Alexander in India (1)

7 januari 2021

Alexander had van zijn vader Filippos niet alleen zijn koninkrijk, zijn leger en zijn oorlog tegen Perzië geërfd, maar ook enkele bijbehorende problemen. Filippos had de macht van de koning sterk uitgebreid en daarmee de betekenis van de adel verminderd, maar hij had de aristocraten tevreden gesteld met grote geschenken. De gouden voorwerpen in het archeologisch museum van Thessaloniki getuigen daar na een kleine vierentwintig eeuwen nog altijd van. De noodzaak geschenken uit te delen had voor Filippos tot gevolg dat hij altijd oorlog moest voeren: enerzijds om buit te bemachtigen, anderzijds omdat zijn bijzondere positie samenhing met zijn bevelhebberschap.

Voor zijn zoon gold hetzelfde. Hij moest veroveren blijven. Hij kon na de zege bij Issos niet anders dan verder gaan naar Tyrus, naar Egypte, naar Gaugamela, naar Babylon. Hij baande zich een weg door het Zagrosgebergte, verwoestte de paleizen van Persepolis. In 330 opende hij de jacht op zijn tegenstander Darius, die in Ekbatana bezig was een leger op te bouwen. Op het nieuws van Alexanders nadering ontruimde de Perzische vorst zijn basis en trok langs de oude handelsweg naar het oosten, waar zijn nieuwe troepen zich ophielden.

Het was een beproefde manoeuvre. Zelfs de Assyriërs hadden het nooit aangedurfd ver de eindeloze leegte van de Iraanse hoogvlakte binnen te trekken. Alexander, die zich inmiddels was gaan beschouwen als zoon van Zeus, negeerde de menselijke inschatting van de risico’s en ging zijn tegenstander achterna met een heel klein ruiterleger. Het was roekeloos: elk moment kon de Pers versterkingen krijgen, rechtsomkeert maken en zijn achtervolgers overweldigen. Maar de snelheid van de Macedonische ruiters was ongekend en uiteindelijk maakten, althans volgens de Macedonische propaganda, Perzische hovelingen een einde aan het leven van Alexanders laatste tegenstander.

Alexander, nu alleenheerser, kreeg erkenning van de lokale edelen, die wisten dat de goden sinds mensenheugenis de heerschappij over het oosterse wereldrijk van volk naar volk hadden doorgegeven. Ze begrepen dat het geen zin had verzet te plegen tegen een dynastieke wisseling die was bekrachtigd met een maansverduistering. Alexander van zijn kant kwam zijn nieuwe onderdanen tegemoet door Iraanse kleding te dragen, zijn voorganger een nette uitvaart te gunnen en Perzen in dienst te nemen. Maar ook nu hij de machtigste man op aarde was, moest hij rekening houden met enkele harde feiten. Zijn soldaten wilden naar huis, terwijl hijzelf op een of andere manier de oorlog moest voortzetten om zijn aristocraten te beheersen. Hij had een vijand nodig.

Het moet Alexander goed zijn uitgekomen dat een familielid van Darius zich tot koning uitriep. Het was precies wat “de koning van Azië”, zoals Alexander zich noemde, nodig had. Dwars door het winterse Afghanistan trok hij naar het spreekwoordelijk afgelegen Baktrië, nam zijn rivaal gevangen, bruuskeerde ongewild de religieuze gevoelens van zijn onderdanen en verstoorde met een ondoordachte stadstichting het subtiele evenwicht tussen nomaden en stedelingen. Het gevolg was dat de bevolking van het huidige Oezbekistan in opstand kwam onder leiding van Spitamenes, die misschien afstamde van de legendarische Baktrische profeet Zarathuštra Spitama.

Alexanders eerste reactie op de dood van enkele van zijn soldaten lag voor de hand: represailles. Toen vervolgens een legerafdeling tot de laatste man werd uitgeroeid, werd duidelijk dat de Macedoniërs in een guerrilla verzeild waren geraakt. Guerrillero’s kunnen alleen worden bestreden door hun de steun te ontnemen van de bevolking, wat kan worden bereikt door jarenlang een vreedzaam alternatief voor oorlog te bieden. Zoveel tijd had Alexander niet en dus koos hij een andere strategie om Spitamenes te beroven van die steun: hij deporteerde de bevolking naar enkele nieuwe steden, waar ze als horigen het land moesten bewerken voor Griekse huurlingen die hier een nieuwe woonplaats kregen. Een van deze steden is geïdentificeerd in Kampyr Tepe.

Voor het moment volstond deze maatregel – Spitamenes werd uitgeschakeld – maar noch de autochtonen noch de Griekse kolonisten waren gelukkig met de situatie. Minder dan anderhalf jaar later zouden Oezbekistan en noordelijk Afghanistan opnieuw een oorlog aanschouwen. Ditmaal stonden de Macedoniërs tegenover de Grieken en hun horigen, die hoopten dat hun meesters naar hun moederland zouden terugkeren, zodat zij hun oude levenswijze konden hernemen. Maar toen was Alexander al niet meer in Baktrië. In het voorjaar van 326 was hij de Punjab binnengevallen.

[Wordt vervolgd. Het bericht Alexander in India (1) verscheen oorspronkelijk op Mainzer Beobachter.]

Deel dit blog:
De slag bij de Hondenkoppen (2)

[Tweede deel van een stuk over de Tweede Macedonische Oorlog, ofwel het conflict tussen het Romeinse legioen en de Macedonische Read more

De slag bij de Hondenkoppen (3)

[Derde deel van een stuk over de Tweede Macedonische Oorlog, ofwel het conflict tussen het Romeinse legioen en de Macedonische Read more

De slag bij de Hondenkoppen (4)

[Vierde deel van een stuk over de Tweede Macedonische Oorlog, ofwel het conflict tussen het Romeinse legioen en de Macedonische Read more

De slag bij de Hondenkoppen (1)

Toen Hannibal de veldslag bij het Trasimeense Meer had gewonnen, gaf hij zijn manschappen opdracht de wapenrustingen aan te trekken Read more


Categoriën: Griekenland, Macedonië
Tags: