Antieke migraties en migranten (1)

Een laatantieke ruiter keert terug (Nagyszentmiklós-schat, Kunsthistorisches Museum, Wenen)
15 november 2020

Migratie, dat mensen met een bepaalde identiteit elders gaan wonen bij mensen met een andere identiteit, is momenteel een belangrijk oudheidkundig thema. Eerlijk is eerlijk: dat is soms gemakzuchtig inhaken op de actualiteit. Migratie heeft immers problematische kanten die momenteel de aandacht trekken en er zijn oudheidkundigen die het belang van hun vak denken te kunnen tonen door erop te wijzen dat je ook in de Oudheid migratie had. Dan toon je je eigen irrelevantie want je loopt aan achter wat anderen belangrijk vinden in plaats van je eigen kwaliteiten te tonen. Het is zoiets als tijdens een pandemie beweren dat je ook in de Oudheid epidemieën had. Gelukkig is er ook een minder zelfdestructieve reden om je met migratie bezig te houden: de DNA-revolutie.

Door het onderzoek naar antiek DNA en het isotopenonderzoek wordt duidelijk dat de mensen vroeger buitengewoon mobiel waren, minimaal in sommige regio’s en tijdperken, wat betekent dat ideeën veel breder konden circuleren dan wel aangenomen is geweest. Wie een Latijnse tekst interpreteert, kan niet langer om Aramese parallellen heen, om het samen te vatten. Ons vak staat op de grondvesten te trillen en om die reden was “Van heinde en verre” in 2019 het thema van de Week van de Klassieken.

Maar migratie was al eerder een thema: in de negentiende eeuw. Omdat de toenmalige noties nog steeds circuleren, nu twee stukjes over die materie.

Teksten

Wat wisten ze in de negentiende en vroege twintigste eeuw over migratie? In de eerste plaats: in teksten stond regelmatig te lezen dat een populus of een ethnos op drift was geraakt. Als voorbeeld noem ik de Langobarden, over wie Paulus de Diaken een geschiedwerk heeft geschreven. Ze woonden, zo lezen we, oorspronkelijk aan de randen van de aarde en bewogen in stappen vanaf de benedenloop van de Elbe naar het zuiden, zich uiteindelijk vestigend in Italië. Tijdens elke etappe van hun migratie klommen ze ook een trede op de beschavingsladder, want in het antieke wereldbeeld woonden op de randen van de aarde de grootste woestelingen en woonden de beschaafdste mensen in Italië en Griekenland. Dit sjabloon is eigenlijk steeds aanwezig en gaat in laatste instantie terug op Herodotos’ beschrijving van de Skythen.

Dat sjabloonmatige doet afbreuk aan de geloofwaardigheid. Paulus de Diaken wist alleen dat een groep die zich “Langobarden” noemde Italië had onderworpen. (Het is archeologisch ook bewezen.) Vervolgens construeerde Paulus een respectabele voorgeschiedenis, waarin hij voor die noordelijke herkomst weinig meer bewijs had dan wat verwijzingen in de Romeinse etnografische literatuur. De naam “Langobarden” heeft zich dus van noord naar zuid verplaatst, maar het zou te ver gaan te zeggen dat de nieuwe meesters van Italië de rechtstreekse afstammelingen waren van mensen die ooit woonden in het Elbegebied.

Superfederatie

In de negentiende en twintigste eeuw groeide de hoeveelheid informatie over wat bekendstaat als superfederaties. Het gaat hier om de groepen op de Centraal-Euraziatische vlakte, die in de loop der tijden ontstonden, onder een charismatische leider (Attila, Djengis KhanTimoer Lenk…) successen hadden en uiteen vielen zo snel de successen ten einde kwamen.

Wie de Hunnen dus waren, we weten het in feite niet. Dat de naam “Attila” Germaans is, wil niet zeggen dat het Germanen waren; dat de Hunnen uit het oosten kwamen aanstormen wil niet zeggen dat het Mongolen waren. Of neem het hof van Timoer Lenk. Daar werd Turks en Mongools gesproken, maar ook Arabisch, Tibetaans, Aramees, Perzisch en Indisch. Religie was ook nauwelijks een verbindende factor in dit allegaartje. Het geldt zelfs voor de ogenschijnlijke uitzondering op die regel, de Arabische veroveringen. Het succes van de islam is ten dele te verklaren doordat het eerdere godsdiensten assimileerde.

Enfin, zo’n tijdelijke groepering heet een “superfederatie” . Dit is een van de manieren waarop oudheidkundigen tegen de migrerende groepen aankijken. Er zijn andere modellen om de antieke bronnen te interpreteren. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze afstamming niet centraal stellen. De Visigotische naam mag dan van de Weichsel via de Oekraïne en Roemenië richting Balkan, Italië, Aquitanië en Iberië zijn verplaatst, de koningen van Toledo stamden niet per se af van mensen aan de Oostzeekust.

De migratie van namen

Zo’n verplaatsende naam documenteert echter wél dat mensen met een bepaalde identiteit zijn gaan wonen tussen mensen met andere identiteiten. Die migranten claimden een andere voorgeschiedenis dan de bewoners van het land van aankomst. Voor ons relevant is of ze zich correct dingen herinnerden over hun eigen herkomst.

Weinig oudheidkundigen zullen aannemen dat in de mondelinge overlevering veel correcte informatie schuilt. Er zijn echter wel degelijk elementen goed onthouden. Dat de Goten claimden vóór de hierboven beschreven zwerftocht te hebben gewoond in Scandinavië, is een raar detail, eigenlijk overbodig. Een verblijf in Skythië zou voldoende zijn geweest om een barbaarse afkomst te documenteren. Dit wil niet zeggen dat de noordelijke herkomst waar is, maar wel dat het denkbeeld behoort tot wat in de Duitse literatuur, waar oudheidkundige zaken doorgaans het beste worden doordacht, een Traditionskern heet.

We moeten ervan uitgaan dat minimaal de elite van zo’n groep migranten een verhaal over de herkomst deelde. Wie, ongeacht de herkomst, tot die elite wilde horen, zou het moeten onderschrijven. Een Avaar was iemand die de levenswijze van de Avaren voerde en die door anderen als Avaar werd erkend – en daarvoor was noodzakelijk dat je de Traditionskern accepteerde en reproduceerde. In de Avaarse superfederatie waren ondertussen andere volken aanwezig.

[Wordt vervolgd]

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Antieke migraties en migranten (2)

[Voor het eerste deel van deze reeks over antieke migratie: hier.] De migratie van namen Je kunt niet zeggen dat de Read more

De Visigoten

Een kleine twee weken geleden maakten archeologen van de Amsterdamse Vrije Universiteit bekend dat er bij Lienden gouden munten waren Read more

Een sprookjesstamboom

In 2016 publiceerden S.G. da Silva en J.J. Tehrani in Royal Society Open Science een elegant artikel met een weinig elegante titel Read more

Mooie migranten: verhalen

Het thema van de Week van de Klassieken is migratie en dat betekent dat we het ook eens moeten hebben over Read more