Alpenpas gezocht

Col du Montgenèvre
9 april 2021

Je zou denken dat intelligente mensen alleen maar heel verstandige dingen doen en hun tijd besteden aan heel belangrijke zaken. Of zaken waar iets zinvols over te zeggen is. Maar zo is het niet en als voorbeeld noem ik de trivialiteit der trivialiteiten: de plaats waar Hannibal in het najaar van 218 v.Chr. de Alpen is overgestoken. Ik heb inmiddels een kleine vijftig publicaties over de materie verzameld en het zijn niet de geringste geleerden die zich over deze kwestie het hoofd hebben gebroken.

Grappig genoeg is er al in de Oudheid over gedebatteerd. De Griekse historicus Polybios schrijft namelijk ergens dat hij het gebied heeft bezocht. Hij zou nooit zo’n autoriteitsclaim hebben hoeven doen als er geen discussie over was geweest. Niet iedereen was overtuigd. In elk geval Titus Livius vond niet dat hij Polybios’ verslag zomaar kon overnemen. De kwestie speelde daarna steeds minder een rol, tot de de Zwitserse humanist Josias Simmler in de zestiende eeuw de kwestie weer oprakelde met de bewering dat Hannibal over de Mont-Cenis van Gallië naar de Po-vlakte was getrokken. Sindsdien is het bal.

110 passen

Tja. Elk dal tussen twee bergtoppen is een pas en als je genoeg moeite doet, kom je over elke pas. Tussen de Côte d’Azur en de Mont Blanc zijn er zo 110 kandidaten. Hannibal nam echter paarden en olifanten mee, wat betekent dat alle passen afvallen die uitsluitend voor kleine groepen wandelaars toegankelijk zijn. Dat verkleint de verzameling tot de tweeëntwintig verharde wegen en zesendertig ruiterpaden die momenteel in die regio liggen.

Verder vallen de zuidelijkste passen af omdat die niet bereikbaar zijn geweest nadat Hannibals leger, na de Rhône te zijn overgestoken, vier dagen lang noordwaarts was getrokken tot een plek die het Eiland wordt genoemd. We weten niet waar dat is – ik heb al eens geblogd over de dekselse kwestie welke rivier naast de Rhône dat Eiland kan hebben omstroomd.

Weer andere passen vallen af omdat ze ronduit onpraktisch zijn. Wie de Montgenèvrepas vanuit het westen nadert, kan enkele kilometers voor de eigenlijke pas de hoofdweg verlaten en naar het noorden buigen. Ik weet dat zo goed omdat ik er zelf bijna verkeerd ben gefietst. Als ik dat had gedaan, zou ik hogerop zijn gekomen, langs een bergstroompjes oostwaarts hebben moeten gaan, over de onherbergzame Col de l’Alpet de bergen hebben moeten passeren en weer zuidwaarts moeten zijn gegaan om uiteindelijk even voorbij de Montgenèvrepas weer op de hoofdweg te komen. Daar zitten stukken bij met een helling van 30%. Het is niet aannemelijk dat Hannibal zo’n omweg van een kilometer of vijftien maakte om op 2447 meter een bergpas te nemen terwijl er ook een was op 1854 meter.

Vijf passen

Al met al gaat de discussie eigenlijk om vijf passen. Ze hebben allemaal hun verdedigers. De noordelijkste kandidaat, de Kleine Sint-Bernhardpas, is bijvoorbeeld de route waaraan Heinrich Kiepert, de grondlegger van de historische geografie, de voorkeur gaf, en ook Nobelprijswinnaar Theodor Mommsen.

De Mont-Cenis, ooit voorgesteld door Semmler, was de favoriet van Napoleon Bonaparte, de enige die zich over het vraagstuk heeft uitgelaten na zelf een ongemechaniseerd leger over de Alpen te hebben geleid. Hij zelf viel overigens Italië binnen over de Kleine Sint-Bernhard, zie hieronder.

David, Napoleon steekt de Alpen over

De Franse Hannibal-biograaf Serge Lancel koos voor een variant op de Mont-Cenis, namelijk de Col de Clapier. In feite is dat dezelfde route.

De Montgenèvre, de laagste van de vijf kandidaten, mocht rekenen op de steun van de Britse oudhistoricus Edward Gibbon, de Italiaanse oudhistoricus Gaetano De Sanctis, de Duitse oudheidkundige Eduard Meyer en de Britse tekenaar-krijgshistoricus Peter Connolly.

Gavin de Beer prefereerde de zuidelijkste pas, de Col de la Traversette. Dat is ook de pas waarover een paar jaar geleden een vreemd wetenschappelijk artikel verscheen. Ik heb die dag mijn blogje enkele keren aangevuld met nieuwe informatie, want er leek weinig van te kloppen.

Verdeeldheid

Dissentiunt viri docti, om het ook eens deftig te zeggen, en die verdeeldheid der geleerden is niet zo vreemd. Alle onderzoekers beschikten allemaal over precies dezelfde twee bronnen, Polybios en Livius, die veel te vragen overlaten. De oplossing kan in principe alleen komen uit de archeologie, maar er zijn tot op heden geen Karthaagse militaire voorwerpen gevonden.

Die zullen er ook niet komen want verloren helmen of speerpunten zullen in de jaren na Hannibals tocht wel zijn weggenomen door passanten die het kostbare brons zagen liggen. Wat passanten niet meenamen, zal zijn weggespoeld door de eeuwig meanderende bergbeekjes, gevoed door smeltende sneeuw. En stel dat nog eens iemand een helm vindt, hoe stelt een archeoloog dan vast dat het gaat om een helm van een soldaat van Hannibal en niet om een Keltische krijger die in 225 v.Chr. de bergen over is getrokken of om het hoofddeksel van een soldaat uit het leger dat Hannibals broer Hasdrubal in 207 naar Italië voerde?

De archeologie heeft dit keer weinig te bieden en wie de afgelopen twee eeuwen onderzoek naar deze non-kwestie overziet, kan alleen constateren dat de onderzoekers mettertijd wat zuidelijker zijn gaan zoeken: waar in de negentiende eeuw de Kleine Sint-Bernhardpas en de Mont-Cenis de voorkeur hadden, is die in de loop van de twintigste eeuw verschoven naar de Montgenèvre en de Traversette.

De puzzel is welbeschouwd onoplosbaar. Maar het is wel een leuke puzzel en nergens staat geschreven dat je niet gewoon van het verleden mag genieten.

Deel dit blog:
De literatuurlijst bij het handboek

Ik heb nu al een paar keer geblogd over de handboekstof voor oudhistorici, maar hoorde dat de begeleidende werkcolleges niet Read more

Caesar in Rome: de “Rechtsfrage”

Ik liet u gisteren achter met de Senaatsvergadering die Marcus Antonius buiten de stad Rome had georganiseerd op de kalenden Read more

Theodor Mommsen

Onlangs realiseerde ik me dat ik nog nooit had geblogd over Theodor Mommsen. Tijd om iets recht te zetten. Mommsen Read more

Romeinse wegen

Een boek waaraan je zelf hebt meegewerkt, dat kun je natuurlijk niet recenseren. Als je iets positiefs zegt, sta je Read more