel:

Eerste viool spelen of toch maar een toontje lager zingen? Het beroep van muzikant in de maatschappij van Grieks-Romeins Egypte

11 februari 2021

Heel wat onderzoekers bogen zich de laatste decennia over muziek en muzikanten in de Oudheid, waarbij ze voornamelijk focusten op muzikanten in het antieke Griekenland en Rome. De faraonische periode in Egypte wordt in mindere mate bestudeerd, en Ptolemaeïsch en Romeins Egypte (Grieks-Romeins Egypte) zit al helemaal in het verdomhoekje. Nochtans bevatten een aantal Griekse papyri uit die periode informatie over de Oudheid die elders niet voorhanden is. Een studie naar muzikanten in Grieks-Romeins Egypte kan daarom onze kennis over de Griekse wereld aanvullen, maar is an sich ook een boeiend onderwerp.

Muzikanten vormden een specifieke beroepscategorie in Grieks-Romeins Egypte. De grote diversiteit in muzikanten en instrumenten in die periode wijst erop dat muziek alomtegenwoordig was in verschillende domeinen en lagen van de antieke samenleving. Zo werden offers voor de goden gebracht onder muzikale begeleiding, marcheerden infanteriesoldaten op het ritme van fluitmuziek, verlichtten andere muzikanten het werk van plukkers tijdens de druivenoogst, enzovoort. Muziek, vaak in combinatie met dans, kwam je uiteraard ook tegen op de talrijke dorpsfestivals in de Egyptische chora.

Deel:
Categoriën: Algemeen
Tags:
Kleio, muze van de geschiedvorsing (El Djem, Huis van de Maanden)

Historische gebeurtenis: de Lex Roscia

11 februari 2021

Ik heb het niet gecontroleerd, maar volgens mij betekent “historische gebeurtenis” precies niks. Het is een clickbait-term waarmee journalisten of politici u ervan willen overtuigen nog even te verwijlen bij iets dat doorgaans over een week vergeten is. Vroeger, toen ze nog Élysée-verdragen sloten en Nixons nog naar China gingen, vroeger hadden ze historische gebeurtenissen.

Zoals de Lex Roscia, de Wet van Roscius, van 11 februari 49 v.Chr. Dit is het betere historische gebeuren. Eerst iets over de situatie, daarna iets over het diepere belang en daarna iets over het nog diepere belang.

Deel:
Categoriën: Romeinse Republiek
PY Fr 1184 (Uit: Emmett L. Bennett Jr., The Olive Oil Tablets of Pylos, 1958)

De verstaanbaarheid van het oudste Grieks

13 december 2020

Kokalos heeft zoveel olijfolie betaald aan Eumedes.

Zo luidt een van de oudste Griekse zinnen, compleet met onderwerp, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp. De woorden (gevolgd door een volume-eenheid en een getal) zijn vastgelegd op een kleitablet uit Pylos op de Peloponnesos (PY Fr 1184, r. 1-2). De Grieken van de tweede helft van het tweede millennium v.Chr. hadden nog geen alfabet, maar gebruikten een lettergrepenschrift dat we Lineair B noemen. Dat is in 1952 op uiterst ingenieuze wijze ontcijferd (zoals ik hier stamelend uitleg).

Deel:
Categoriën: Kreta en Mykene

Een interactief grafschrift in Pisa

6 december 2020

Op een steenworp afstand van de Toren van Pisa wordt een opmerkelijke, roerende Latijnse inscriptie bewaard. De grote marmeren plaat van ruim 2 meter breed en 1 meter hoog moet eens een flink grafmonument hebben getooid aan een doorgaande weg ergens in Toscane, voordat het via allerlei wisselingen van eigenaar terecht kwam op zijn huidige plek in de Campo Santo.

Het opschrift komt hoe dan ook niet uit Pisa zelf. Volgens een oude Romeinse wet mochten de stoffelijke resten van overledenen niet worden begraven in wat we nu de bebouwde kom zouden noemen. Als gevolg daarvan ontstonden er aan stedelijke uitvalswegen kilometerslange rijen grafmonumenten in allerlei soorten en maten. Wie tussen de steden der levenden reisde, kwam onvermijdelijk door deze lintvormige ‘dodensteden’ heen. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat de weggebruiker (viator) in de opschriften niet zelden wordt aangesproken. Een sprekend voorbeeld is een grafschrift uit Umbrië waarin de reiziger een genadeloze spiegel krijgt voorgehouden (CIL 11.6243):

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk