A History of the Ancient Near East

De leeuwenjacht van Assurbanipal (detail; British Museum, Londen)
29 oktober 2021

De leeuwenjacht van Assurbanipal (detail; British Museum, Londen)

Voor zover ik weet is Marc Van De Mieroop een Belgische oudhistoricus die momenteel is verbonden aan de Columbia-universiteit in New York. Ik las ooit met plezier en vrucht zijn boek Cuneiform Texts and the Writing of History (1999) en bezit A History of the Ancient Near East (2004). Dat stond ongelezen in de kast. Niet omdat ik het niet interessant vond, maar omdat ik de hoofdlijnen van de oud-oosterse geschiedenis voldoende dacht te kennen. Er zijn meer overzichten, zoals het heel toegankelijke Ancient Irak van Georges Roux, dat ik las in militaire dienst, en het tweedelige The Ancient Near East van Amély Kuhrt (1995). Het boek van Van De Mieroop zou vast goed zijn, dacht ik, maar vele uren lectuur zou me weinig werkelijk nieuwe inzichten opleveren.

Structuur

Dat zag ik dus verkeerd. Mijn reis naar Irak was de aanleiding het toch eens te lezen en ik kan alleen zeggen: dit is een verrotte goed boek. Het sterke is de wijze waarop Van De Mieroop de informatie structureert. Hij weet wat de geïnteresseerde lezer, die niet meteen een beeld heeft bij al die vreemde namen, nodig heeft. Van De Mieroop is daarom niet te beroerd informatie te herhalen en hetzelfde vanuit een ander perspectief nog eens te vertellen. Hij beperkt het jargon tot het noodzakelijke. Ook gebruikt hij de “Guide to Further Reading” waarvoor ze dient: om de lezer vervolginformatie te bieden. Klinkt logisch, maar u moest eens weten hoeveel publieksboeken over de oude wereld zijn voorzien van ellenlange literatuurlijsten en notenapparaten, alsof de tekst wetenschappelijk verantwoord zou moeten worden.

Je vindt nog eens wat in Eridu

Maar het belangrijkst is de volgorde van de informatie. Hoofdstuk vijf gaat over het Nabije Oosten in het vroege tweede millennium v.Chr. en behandelt eerst zaken als stadsvorming en nomadisme. Daarna introduceert Van De Mieroop de grote spelers. Pas als hij zo de grote structuren heeft uitgelegd, volgt een hoofdstuk waarin hij de geschiedenis vertelt aan de hand van individuele actoren. Idemdito hoofstuk zeven over de Late Bronstijd, gevolgd door hoofdstukken acht en negen met de evenementiële geschiedenis van het westelijke en het oostelijke Nabije Oosten.

Door de negentiende-eeuws liberale grotemannengeschiedenis pas te presenteren na de structuren, geeft Van De Mieroop duidelijk aan welke middelen de Grote Mannen hadden en onder welke omstandigheden ze geschiedenis maakten. Klinkt opnieuw logisch, maar opnieuw: u moest eens weten hoeveel boeken over de oude wereld de implicatie van een halve negentiende en een hele twintigste eeuw geschiedvorsing negeren.

Zeventien jaar onderzoek

Van De Mieroop publiceerde zijn boek in 2004. Zeventien jaar geleden. Ik kan hier, in een hotel bij Uruk, niet uitzoeken of er in de tussentijd een herziene druk is geweest. Zou A History of the Ancient Near East nu echter verschijnen, dan zou Van De Mieroop enkele zaken vermoedelijk anders vertellen.

In de eerste plaats: mede dankzij de Nederlander Teije de Jong is de chronologie van het Midden-Brons beter bekend. De dateringskwestie die Van De Mieroop nog noemt, is inmiddels een nonprobleem. U leest er hier meer over.

Je vindt nog eens iets in Nimrud

In de tweede plaats: we weten nu meer over het antieke klimaat. Veel meer. De klimaatcrisis die het Rijk van Akkad ten onder deed gaan, zou in een nieuwe editie van A History of the Ancient Near East zeker een plek krijgen, net als de aanwijzingen voor een omslag rond 1200 v.Chr. Ik wijs er overigens op dat de interne factoren voor de crisis aan het einde van de Bronstijd waarop Van De Mieroop de nadruk legt, minstens zo reëel zijn.

In de derde plaats: de DNA-revolutie, samen te vatten als “waar mensen massaal reizen, reizen hun ideeën met hen mee”. Op diverse plaatsen attendeert Van De Mieroop op de overdracht van ideeën uit het Nabije Oosten aan de Griekse wereld. Dat was de gewoonste zaak ter wereld. Er is geen grens tussen antieke culturen, punt. Je moet erop attenderen waar dat niet gebeurt.

Het einde

Het is Van De Mieroop vanzelfsprekend niet kwalijk te nemen dat hij in 2004 nog niet wist wat we in 2021 weten. Wat ik wel betreur, is dat hij eindigt bij Alexander de Grote. Hij geeft alle redenen waarom de Macedoniër vooral voortzette wat de Assyriërs, Babyloniërs en Perzen waren begonnen. Je zou hebben verwacht dat hij dus ook de hellenistische en Parthische tijd wel zou hebben behandeld, tot de cultuur van de “spijkerschriftvolken” ergens in de derde eeuw n.Chr. ten einde liep. De derde eeuw ná Christus markeert het einde van de Mesopotamische beschaving en niet de vierde eeuw vóór Christus.

Reliëf van de god Nergal uit Hatra (vermoedelijk vernietigd in het museum van Mosul)

Het is des te opvallender omdat Van De Mieroop regelmatig aangeeft hoe belangrijk Mesopotamië was voor de Griekse wereld. Ik keek uit naar een hoofdstuk over de verstrengeling van die twee culturen, naar de hellenistische apartheidssystemen en de aanwezigheid van Babyloniërs in de Griekse filosofische scholen. Dat hoofdstuk ontbrak echter. Alsof je een whodunnit leest waarvan het slot is weggevallen.

Eigenlijk zou een Nederlandse uitgever een assyrioloog moeten vragen A History of the Ancient Near East te vertalen en samen met Van De Mieroop te actualiseren. Voeg het ontbrekende slothoofdstuk toe en we hebben een gegarandeerde bestseller.

Deel dit blog:
Caesar in Orikon

Een van de torens van Orikon Als ik zeg dat het 7 januari was en toevoeg dat het was in Read more

Hunebed van de dag: D52 (Diever)

Hunebed D52 bij Diever Het op twintig na zuidelijkste hunebed in Nederland is ook een van de mooiste. Ik heb Read more

De niet zo grote volksverhuizingen

(klik=groot) Het landkaartje hierboven circuleert in allerlei varianten op het internet. Het is ook te vinden in allerlei boeken. Steeds Read more

Storm op zee (of niet)

Zomaar een schip (Qasr Libya) Gisteren noemde ik dat in de klassieke letteren nogal wat stormen op zee zijn. Het Read more