Archeologie en de Indo-Europese talen

Hattusa, De Daden van Šuppililiuma
12 november 2020

In 1987 publiceerde de Britse archeoloog Colin Renfrew, de grondlegger van de cognitieve archeologie, het bovenstaande boek over de verspreiding van de Indo-Europese talen. Ik herinner het me nog goed; mijn docent Marten Stol, die ons tijdens een college eigenlijk iets spijkerschrifterigs had moeten vertellen, weidde breed uit waarom dit allemaal niet kon kloppen.

Taalverspreiding en archeologie

Het was dan ook niet gering wat Renfrew claimde. Eén: taalverspreiding is archeologisch te herkennen. Weliswaar kun je geluid niet opgraven, maar de mechanismen die leiden tot intensieve taalverandering, zijn zelf ook intensief. Ze laten sporen na in het bodemarchief. Als bijvoorbeeld een gemeenschap een nieuwe elite krijgt die een andere taal spreekt, moet je dat aan materiële artefacten herkennen. De Latijnsprekende elite die zich aan het begin van de jaartelling vestigde aan de Rijn, is herkenbaar aan militaire nederzettingen, steden en een hele batterij andere zaken.

Twee: in Griekenland was geen verstoring in het bodemarchief waar te nemen op het moment waarop de Indo-Europees-sprekenden waren aangekomen. Ooit had men gemeend dat de ondergang van de Mykeense paleisburchten rond 1200 v.Chr. het moment was waarop de Griekssprekenden zich in Hellas hadden gevestigd, maar de Lineair-B-tabletten bewezen dat ze er al eerder waren. En daarvóór was eigenlijk maar één echt grondige verstoring aan te wijzen: de komst van de landbouw.

Drie: dat was dus het enig mogelijke moment waarop de Indo-Europeanen konden zijn aangekomen. En dat is erg vroeg, op z’n laatst zo rond 6500 v.Chr. en op z’n vroegst nog een half millennium daarvoor. Renfrew paste dit ook op andere regio’s toe: steeds waren het de eerste landbouwers die de Indo-Europese talen hadden meegenomen. Tot zover Renfrew, die er later het bovenstaande boek dus aan wijdde. Ik heb het destijds met veel plezier gelezen.

Glottochronologie

Dat wil niet zeggen dat Renfrew gelijk heeft. De wat omstreden methode waarmee de theorie is weerlegd staat bekend als glottochronologie en is ontwikkeld door Morris Swadesh. Ik ben er geen specialist in maar zal het proberen uit te leggen.

Het uitgangspunt is dat een taal altijd verandert. Dit gebeurt met een snelheid die weliswaar varieert maar blijft binnen een zekere bandbreedte. Als we nu uitgaan van een kernwoordenschat van bijvoorbeeld 200 woorden, blijkt in de loop van een millennium ongeveer 10% tot 20% te zijn vervangen. De bandbreedte bij deze “doorloopsnelheid” is dus heel breed.

Als we dit nu loslaten op de stamboom van de Indo-Europese talen en kijken hoeveel woorden uit de gereconstrueerde oerwoordenschat zijn vervangen tegen de tijd dat we de oudste geschreven bronnen hebben (denk hier aan het Hittitisch en het Lineair-B-Grieks), krijgen we een beeld van de tijd die is verstreken sinds het moment waarop het Proto-Indo-Europees gesproken is geweest. Bij een hoge doorloopsnelheid, waarbij 20% wordt vervangen in een millennium, eindigen we rond 2500 v.Chr. Bij een lage doorloopsnelheid (dus 10%), komen we uit op 4000 v.Chr.

Onzekerheid en zekerheid

Veel onzekerheid dus. Afhankelijk van de aannames zijn er ook andere uitkomsten. Dat de doorloopsnelheid varieert binnen een zekere marge, is ook bepaald niet onomstreden. Dat gezegd zijnde: tenzij we heel vreemde waardes aannemen voor de doorloopsnelheid, laten de uitkomsten zich niet rijmen met de theorie van Renfrew.

Inmiddels gaan oudheidkundigen ervan uit dat we het Proto-Indo-Europees vóór 3600 v.Chr. moeten plaatsen. De bijbehorende archeologische cultuur vinden we in het huidige Oekraïne en Rusland en staat bekend als Yamnaya. Na het midden van het vierde millennium begonnen groepen weg te trekken die Tochaars en Hittitisch spraken. Op welk moment en hoe de Griekssprekenden vanuit pakweg Bulgarije zuidwaarts zijn gekomen, is nog steeds onopgelost.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
De Indo-Europese migraties

De vraag waarom de Indo-Europese talen op elkaar lijken, is in een kwaad licht komen staan doordat de nationaalsocialisten zich Read more

Dood paard

Misschien wel de grootste ontdekking van de geesteswetenschappen: eerst ontdekking van de Indo-Europese taalfamilie, vervolgens het proces van reconstructie van Read more

MoM | Digitale paleografie

Om met de deur in huis te vallen: ik heb uw hulp nodig – daarover straks meer. Eerst wat context, Read more

MoM | Digitale historische taalkunde

Ik heb wel vaker geblogd over de Lachmannmethode, waarbij classici de fouten in middeleeuwse handschriften gebruiken om te zien welke Read more